Paul Kummer

Paul Kummer

Paul Kummer (Zerbst, 22 augustus 1834 – Hann. Münden, 7 december 1912 ) was een Duits predikant, botanicus, bryoloog en mycoloog. Hij is vooral bekend vanwege zijn belangrijke bijdrage aan de taxonomie en nomenclatuur van plaatjeszwammen. Zijn botanisch-mycologische auteursafkorting is P.Kumm..

Leven en werk

Kummer werd geboren in Zerbst, destijds gelegen in het Hertogdom Anhalt-Dessau. Van 1857 tot 1863 werkte hij als privéleraar. Vervolgens was hij van 1863 tot 1877 werkzaam als hulppredikant, aanvankelijk in Zerbst en later in Hann. Münden. Vanaf 1877 was hij predikant in Hann. Münden.

Naast zijn kerkelijke werkzaamheden hield hij zich bezig met de studie van schimmels, mossen en korstmossen. Hij publiceerde verschillende determinatiewerken die bedoeld waren om de herkenning van deze organismen toegankelijker te maken. Ook bestudeerde hij varens en andere vaatcryptogamen.

Wetenschappelijke betekenis

Kummers belangrijkste bijdrage aan de mycologie was zijn herziening van de indeling van plaatjeszwammen. De Zweedse mycoloog Elias Magnus Fries had een groot aantal plaatjeszwammen ondergebracht in het omvangrijke geslacht Agaricus. Binnen dit geslacht onderscheidde Fries verschillende onderverdelingen, die hij met de Latijnse term tribus aanduidde.

In zijn in 1871 verschenen werk Der Führer in die Pilzkunde verhief Kummer veel van deze onderverdelingen tot zelfstandige geslachten. Hierdoor kregen verschillende groepen plaatjeszwammen een eigen geslachtsnaam. Voorbeelden van geslachten waarvan hij de zelfstandige status formaliseerde, zijn Clitocybe, Tricholoma, Entoloma, Hebeloma en Psilocybe.

Volgens een nomenclatuurstudie van S.R. Pennycook uit 2002 werden in Kummers publicatie uit 1871 in totaal 593 nieuwe namen gepubliceerd. Daaronder bevonden zich 566 nieuwe combinaties van bestaande namen, waaronder 21 onderverdelingen van Agaricus die tot geslachtsrang werden verheven. Daarnaast publiceerde Kummer onder meer twee nieuwe geslachten en zes nieuwe soorten.

Het werk speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne indeling van plaatjeszwammen. Veel van de door Kummer gepubliceerde geslachtsnamen zijn nog steeds in gebruik.

Bryologisch onderzoek

Kummer hield zich eveneens bezig met de studie van mossen. In 1873 publiceerde hij Der Führer in die Mooskunde, een determinatiewerk over de Duitse mosflora. Dit boek verscheen later in herziene edities. Daarnaast publiceerde hij in 1875 een werk over levermossen en vaatcryptogamen.

In 1889 verscheen zijn studie Die Moosflora der Umgegend von Hann.-Münden in het tijdschrift Botanisches Centralblatt. Hierin behandelde hij de mosflora van de omgeving van Hann. Münden.

Kummer stelde ook herbaria samen voor onderwijsdoeleinden, onder meer ten behoeve van de bosbouwacademie in Hann. Münden. Zijn mosherbarium, dat lange tijd als verloren werd beschouwd, werd in december 2004 vanuit het Forstbotanische Institut van de Universiteit van Göttingen overgebracht naar het Naturkundemuseum Kassel. De verzameling bestaat uit een hoofdherbarium van vier mappen en een afzonderlijk reserveherbarium met onder andere voor ruil bestemde mosmonsters.

Kummer publiceerde ook over korstmossen. In 1874 verscheen Der Führer in die Flechtenkunde, waarvan de eerste uitgave genummerde korstmosmonsters op twee platen bevatte.

Bibliografie

Een selectie van zijn publicaties: