Nivard van Reims

Nivard van Reims
Bisschop van Reims (ca. 649/657-673)
Glas-in-loodraam met de heilige Bercharius en Nivard in de abdij van Hautvillers.
Glas-in-loodraam met de heilige Bercharius en Nivard in de abdij van Hautvillers.
Gestorven 1 september 673 te Hautvillers
Naamdag 1 september
Beroep katholiek priesterBewerken op Wikidata
Ambt aartsbisschop, bishop of ReimsBewerken op Wikidata
Afbeeldingen
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Nivard van Reims (Latijn: Nivardus/Nivo; Spaans: Nivardo; overleden 1 september 673) was bisschop van Reims tijdens de Merovingische dynastie van ongeveer 649 tot 673. Hij werd later vereerd als een middeleeuwse katholieke heilige.

Leven

Het merendeel wat we over Nivard weten, komt van de Frankische priester en kroniekschrijver Flodoard en andere kerkelijke bronnen. Nivard werd geboren in een Merovingische adellijke familie, was de zwager van de Frankische koning Childerik II en kreeg zijn opleiding aan het hof van koning Dagobert I in Metz.

Hij werd tot priester gewijd aan het hof van Clovis II en diende als bisschop tijdens de regeringen van Chlotharius III, Childebert de Geadopteerde en Childerik II voor een ongespecificeerde periode tot aan zijn dood in 673. Er wordt aangenomen dat hij het bisschopambt overnam na de dood van zijn voorganger Lando in 649, maar de meeste bronnen vermelden hem pas vanaf ergens vóór 667.

Nivard stond vooral bekend om zijn vrijgevigheid, rijkdom en toewijding aan een bescheiden levensstijl. In de Gallia christiana, in provincias ecclesiasticas distributa, wordt gezegd dat "hij voornamelijk aan het hof van de koning, als een zeer illuster man, zou hebben geleefd", en er wordt hem toegeschreven dat hij het kerkelijk bezit uitbreidde door huizen, land en lijfeigenen te verwerven. Flodoard hield een goede herinnering over aan Nivard omdat hij de kerk van Reims verrijkte en zelfs een koninklijk vrijstellung voor bepaalde belastingen verkreeg.

De herbouw van de abdij van Hautvillers rond 650 wordt vaak aan hem toegeschreven, samen met Bercharius van Hautvillers. Nivard bouwde op eigen kosten in 664 in de bergen een tweede kloostergebouw als Sint-Basolusabdij van Verzy waar men de regel van Columbanus zou volgen, samen met verschillende andere kerken en huizen (onder andere de Sint-Mariakerk in Verzy met alle afhankelijkheden, het gehucht Wez met kerk en bezittingen). Flodoard schrijft hem de instelling van een uniek privilege van immuniteit toe, dat aan de monniken van de abdij van Verzy en Hautvillers het recht toekende om vrij hun abt te kiezen.

Nivard werd na zijn dood op 1 september 673 begraven in de abdij van Hautvillers.

Verering als heilige

St. Nivard en St. Bercharius kiezen de locatie van de Sint-Pietersabdij van Hautvillers - Claude Charles , "Saint Nivard donnant les plans du monastère d'Hautvillers" (1715).

Sint Nivard werd al als heilige vereerd voordat de katholieke kerk de moderne onderzoeken van de Congregatie voor de Heiligverklaringen invoerde.

Volgens de legende kozen Nivard en Bercharius van Hautvillers de locatie voor de abdij van Hautvillers nadat ze hadden gedroomd van een duif die uit de hemel neerdaalde en op een boom landde. Sint Nivard werd na zijn dood in de abdij begraven en zijn relieken worden er nog steeds bewaard. Folklore over Sint Nivard werd later door de 14e-eeuwse dichter Eustache Deschamps aangehaald en gebruikt in enkele van zijn verhalende werken.

In de iconografie wordt hij meestal tezamen met Sint Bercharius afgebeeld terwijl ze werken aan de bouw van de Sint-Pietersabdij van Hautvillers of dromend van een duif.

Sint Nivard wordt door de Katholieke Kerk als heilige erkend en zijn feestdag is op 1 september.

Zie ook

Noten

  1. 1 2 L. Duchesne, Fastes épiscopaux de l'ancienne Gaule, III, Parijs, 1915, pp. 84-85.
  2. 1 2 Flodoard, Historia Remensis Ecclesiae II 7 (MGH SS XIII, pp. 455-456). M. Sot, La fonction du couple saint évêque/saint moine dans la mémoire de l'Église de Reims au Xe siècle, in Publications de l'École française de Rome 149 (1991), pp. 225-240.
  3. ↑ Denis de Sainte-Marthe, Gallia christiana, in provincias ecclesiasticas distributa, IX, Parijs, 1751, pp. 21-22; F.G. Holweck, A biographical dictionary of the saints, with a general introduction on hagiology, Saint-Louis - Londen, 1924 (= Detroit, 1969), p. 746.
  4. ↑ Denis de Sainte-Marthe, Gallia christiana, in provincias ecclesiasticas distributa, IX, Parijs, 1751, pp. 21-22; C. Cerf, Histoire et description de Notre-Dame de Reims, I, Parijs, 1861, p. 568.
  5. ↑ Denis de Sainte-Marthe, Gallia christiana, in provincias ecclesiasticas distributa, IX, Parijs, 1751, pp. 21-22; L. Duchesne, Fastes épiscopaux de l'ancienne Gaule, III, Parijs, 1915, pp. 84-85; F.G. Holweck, A biographical dictionary of the saints, with a general introduction on hagiology, Saint-Louis - Londen, 1924 (= Detroit, 1969), p. 746.
  6. ↑ Denis de Sainte-Marthe, Gallia christiana, in provincias ecclesiasticas distributa, IX, Parijs, 1751, pp. 21-22.
  7. ↑ M. Sot, La fonction du couple saint évêque/saint moine dans la mémoire de l'Église de Reims au Xe siècle, in Publications de l'École française de Rome 149 (1991), pp. 225-240.
  8. ↑ Saint Nivard of Rheims. Catholic Saints (20 August 2022).
  9. ↑ J. Hourlier, Les origines du monastère Saint-Basle de Verzy, in Mémoires de la Société d'agriculture, commerce, sciences et arts du département de la Marne 80 (1965), pp. 23-26.
  10. ↑ C. Forbes comte de Montalembert, The Monks of the West, from St. Benedict to St. Bernard, II, Londen, 1896, p. 221.
  11. ↑ F.C. Sautman, Eustache Deschamps in the forest of folklore, in D.M. Sinnreich-Levi (ed.), Eustache Deschamps, French courtier-poet: his work and his world, New York, 1998, pp. 195-207.
  12. ↑ Droom van Sint Nivard, manuscriptverlichting (France, Paris. Bibliothèque nationale de France, Département des manuscrits, NAF 15944 f.148v)

Referenties

Lando van Reims:
646-649
Bisschop van Reims
ca. 657–673
Reolus van Reims:
673-689