Pauselijke breve

Een pauselijke breve (Latijn: breve, meervoud brevia; in de pauselijke diplomatiek ook litterae apostolicae in forma brevis) is een officiële vorm van pauselijk schrijven. Als afzonderlijke documentvorm is de breve vanaf het einde van de 14e eeuw aantoonbaar. Zij onderscheidde zich historisch van de pauselijke bul door een minder plechtige diplomatische vorm en door eigen conventies voor materiaal, schrift, datering en bezegeling.

Kenmerkend voor de historische breve waren het gebruik van fijn, lichtgekleurd perkament en de bezegeling met een afdruk van het zegel van de Vissersring in rode was. Vanaf 1842 werd het waszegel vervangen door een rode inktstempel met een overeenkomstige voorstelling. De breve was doorgaans minder plechtig van vorm dan een bul, maar dit betekende niet dat zij uitsluitend voor onbelangrijke aangelegenheden werd gebruikt. Ook besluiten met aanzienlijke kerkelijke of historische gevolgen konden in de vorm van een breve worden uitgevaardigd.

Ontstaan en ontwikkeling

De ontwikkeling van de breve hangt samen met veranderingen in de pauselijke administratie aan het einde van de 14e eeuw. De oudste thans bekende bewaarde pauselijke breve dateert van 17 oktober 1390, tijdens het pontificaat van Bonifatius IX, en wordt bewaard in het staatsarchief van Mantua. De opvatting uit oudere literatuur dat de documentvorm pas onder Eugenius IV (1431–1447) zou zijn ontstaan, geldt daardoor als achterhaald. Petrucci beschreef hoe onderzoek van Karl August Fink de datering van de oorsprong van de breve naar het einde van de 14e eeuw verschoof.

Volgens archivaris en diplomatisch onderzoeker Sergio Pagano ontstond de documentvorm in de periode van het Westers Schisma. Hij verbindt haar ontwikkeling met het gebruik van apostolische secretarissen buiten de reguliere pauselijke kanselarij tijdens het pontificaat van Urbanus VI. De vorm vertoonde overeenkomsten met de politieke correspondentie die destijds in Italiaanse staten werd gebruikt.

De vroegste breven hadden kenmerken van de litterae secretae, besloten of vertrouwelijke brieven. Zij werden aanvankelijk vooral gebruikt voor politieke correspondentie en voor bestuurlijke aangelegenheden van de Kerkelijke Staat. Tot het midden van de 15e eeuw bleven breven betrekkelijk zeldzaam. Vervolgens nam hun gebruik toe en werden zij ook toegepast voor uiteenlopende gunsten, privileges en andere beschikkingen.

Vorm en bezegeling

De uiterlijke vorm van de breve veranderde in de loop der eeuwen. In de oudere vorm werd zij geschreven op dun, zorgvuldig bereid wit perkament. De vroege exemplaren werden gewoonlijk gevouwen en gesloten verzonden; het zegel hielp daarbij zowel de sluiting als de authenticiteit van het document te waarborgen. Later kwamen ook open verzonden breven voor.

Voor de bezegeling werd rode was gebruikt, met daarin een afdruk van een pauselijk zegel dat met de Vissersring werd verbonden. De uiteindelijk gebruikelijke iconografie met de apostel Petrus als visser werd volgens Pagano vanaf het pontificaat van Nicolaas V gestandaardiseerd; eerdere pausen gebruikten ook andere afbeeldingen. In 1842 maakte het rode waszegel plaats voor een rode inktstempel met een vergelijkbare voorstelling.

Een kenmerkende dateringsformule was sub anulo Piscatoris ("onder de Vissersring"). De precieze titulatuur, openingsformules, wijze van ondertekening en administratieve afhandeling wijzigden in de loop van de tijd. In de klassieke kanselarijpraktijk werden breven in de regel door pauselijke secretarissen afgehandeld en ondertekend; afhankelijk van de periode en het belang van het stuk konden verschillende functionarissen daarbij betrokken zijn.

Gebruik

Breven werden voor uiteenlopende doeleinden gebruikt. Tot de in de diplomatische literatuur genoemde toepassingen behoren het verlenen van indulten en privileges, bepaalde kerkelijke benoemingen en eerbewijzen, het aanwijzen van pauselijke legaten en andere bestuurlijke of persoonlijke beschikkingen.

De documentvorm was echter niet uitsluitend gereserveerd voor zaken van gering belang. Een bekend voorbeeld is de breve Dominus ac Redemptor van Clemens XIV van 21 juli 1773, waarmee de Sociëteit van Jezus werd opgeheven. In de 20e eeuw benoemde Pius XII met de apostolische breve Superiore iam aetate van 8 september 1950 Francesca Saverio Cabrini tot patrones van migranten. Ook het document In Spiritu Sancto, waarmee Paulus VI op 8 december 1965 het Tweede Vaticaans Concilie formeel afsloot, werd als apostolische breve uitgevaardigd.

De apostolische constitutie Regimini Ecclesiae Universae van Paulus VI uit 1967 illustreert dat er geen volledig starre inhoudelijke grens tussen bul en breve bestond. De constitutie bepaalde dat de belangrijkste zaken in de vorm van een bul moesten worden afgehandeld en dat voor minder belangrijke zaken eenvoudigere vormen, waaronder de breve, konden worden gebruikt. Tegelijkertijd vermeldde zij uitdrukkelijk ook de vervaardiging van "breven van groter belang" door de Apostolische Kanselarij.

Verhouding tot andere pauselijke documenten

In de historische diplomatiek is het onderscheid tussen een breve en een bul in de eerste plaats een onderscheid in documentvorm. De term bulla verwees oorspronkelijk naar het loden zegel en werd vervolgens gebruikt voor pauselijke documenten die met zo'n zegel werden bekrachtigd. Een breve kende een andere wijze van vervaardiging en bezegeling en was doorgaans minder plechtig uitgevoerd.

Een encycliek is geen plechtiger variant van een breve, maar een andere categorie pauselijk schrijven. Een encycliek heeft het karakter van een rondzendbrief en is doorgaans tot een ruime groep binnen de Kerk gericht, bijvoorbeeld tot bisschoppen of tot alle gelovigen, en behandelt veelal leerstellige of pastorale onderwerpen. De categorieën bul, breve en encycliek vormen daarom geen eenvoudige rangorde waarin ieder document uitsluitend naar zijn inhoudelijke gewicht kan worden ingedeeld.

Ook een motu proprio moet hiervan worden onderscheiden. Die benaming verwijst naar een pauselijke handeling die uitdrukkelijk op eigen initiatief van de paus tot stand komt. In de historische diplomatiek vertoonde het motu proprio formele overeenkomsten met de breve, maar het kende een eigen wijze van vervaardiging en authenticatie.

Reorganisatie in de twintigste eeuw

Voor de vervaardiging en verzending van breven ontstonden in de loop van de vroegmoderne en moderne tijd gespecialiseerde administratieve diensten. De traditionele Segreteria dei Brevi werd bij de hervorming van de Romeinse Curie onder Paulus VI in 1967 opgeheven. Die organisatorische verandering betekende niet dat de benaming breve apostolico onmiddellijk uit het pauselijke documentgebruik verdween. In de Acta Apostolicae Sedis komt de aanduiding ook na 1967 nog voor, onder meer voor de verlening van pauselijke onderscheidingen.

In de moderne documentpraktijk van de Heilige Stoel worden verschillende pauselijke teksten onder ruimere categorieën als litterae apostolicae of apostolische brieven gepubliceerd. Voor de historische studie van pauselijke stukken blijft breve evenwel een afzonderlijke en gangbare diplomatische term.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Papal briefs van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.