| NGC 1277 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Sterrenbeeld Perseus | ||||
| Type | Spiraalvormig sterrenstelsel (S0-a) | |||
| NGC | NGC 1277 | |||
| Rechte klimming | 03u19m51,4s | |||
| Declinatie (Epoche 2000) |
+41° 34' 27" | |||
| Magnitude | 13,8 mag | |||
| Afstand | 220 × 106 lichtjaar | |||
| Schijnbare afmeting | 0,8' × 0,3' | |||
| Roodverschuiving | 0,017044 | |||
| Radiële snelheid | 5066 km/s | |||
| ||||
NGC 1277 is een spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Perseus. Het hemelobject ligt ongeveer 220 miljoen lichtjaar van de Aarde verwijderd en werd op 4 december 1875 ontdekt door de Ierse astronoom Lawrence Parsons.
In november 2012 werd in het relatief kleine sterrenstelsel met behulp van de Hobby-Eberly-telescoop een gigantisch zwart gat aangetroffen, het op een na grootste ooit ontdekt. Daarmee zou dit zwarte gat 17 miljard keer zwaarder zijn dan de Zon. Vervolgonderzoek wees op een lagere massa: metingen met adaptieve optiek uit 2016 kwamen uit op ongeveer 5 miljard zonsmassa's. Een concurrerende analyse uit datzelfde jaar kwam op slechts 1,2 miljard uit, maar latere onafhankelijke dynamische modellen bevestigden de hogere waarde van circa 5 miljard zonsmassa's. Ook daarmee blijft het zwarte gat uitzonderlijk zwaar in verhouding tot het sterrenstelsel.
In 2018 werd door middel van spectroscopisch onderzoek ontdekt dat er geen stervorming meer plaatsvindt in het sterrenstelsel. Het sterrenstelsel bestaat louter uit oude sterren, die miljarden jaren geleden zijn ontstaan. NGC 1277 geldt als het eerste bevestigde "relict-sterrenstelsel": een nabije, passief geëvolueerde tegenhanger van de compacte "red nuggets" die op roodverschuiving z ≈ 2 worden waargenomen, en dient sindsdien als prototype van deze klasse.
In 2023 ontdekte een team wetenschappers eveneens door spectroscopisch onderzoek dat het stelsel nauwelijks donkere materie bevat, hetgeen niet overeenstemt met de huidige kosmologische modellen. Twee mogelijke verklaringen hiervoor zouden kunnen zijn dat door gravitationele interactie van het stelsel met de omgeving de donkere materie is verdwenen of dat de donkere materie al is verdwenen tijdens de vorming van het stelsel. Het team vindt echter geen van deze verklaringen volledig bevredigend.