| Peter O'Donnell | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Peter O'Donnell | |||
| Pseudoniem(en) | Madeleine Brent | |||
| Geboortedatum | 11 april 1920 | |||
| Geboorteplaats | Lewisham, Londen | |||
| Overlijdensdatum | 3 mei 2010 | |||
| Overlijdensplaats | Brighton | |||
| Geboorteland | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | Schrijver, stripauteur, scenarioschrijver | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1936–2001 | |||
| Werken | ||||
| Genre(s) | Avonturenroman, spionageroman, historische roman | |||
| Bekende werken | Modesty Blaise | |||
| Uitgeverij(en) | Souvenir Press, Pan Books | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | American Academy of Arts and Sciences | |||
| Prijzen en onderscheidingen | Romantic Novel of the Year Award (1978) | |||
| Links | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Peter O'Donnell (Lewisham, Londen, 11 april 1920 – Brighton, 3 mei 2010) was een Brits schrijver, stripauteur en scenarioschrijver. Hij werd vooral bekend als de bedenker van de avonturenheldin Modesty Blaise, die vanaf 1963 gedurende bijna vier decennia verscheen in een gelijknamige Britse krantenstrip. Daarnaast schreef hij elf romans en twee verhalenbundels over het personage. Onder het pseudoniem Madeleine Brent publiceerde hij negen historische avonturenromans, waarvan Merlin's Keep in 1978 werd bekroond met een Britse literatuurprijs.
O'Donnell werd geboren in Lewisham, een wijk in het zuidoosten van Londen. Zijn vader Bernard O'Donnell werkte als misdaadverslaggever voor de krant Empire News. Peter groeide daardoor op in een omgeving waarin journalistiek, verhalen en de wereld van de misdaad een vanzelfsprekende plaats innamen.
Hij bezocht de Catford Central School en begon al op jonge leeftijd verhalen te schrijven. Op zestienjarige leeftijd verkocht hij zijn eerste verhaal, Lucky Break, aan het tijdschrift The Scout. Hij ontving daarvoor vier pond en tien shilling. Daarna volgden bijdragen aan andere tijdschriften, waaronder The Strand Magazine.
Op zeventienjarige leeftijd ging O'Donnell werken voor Amalgamated Press, destijds een belangrijke Britse uitgever van geïllustreerde tijdschriften en strips. Daar leerde hij het schrijven van stripscenario's en begeleidende teksten. Hij werkte onder meer aan publicaties als Butterfly, Comic Cuts en Illustrated Chips.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende O'Donnell bij het Britse Royal Corps of Signals, de verbindingstroepen van het leger. Zijn militaire dienst bracht hem onder meer naar Perzië, het huidige Iran, en vervolgens naar andere delen van het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied.
Tijdens zijn verblijf in Perzië ontmoette hij een jong vluchtelingenmeisje dat met zijn eenheid in contact kwam. Het meisje was uitgehongerd, maar maakte ondanks haar kwetsbare omstandigheden een zelfstandige en trotse indruk. O'Donnell gaf haar voedsel en liet haar zien hoe zij de blikken kon openen. De herinnering aan deze ontmoeting zou ongeveer twintig jaar later een belangrijke inspiratiebron vormen voor zijn bekendste schepping, Modesty Blaise.
Na de oorlog hervatte O'Donnell zijn werkzaamheden als schrijver. Hij werkte aan uiteenlopende Britse krantenstrips en ontwikkelde zich tot een ervaren scenarioschrijver binnen het avonturengenre.
Hij schreef onder meer voor Garth, een avonturenstrip over een fysiek sterke held die in gevaarlijke situaties terechtkomt, en voor Romeo Brown, een humoristische avonturenstrip over een privédetective. Aan deze laatste reeks werkte hij samen met tekenaar Jim Holdaway, met wie hij later opnieuw zou samenwerken aan Modesty Blaise.
Andere strips waarvoor O'Donnell scenario's schreef, waren Tug Transom en een bewerking van Dr. No, de roman van Ian Fleming over James Bond. Zijn jarenlange ervaring met het schrijven van afzonderlijke afleveringen hielp hem bij het ontwikkelen van avonturenverhalen die zowel op dagelijkse basis spannend moesten blijven als over langere perioden een samenhangend geheel vormden.
In 1962 kreeg O'Donnell het verzoek een nieuwe krantenstrip te ontwikkelen. Hij besloot een vrouwelijk hoofdpersonage te bedenken dat op het gebied van moed, intelligentie en lichamelijke vaardigheden kon wedijveren met de traditionele mannelijke avonturenhelden.
Daarbij herinnerde hij zich het vluchtelingenmeisje dat hij tijdens de oorlog in Perzië had ontmoet. Haar combinatie van kwetsbaarheid, trots en overlevingsdrang werd de basis voor Modesty Blaise, een vrouw met een uitzonderlijk moeilijke jeugd die zich had opgewerkt tot leidster van een internationale criminele organisatie.
Voor de nieuwe strip werkte O'Donnell opnieuw samen met Jim Holdaway. Het oorspronkelijke plan was de strip in de Daily Express te publiceren, maar de krant wees het voorstel uiteindelijk af. Het verleden van Modesty als crimineel zou niet geschikt zijn voor een familiekrant.
De Evening Standard nam de strip vervolgens over. Op 13 mei 1963 verscheen de eerste aflevering, waarmee een reeks begon die tot 2001 zou doorlopen.
Modesty Blaise was volgens O'Donnells achtergrondverhaal afkomstig uit een gewelddadige en ontwrichte omgeving. Als jong meisje had zij zich aangesloten bij een kleine criminele groepering in Tanger, die zij later uitbouwde tot een internationaal netwerk, bekend als The Network. Nadat zij zich uit de georganiseerde misdaad had teruggetrokken, vestigde zij zich in Engeland.
Haar belangrijkste metgezel was Willie Garvin, een voormalige crimineel die zij had geholpen zijn leven een andere richting te geven. De twee vormden een hecht duo en waren volledig op elkaar aangewezen, zonder een conventionele romantische relatie te onderhouden.
In hun avonturen namen zij het op tegen misdaadorganisaties, ontvoerders, huurmoordenaars en andere tegenstanders. Daarbij maakten zij gebruik van hun gevechtstechnieken, inventiviteit en persoonlijke contacten.
De combinatie van actie, humor, morele dilemma's en de wederzijdse loyaliteit van de hoofdpersonen droeg bij aan de populariteit van de reeks. De Britse romanschrijver Kingsley Amis sprak zijn bewondering uit voor de boeken en beschouwde Modesty en Willie als een bijzonder geslaagd fictief duo.
Jim Holdaway verzorgde de tekeningen van Modesty Blaise vanaf het begin van de reeks tot zijn overlijden in 1970. Vervolgens werd de strip voornamelijk getekend door de Spaanse tekenaar Enrique Badia Romero. Tijdens een onderbreking in diens betrokkenheid namen onder anderen John Burns, Pat Wright en Neville Colvin het tekenwerk over.
De strip werd internationaal verspreid en verscheen in kranten in ongeveer veertig landen. In totaal schreef O'Donnell meer dan tienduizend dagelijkse stripafleveringen.
Op 11 april 2001, zijn 81e verjaardag, verscheen de laatste aflevering van de oorspronkelijke krantenstrip. Daarmee kwam na bijna 38 jaar een einde aan een van zijn belangrijkste werkzaamheden.
Het succes van de strip leidde tot belangstelling vanuit de filmindustrie. O'Donnell schreef een scenario voor een verfilming, maar de uiteindelijke speelfilm uit 1966, geregisseerd door Joseph Losey en met Monica Vitti in de titelrol, week sterk af van zijn oorspronkelijke opzet.
O'Donnell was weinig ingenomen met de verfilming. Zijn oorspronkelijke scenario gebruikte hij als basis voor de roman Modesty Blaise, die in 1965 verscheen. Het boek werd een succes en vormde het begin van een reeks van elf romans en twee verhalenbundels.
De boeken boden O'Donnell meer ruimte om de achtergronden, onderlinge verhoudingen en persoonlijkheden van zijn hoofdpersonages uit te werken dan de dagelijkse krantenstrip. De verhalen verschenen bij Souvenir Press en Pan Books en werden in verschillende talen vertaald.
In 1996 verscheen Cobra Trap, de laatste verhalenbundel over Modesty Blaise. Hierin gaf O'Donnell de levensgeschiedenis van zijn beide hoofdpersonen een afsluiting.
Naast zijn werk aan avonturenstrips en spionageromans begon O'Donnell in de jaren zeventig historische avonturenromans te schrijven onder het vrouwelijke pseudoniem Madeleine Brent.
De boeken speelden zich voornamelijk af in de negentiende eeuw en hadden doorgaans een jonge vrouw als hoofdpersoon. Vaak groeide deze op onder moeilijke omstandigheden, in een afgelegen of exotische omgeving, waarna zij tijdens haar zoektocht naar haar afkomst of familiegeschiedenis met gevaarlijke situaties werd geconfronteerd.
De verhalen combineerden historische achtergronden met romantiek, spanning en avontuur. De hoofdpersonen waren veelal zelfstandige vrouwen die hun eigen lot probeerden te bepalen, een kenmerk dat ook in O'Donnells verhalen over Modesty Blaise terugkomt.
De eerste roman onder deze naam, Tregaron's Daughter, verscheen in 1971. Tot 1986 volgden nog acht romans. Met Merlin's Keep, verschenen in 1977, won O'Donnell in 1978 de Romantic Novel of the Year Award in de categorie historische romans, uitgereikt door de Britse Romantic Novelists' Association.
O'Donnell beperkte zich niet tot boeken en krantenstrips. Hij schreef ook voor televisie, film en toneel.
In 1966 werkte hij aan de Britse televisieserie Take a Pair of Private Eyes. Twee jaar later schreef hij het scenario voor de avonturenfilm The Vengeance of She (1968), een vervolg op de film She uit 1965.
Ook schreef hij het toneelstuk Murder Most Logical, dat in 1974 werd opgevoerd en later onder de titel Mr. Fothergill's Murder bekend werd. Het stuk was geïnspireerd op een terloopse verwijzing in zijn oorspronkelijke scenario voor Modesty Blaise. Het werd in 1982 in het Londense West End opgevoerd.
Na de afsluiting van de krantenstrip in 2001 trok O'Donnell zich terug uit het dagelijkse schrijfwerk. In zijn latere levensjaren leed hij aan de ziekte van Parkinson.
Hij overleed op 3 mei 2010 in Brighton, op negentigjarige leeftijd. Hij liet zijn echtgenote Constance en hun twee dochters, Jill en Janet, achter.
Na zijn overlijden werd O'Donnell in verschillende Britse kranten herdacht als een belangrijke schrijver van avonturenstrips. Vooral zijn schepping Modesty Blaise en de bijna vier decennia durende samenwerking met verschillende striptekenaars werden daarbij benadrukt.
| Jaar | Oorspronkelijke titel | Soort |
|---|---|---|
| 1965 | Modesty Blaise | Roman |
| 1966 | Sabre-Tooth | Roman |
| 1967 | I, Lucifer | Roman |
| 1969 | A Taste for Death | Roman |
| 1971 | The Impossible Virgin | Roman |
| 1972 | Pieces of Modesty | Verhalenbundel |
| 1973 | The Silver Mistress | Roman |
| 1976 | Last Day in Limbo | Roman |
| 1978 | Dragon's Claw | Roman |
| 1981 | The Xanadu Talisman | Roman |
| 1982 | The Night of Morningstar | Roman |
| 1985 | Dead Man's Handle | Roman |
| 1996 | Cobra Trap | Verhalenbundel |
| Jaar | Oorspronkelijke titel |
|---|---|
| 1971 | Tregaron's Daughter |
| 1973 | Moonraker's Bride |
| 1975 | Kirkby's Changeling (ook verschenen als Stranger at Wildings) |
| 1977 | Merlin's Keep |
| 1979 | The Capricorn Stone |
| 1981 | The Long Masquerade |
| 1983 | A Heritage of Shadows |
| 1984 | Stormswift |
| 1986 | Golden Urchin |
In 1978 ontving O'Donnell onder zijn pseudoniem Madeleine Brent de Romantic Novel of the Year Award in de categorie historische romans voor Merlin's Keep. De prijs werd toegekend door de Romantic Novelists' Association, een Britse beroepsorganisatie voor schrijvers van romantische fictie.