Penningkruid

Penningkruid
Penningkruid
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Asteriden
Orde:Ericales
Familie:Primulaceae
Geslacht:Lysimachia (Wederik)
soort
Lysimachia nummularia
L. (1753)
Penningkruid
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Penningkruid op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Penningkruid (Lysimachia nummularia) is een kruipende, groenblijvende, vaste plant, die behoort tot het geslacht wederik (Lysimachia). De soortaanduiding nummularia stamt van het Latijnse nummulus, dat "muntje" betekent. Penningkruid is een plant van natte tot vochtige grond langs slootkanten, graslanden en loofbossen. De moerasplant komt van nature voor in een groot deel van Europa, maar is inmiddels over bijna de hele wereld verspreid.

De plant wordt 10-45 cm lang met kruipende, aan de top opstijgende, gevleugelde stengels. De vier vleugels zijn tot 0,7 mm breed. De plant vermeerdert zich vegetatief doordat de stengels op de knopen wortels vormen. De 2,5 cm grote bladeren zijn rond, eirond tot elliptisch met een stompe bladtop. Op de bladeren zitten rode klierpuntjes, die als het blad tegen het licht gehouden wordt met een loep goed te zien zijn.

Penningkruid komt voor in een groot deel van Europa, maar ontbreekt in warme mediterrane gebieden, waaronder vrijwel alle grotere eilanden. In België en Nederland is het een algemeen voorkomende wilde plant, maar hij wordt ook regelmatig gevonden als ontsnapte tuinplant. De soort wordt aangeplant als oeverbeplanting en als bodembedekker in borders, vooral op kleigrond.

De plant bloeit van juni tot augustus met gele, 1,5-3 cm grote bloemen op dikke bloemstelen. De kelkslippen zijn eirond tot hartvormig en de meeldraden zijn aan de voet iets vergroeid. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.

De vrucht is een doosvrucht.

Medicinaal gebruik

De bladeren werden vroeger gebruikt bij de behandeling van wonden. De vroegmoderne Nederlandse arts en botanicus Herman Boerhaave (1668 – 1738) beval het gebruik van zowel gedroogde bladeren als poeder voor behandeling van scheurbuik en bloedingen aan.