| Onderzeebootfrontgesp | ||||
|---|---|---|---|---|
Alle drie de klassen op volgorde, goud, zilver en brons | ||||
| Uitgereikt door | ||||
| Type | Gesp | |||
| Bestemd voor | Alle bemanningsleden van de onderzeedienst | |||
| Uitgereikt voor | Aan de houders van het Onderzeebootoorlogsinsigne in erkenning voor continue oorlogsdienst en dapperheid | |||
| Status | In onbruik geraakt | |||
| Statistieken | ||||
| Instelling | 15 mei 1944 | |||
| Totaal uitgereikt | 660 464 brons 196 zilver | |||
| Volgorde | ||||
| Volgende (hoger) | Geen | |||
| Gelijkwaardig | Geen | |||
| Volgende (lager) | Onderzeebootoorlogsinsigne | |||
| ||||
De Onderzeebootfrontgesp (Duits: U-Boot-Frontspange) was een Duitse onderscheiding voor de onderzeebootbemanning gedurende de Tweede Wereldoorlog.
De onderzeebootfrontgesp werd op 15 mei 1944 door de opperbevelhebber van de Kriegsmarine Großadmiral Karl Dönitz ingesteld. Dit om de onderzeedienst gelijk te trekken met andere krijgsmachtonderdelen van het Duitse Leger, die allemaal al een vergelijkbare onderscheiding hadden voor het erkennen van moed. Er waren geen gespecificeerde verdienste om deze gesp te verdienen; de gesp was gebaseerd op de aanbevelingen van de onderzeebootkapitein en werd onderworpen aan goedkeuring door Karl Dönitz. Één bron spreekt van drie criteria namelijk:
Een andere bronnen spreken van 90 dagen op zee als criteria voor de bronzen gesp. In de praktijk kwam dat neer op de zeedagen ingevulde in het logboek. De zilveren gesp werd uitgereikt na 120 dagen op zee.
De gesp werd gedragen direct boven de batons op de linkerborst.
Wilhelm Ernst Peekhaus uit Berlijn ontwierp de gesp. Het ontwerp bestond uit een centrale lauwerkrans met daarop een gestileerde onderzeeboot en aan beide zijde vleugels van eikenbladeren. De vleugels bestonden uit zes gespreide eikenbladeren (een totaal van twaalf). De gekruiste zwaarden versierde de onderkant van de krans, de onderzeeboot in het midden bootste het ontwerp van de onderzeebootoorlogsinsigne na. Het originele ontwerp uit 1944 had op de krans een geïntegreerde adelaar die een hakenkruis vasthield.
De gesp werd in drie klassen toegekend:
Alle klasse waren geproduceerd uit zink, dan ofwel gebronsd of verzilverd en verondersteld verguld.