| Pierre Langerock | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsinformatie | ||||
| Nationaliteit | ||||
| Geboortedatum | 19 september 1859 | |||
| Geboorteplaats | Gent | |||
| Overlijdensdatum | 14 september 1923 | |||
| Overlijdensplaats | Leuven | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | Architect | |||
| Werkveld(en) | architectuur | |||
| Werken | ||||
| Belangrijke projecten | • Gemeentehuis, Desteldonk • St-Lambertuskerk (Westerlo) • St-Carolus-Borromeüskerk (Westerlo) • Abdij van Keizersberg (Leuven) • Gemeentehuis (Retie) • St-Agathakerk, Wilsele-Putkapel • St-Pieterskerk (Sint-Pieters-Rode) • Station van Binche • Kasteel van Rethy • "Nieuw kasteel" (Westerlo) • St-Hubertuskerk (Bosvoorde) • St-Niklaaskerk (Laakdal) • Onze-Lieve-Vrouwekerk (Kortenberg) | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Archieflocatie | KADOC Documentatie- en Onderzoekscentrum voor religie, cultuur en samenleving | |||
| ||||
Pierre François Clément Isidore Langerock (Gent, 19 september 1859 - Leuven, 14 september 1923) was een Belgisch architect. Zijn bouwwerken horen hoofdzakelijk tot de stijl van de neogotiek. Hij voerde ook heel wat restauraties uit.
Langerock, zoon van een Gentse aannemer-architect, studeerde af aan de Sint-Lucasschool van Gent in 1881. Daarna ging hij in Leuven als stagiair op het architectenbureau van Joris Helleputte werken. In 1885 trouwde hij met Marie-Louise Emérence Van Pee (Leefdaal 4 oktober 1864 - Leuven 19 augustus 1935). Ze kregen elf kinderen.
Samen met Alphonse Van Houcke zette Langerock zich aan het publiceren van een losbladig werk, gewijd aan de Belgische monumenten onder de titel Oude Bouwwerken in Vlaanderen - Anciennes Constructions en Flandre. De jaargangen 1881 en 1882 waren het werk van de beide jonge architecten. Met een onderbreking publiceerde Langerock, alleen ditmaal, nog twee jaargangen in 1887 en 1888. In totaal bevat deze verzameling 240 platen en ettelijke bladzijden redactionele tekst.
Toen Helleputte het te druk kreeg met politieke en universitaire activiteiten, verdeelde hij in 1889 zijn cliënteel onder zijn medewerkers, waardoor Langerock de kans kreeg zijn eigen bureau op te richten. Hij ontwierp een diversiteit aan gebouwen: burgerhuizen en kastelen, een station, gemeentehuizen, een postgebouw, een schuur, een school, kerken en kapellen. Daarnaast realiseerde hij ook nutsvoorzieningen en, als interieurarchitect ensembles van decoratieve elementen en meubilair.
Langerock was tevens actief in de monumentenzorg en verwezenlijkte heel wat restauraties. Hij werd corresponderend lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten in Brabant. Omstreeks 1909 werd hij ook lid van de gilde van St.-Thomas en St.-Lucas en van de gilde van St.-Jozef.
Zijn opleiding aan de Sint-Lucasschool en bij Helleputte maakte van hem een overtuigd aanhanger van de neogotiek, meer bepaald van de Brabantse variant ervan. Als restaurateur paste hij het principe van de eenheid in stijl toe. Bekende restauratieprojecten van zijn hand zijn het Paleis van de Grote Raad van Mechelen en het stadhuis van Leuven.
Opgeleid aan de Sint-Lucasschool vóór 1890 behoorde hij tot de tweede generatie Sint-Lucasarchitecten. In hun ontwerpen combineerden ze moderne elementen (nieuwe materialen, productiemethoden en constructietechnieken) met de historiserende neogotische vormentaal. Voor het neogotische "Nieuwe Kasteel" in Westerlo ontwierp Langerock een volledig ijzeren dakgebinte.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtte Langerock naar Den Haag en begon er een meubelzaak onder de naam 'La Belgica'. Na zijn terugkeer in België kon hij zich ten volle inzetten voor de wederopbouw van het land. Toen hij in 1923 overleed, namen zijn zonen Julien (1886-1926) en Arthur (1895-1952) zijn architectenbureau over. Langerock werd begraven in een familiegraf op het kerkhof van de Abdij van 't Park te Leuven.



