| Paleis van Khusro Qasr-e Shirin | ||||
|---|---|---|---|---|
| Situering | ||||
| Land | ||||
| Locatie | Qasr-e Shirin | |||
| Coördinaten | 34° 32′ NB, 45° 35′ OL | |||
| Informatie | ||||
| Datering | 7e eeuw | |||
| Periode | Sassaniden | |||
Gereconstrueerde plattegrond van het paleis van Khusro | ||||
| ||||
Het paleis van Khusro of paleis van Shirin (Qasr-e Shirin) is een paleis uit de Sassanidische periode, gelegen in de gelijknamige plaats Qasr-e Shirin in de Iraanse provincie Kermanshah.
Het paleis dateert uit het begin van de 7e eeuw na Christus en werd gebouwd door Khusro II voor zijn vrouw Shirin.
Op 14 september 1931 werd het, samen met het paleis van Hawsh Kuri, geregistreerd als een van de nationale monumenten van Iran onder registratienummer 32.
Er zijn meerdere archeologische opgravingen verricht. In 2023 was ongeveer 40 % van het monument blootgelegd.
Het paleis ligt aan de westkant van de uitlopers van het Zagrosgebergte. Het oostelijke deel van het paleis bestond uit een rechthoekige hal met een dak van stenen bogen. Aan het uiteinde bevond zich een koepelvormige ruimte. Het paleis was gebouwd in een grote tuin waardoor het water van de rivier Alvand stroomde. Tegenwoordig zijn er van het paleis alleen nog ruïnes over.
Percy Sykes beschreef het in zijn boek Geschiedenis van Iran als gelegen in een park met een omtrek van 6000 meter, waarvan tegenwoordig weinig over is. Vroegere Arabische schrijvers beschreven uitvoerig de schoonheid van deze tuin, en de vele zeldzame dieren die er vrij rondliepen.
Het paleis was gebouwd in oost-westelijke richting, en was 342 meter lang en 178 meter breed op het breedste punt. Aan de oostzijde bevond zich een trap die naar een plateau van 99 meter breed leidde. Hieronder bevonden zich verschillende gewelfde kamers, waarvan er drie de ingang vormden naar een lange gang met talloze andere kamers. De hoofdingang bevond zich bovenaan dezelfde trap en liep door het midden van het plateau naar een platform met 24 zuilen, vanwaar men het privéverblijf van de shahenshah betrad. De eerste grote hal van dit paleis was verdeeld in drie gangen en leidde naar een vierkante kamer, vanwaar men andere kamers bereikte. In het midden van de binnenplaats was ook een gewelfde veranda te zien. De vertrekken van de koning, net als die in Persepolis, hadden houten plafonds, in tegenstelling tot de andere kamers, die voornamelijk gewelfd waren.