De Museumkaart is een persoonsgebonden museumpas in Nederland die een jaar lang onbeperkt toegang geeft tot ruim 500 musea. De kaart bestaat sinds 1981 en wordt door de Museumvereniging uitgegeven. De kaart kan online en in ruim 200 musea ter plaatse worden gekocht. Er is een digitale versie en een fysieke versie van de Museumkaart verkrijgbaar, beide voor hetzelfde bedrag. Er is een kaart voor kinderen en jongeren tot en met 18 jaar en voor volwassenen.
De Museumkaart beoogt het bezoek te bevorderen en de binding tussen musea en hun bezoekers te vergroten, zodat die weer terugkomen. De exploitatie van de kaart is ondergebracht bij de Stichting Museumkaart, die ook de Museumweek (voorheen: Museumweekend) organiseert en de marketing van aangesloten musea ondersteunt. Stichting Museumkaart ontvangt geen subsidie en beschikt over de ANBI-status. De inkomsten van de stichting komen ten goede aan de deelnemende musea. Aangesloten musea moeten als geregistreerd museum zijn erkend en zijn lid van de Museumvereniging.
Het is bij uitzondering aan musea toegestaan bij kostbare tentoonstellingen een toeslag in rekening te brengen die ook door Museumkaarthouders betaald moet worden. Deze toeslag moet dan gelden voor alle bezoekers en is tijdelijk van aard.
Er is in België de overeenkomstige MuseumPASSmusées.
De Museumjaarkaart is in 1981 door een aantal musea in het leven geroepen. De kaart is een aantal jaren gekoppeld geweest aan de NS-voordeelurenkaart en de Rabobankpas. De Stichting Museumjaarkaart ging op 1 januari 2003 samen met de Nederlandse Museumvereniging en de Museumjaarkaart heet sinds april 2003 Museumkaart. Veel mensen en musea spreken desondanks nog van de Museumjaarkaart of MJK.
De museumkaart is een onverminderd succes. In 2025 groeide het aantal kaarthouders naar 1.540.188 op 31 december, het grootste aantal ooit. In 2025 is de digitale Museumkaart en de Museumkaart app gelanceerd. Inmiddels zijn er meer dan 500.000 digitale Museumkaarten, ongeveer een derde van het totaal. .
Voor ieder met de Museumkaart afgelegd bezoek wordt door de stichting achteraf aan het betreffende museum een vergoeding uitgekeerd. Dit is een bepaald percentage van de gemiddelde toegangsprijs van het normaal betalend bezoek. Dit vergoedingspercentage wordt jaarlijks landelijk vastgesteld. De Stichting Museumkaart streeft ernaar dat dit minimaal 60% is. Voor de bepaling van de vergoeding wordt voor de gemiddelde toegangsprijs van een museum geen hoger bedrag gerekend dan 1,5 keer het gewogen landelijk gemiddelde voor alle normaal betaalde museumbezoeken.