| Kommasporig wasbekertje | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Orbilia comma Graddon (1977) | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Het kommasporig wasbekertje (Orbilia comma) is een schimmel uit de familie Arthrobotryaceae. De soort werd in 1977 beschreven door W.D. Graddon. Het type-exemplaar werd verzameld op schors van een iep (Ulmus) in Groot-Brittannië. In 2020 werd voor de soort een epitype aangewezen.
De apothecia zijn zeer klein en groeien vaak in groepen. Ze zijn vlak tot schijfvormig, hebben een glad oppervlak en een gladde rand en zijn bleekoranje en enigszins doorschijnend. Bij een beschreven collectie bedroeg de diameter 0,2–1,0 mm.
De asci zijn achtsporig, cilindrisch tot knotsvormig en hebben een afgeknotte top. De basis van de ascus is vaak gevorkt. Bij levend materiaal worden afmetingen van ongeveer 47–65 × 4–4,8 µm opgegeven.
De ascosporen zijn kleurloos, glad en ongesepteerd. Ze zijn karakteristiek kommavormig tot spoelvormig, waarbij het basale deel versmalt tot een korte, meestal gebogen staart. De sporen meten ongeveer 6,5–7,5 × 1,7–2,1 µm; in andere collecties zijn waarden van ongeveer 5,3–6,6 × 1,5–2,0 µm gemeten. In levende sporen bevindt zich aan het bredere uiteinde een sterk lichtbrekend zogenoemd spore body, een kenmerkend microscopisch kenmerk van de Orbiliomycetes.
De parafysen zijn draadvormig tot cilindrisch en aan de top enigszins verbreed. Bij onderzocht gedroogd materiaal waren de toppen tot ongeveer 3 µm breed en konden ze bedekt zijn met een laagje exsudaat.
Voor een betrouwbare determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk.
De soort leeft saprotroof op dood hout en schors van loofbomen. In Europa is zij sterk gebonden aan iepen (Ulmus). In een monografische studie van de Orbiliomycetes bleek het merendeel van de onderzochte collecties afkomstig van droge schors van iepen, met name gladde iep (Ulmus minor) en ruwe iep (Ulmus glabra). Slechts enkele vondsten waren afkomstig van andere boomgeslachten. De Nederlandse Verspreidingsatlas vermeldt de soort als saprotroof op dood hout in loofbos, eveneens met Ulmus als voornaamste geassocieerde boom.
Het kommasporig wasbekertje is uit verschillende Europese landen bekend. Er zijn onder meer vondsten gepubliceerd uit Groot-Brittannië, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Noorwegen en Oekraïne. De soort is daarnaast onder meer uit Zweden en Polen gedocumenteerd.
In Nederland is het kommasporig wasbekertje 'zeer zeldzaam'. Deze zeldzaamheidsklasse is in de NDFF Verspreidingsatlas gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023.