| Plakkaatharskorstje | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Mutatoderma mutatum (Peck) C.E. Gómez (1976) | ||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||
|
Hyphoderma mutatum | ||||||||||||
| ||||||||||||
Het plakkaatharskorstje (Mutatoderma mutatum, synoniem: Hyphoderma mutatum) is een schimmel uit de familie Hyphodermataceae. Nederlandse mycologische bronnen vermelden de soort doorgaans nog onder de naam Hyphoderma mutatum.
De soort werd in 1890 door de Amerikaanse mycoloog Charles Horton Peck oorspronkelijk beschreven als Corticium mutatum. Het oorspronkelijke materiaal was afkomstig van de schors van Populus tremuloides in de Amerikaanse staat New York.
De soort werd vervolgens in verschillende geslachten geplaatst. Franz von Höhnel en Viktor Litschauer combineerden haar in 1906 als Peniophora mutata. Later volgden onder meer Gloeocystidium mutatum, Radulum mutatum en Gloeopeniophora mutata. Marinus Anton Donk plaatste de soort in 1957 in het geslacht Hyphoderma als Hyphoderma mutatum.
C.E. Gómez bracht de soort in 1976 onder in het geslacht Mutatoderma als Mutatoderma mutatum. Species Fungorum beschouwt deze naam tegenwoordig als de geaccepteerde naam en plaatst het geslacht in de familie Hyphodermataceae, orde Polyporales. In Nederlandse bronnen, waaronder het Nederlands Soortenregister en de Verspreidingsatlas, wordt echter nog de combinatie Hyphoderma mutatum gebruikt.
Over de nomenclatorische status van Mutatoderma bestaat enige discussie. In taxonomische literatuur is erop gewezen dat Gómez bij de verheffing van Hyphoderma sect. Mutatoderma Parmasto tot geslachtsrang in 1976 het basioniem niet correct vermeldde, waardoor die combinatie volgens deze auteurs niet geldig zou zijn gepubliceerd. Species Fungorum behandelt Mutatoderma en M. mutatum desondanks momenteel als geaccepteerde taxa.
Het vruchtlichaam is resupinaat, korstvormig en stevig met het substraat vergroeid. Het is dun, aanvankelijk witachtig tot crèmekleurig en later soms lichtbruin. Oudere vruchtlichamen kunnen door uitdroging barstjes vertonen. De rand kan wit en fijn vezelig zijn. De soort is op grond van alleen macroscopische kenmerken niet betrouwbaar in het veld te herkennen.
De sporen zijn slank cilindrisch en soms enigszins gebogen. Ze zijn glad, dunwandig en inamyloïd. In Nederlandse literatuur worden afmetingen van ongeveer 12–16 × 3–4 µm opgegeven.
Kenmerkend is de aanwezigheid van verschillende typen cystiden. Er komen lange, dunwandige, min of meer cilindrische gloeocystiden voor en minder talrijke dikwandige cystiden (lamprocystiden), waarvan het bovenste deel met kristallen is bezet. In Nederlandse literatuur worden daarnaast korte knotsvormige cystiden onderscheiden. Het heeft een monomitisch hyfensysteem en de generatieve hyfen bezitten gespen.
Het plakkaatharskorstje leeft saprotroof op dood hout en veroorzaakt witrot. Het wordt voornamelijk aangetroffen op dode takken en stammen van loofbomen, vaak op vrij sterk verteerd hout.
In Drenthe is de soort onder meer gevonden op zomereik en wilde lijsterbes. De soort wordt vooral in verband gebracht met kruidenrijke loofbossen op matig voedsel- en basenrijke bodems.
Het plakkaatharskorstje is bekend uit verschillende delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. Het basioniem werd beschreven aan de hand van materiaal uit de Amerikaanse staat New York.
In Nederland is de soort zeldzaam maar verspreid aangetroffen. Nederlandse databanken vermelden haar onder de naam Hyphoderma mutatum.