| Plataan | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Typische bladderende stam van een gewone plataan | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| geslacht | ||||||||||||||
| Platanus L. (1753) | ||||||||||||||
| Bladeren en bloemhoofdjes van de gewone plataan | ||||||||||||||
| ||||||||||||||

Plataan (Platanus) is een geslacht van bomen, het enige uit de plataanfamilie (Platanaceae).
Platanen worden 30-35 meter hoog en ontwikkelen zeer brede kruinen, soms enkele kruinen, met een diameter van 8-12 meter. De grote bladeren en het dichte bladerdek maken platanen tot veel toegepaste schaduwbomen. Vooral in Zuid-Europa zijn platanen bepalend voor het straatbeeld. Platanen worden echter ook in België en Nederland als park-, laan- en straatboom aangeplant.
De soorten zijn eenhuizig. De bloemen groeien in karakteristieke bolvormige hoofdjes, die los aan de takken hangen. De vrucht is een dopvruchtje, dat in de bolvormige vruchthoofdjes lang aan de boom kan blijven hangen, tot zelfs in het voorjaar. Platanen hebben een verspreide bladstand. Het jonge blad en de twijgen zijn dicht bezet met stervormige haren. Als de haren uitvallen kunnen deze soms allergische reacties, zoals jeuk en irritaties aan de slijmvliezen, veroorzaken.
Karakteristiek is de stam, waarvan de schors, doordat er stukken afvallen, verschillende kleuren bruin en groen vertoont.
Platanus is van het Griekse platos: breed, zo genoemd omdat de bladeren zeer breed zijn en ook de bladerkroon breed is.
Er zijn in de Benelux twee soorten (beide niet inheems) en een veel toegepaste kruising te vinden:
Aangeplant wordt echter vooral een kruising tussen deze twee soorten: de gewone plataan (Platanus ×hispanica).
Het geslacht omvat de volgende soorten: