Neuropsychologie

Deel van een serie artikelen over
Psychologie
Basisdisciplines

functieleer
sociale psychologie
ontwikkelingspsychologie
gedragsanalyse
cognitieve psychologie
biologische psychologie
klinische psychologie
neuropsychologie
persoonlijkheidsleer

Andere disciplines

humanistische psychologie
arbeids- en organisatiepsychologie
psychologie van arbeid en gezondheid
leerpsychologie
rechtspsychologie
dieptepsychologie
gestaltpsychologie
ethologie
culturele psychologie
psychometrie
psychonomie
psycholinguïstiek
evolutionaire psychologie
psychohistorie

Gerelateerde onderwerpen

lijst van psychologen
psychologie van A tot Z

Portaal:Psychologie

Neuropsychologie is de psychologie die zich bezighoudt met de functies van het brein en de relatie daarvan met gedrag. Het in kaart brengen van de verschillende hersenfuncties gebeurt onder andere via dierproeven, waarin hersendelen worden vernietigd of juist gestimuleerd. De voornaamste bron van informatie in de neuropsychologie vormen echter mensen met een hersenbeschadiging. Hersenletsel kan het gevolg zijn van diverse factoren, zoals een schotwond, hersenschudding, hersentumor of een hersenbloeding. Omdat hersenen zulke complexe structuren bevatten, is het relatief eenvoudiger om hersenonderzoek te verrichten aan de hand van geblokkeerde, of in activiteit verzwakte, hersenonderdelen. Patiënten worden zo vaak zelf geholpen én helpen tevens de wetenschap. Onderzoek naar beschadigingen van menselijke hersenen gebeurt behalve op gedragsniveau (bijvoorbeeld via psychologische tests of experimenteel psychologisch onderzoek) ook met beeldvormende technieken zoals MRI (magnetic resonance imaging), fMRI (f slaat op functioneel) en PET (positronemissietomografie). MRI verschaft voornamelijk informatie over hersenstructuren, terwijl PET en fMRI meer geschikt zijn om de functie van hersenen te onderzoeken tijdens een actieve taakuitvoering.

Overzicht van stoornissen na hersenbeschadiging

De gevolgen van hersenbeschadiging voor het menselijke gedrag kunnen uitermate complex zijn. Dit komt doordat hogere cognitieve functies als taal en geheugen over een relatief groot hersengebied zijn verspreid, en bovendien elkaar vaak overlappen. Deze complexe functies zijn op hun beurt weer onderverdeeld in meer elementaire deelfuncties, die soms wel beter te lokaliseren zijn. Beschadiging van een klein gebied in de hersenen kan daarom vaak leiden tot aantasting van meerdere cognitieve functies, maar zal tegelijkertijd de complexe functie nooit geheel uitschakelen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de voornaamste neuropsychologische stoornissen.

Herstel na hersenbeschadiging

Hersenbeschadiging op jonge leeftijd blijkt doorgaans voor taalfuncties minder ingrijpende gevolgen te hebben dan op volwassen leeftijd. Daarentegen lijken laesies in de prefrontale gebieden op jonge leeftijd negatieve gevolgen te hebben voor de latere verstandelijke ontwikkeling. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat de ontwikkeling van deze gebieden pas in de late adolescentie is voltooid. Soms treedt na hersenbeschadiging een gedeeltelijk of volledig herstel van een functie op. Dit kan komen omdat het getroffen gebied zelf zich weer heeft hersteld, of omdat op de langere termijn andere gebieden in de hersenen deze functie hebben overgenomen. Dit laatste wordt ook wel reorganisatie genoemd. Reorganisatie kan verschillende vormen aannemen. Zo kan bijvoorbeeld een zenuwcel een andere route in een bestaand netwerk gaan volgen, waardoor hij verbindingen vormt met een andere targetcel. Ook kunnen aan een zenuwcel nieuwe uitlopers (bijvoorbeeld dendrieten) 'ontspruiten' waardoor er nieuwe verbindingen met andere cellen ontstaan. Mogelijk speelt hierbij de stof NGF (Nerve Growth Factor) die door glia-cellen wordt geproduceerd een rol. Echter, ook indien er geen herstel op structureel niveau van de hersenen optreedt, kan functieverlies voor een deel gecompenseerd worden door strategische aanpassing. Zo kan bijvoorbeeld een patiënt die kampt met ernstig geheugenverlies een notitieboekje bijhouden waarin zij noteert waar zij haar auto op de parkeerplaats heeft neergezet.

Enkele versus dubbele dissociatie

Veel conclusies uit de neuropsychologie zijn gebaseerd op zogenaamde "enkelvoudige dissociatie". Dit wil zeggen dat patiënten met een beschadiging in bijvoorbeeld het frontale gebied van de hersenen, slecht scoren op een rekentaak maar niet op een leestaak. Mensen uit een normale controlegroep blijken op beide tests goed te presteren. Men zou nu kunnen concluderen dat de frontale patiënten een specifiek probleem hebben met rekenen. Dat hoeft echter niet per se zo te zijn, omdat men kan aanvoeren dat rekenen moeilijker is dan lezen, en dat het gevonden resultaat berust op een algemeen concentratieprobleem van de onderzochte patiënten.

Een sterker bewijs wordt geleverd door "dubbele dissociatie". Hierbij gaat men niet uit van een controlegroep en een patiëntengroep, maar van twee patiëntengroepen: bijvoorbeeld een groep met een beschadiging in het frontale gebied, en een tweede groep met een beschadiging in het temporale gebied van de hersenen. Dubbele dissociatie wil nu zeggen dat de temporale patiënten het omgekeerde testresultaat laten zien: zij scoren goed in rekenen maar slecht in taal. Men heeft nu een sterker bewijs in handen dat er sprake is van een stoornis of uitval van een specifieke cognitieve functie bij de betreffende patiëntengroepen.

Pioniers

Een belangrijke pionier in de 20e eeuw was Alexander Luria. Belangrijke bijdragen zijn later geleverd door Donald Hebb, en in meer recente tijden door Brenda Milner, Allan Schore, Antonio Damasio en Tim Shallice.

Literatuur