Post-partum-PTSS

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een angststoornis die kan ontstaan na het meemaken van een traumatische gebeurtenis zoals een aanslag of verkrachting. Sinds medio jaren 90 zijn er wetenschappelijke publicaties waarin wordt aangegeven dat een bevalling ook als een traumatische gebeurtenis ervaren kan worden. PTSS na een bevalling komt voor bij ongeveer 1-2% van de vrouwen.[bron?] PTSS wordt alleen vastgesteld indien aan alle DSM-5-criteria wordt voldaan, 22-40% van de vrouwen heeft wel kenmerken van PTSS maar voldoet niet aan alle criteria.[bron?]

Risicofactoren voor PTSS na bevalling

Medisch verloop van de zwangerschap en/of bevalling

Ervaring van de bevalling

Psychosociale factoren

Gevolgen van PTSS door een traumatische bevalling

Zorgwekkend is dat er aanduidingen zijn dat vrouwen medische behandelingen zoals uitstrijkjes vermijden. Voor veel vrouwen bestaat de grootste zorg in de dagelijkse moeilijkheden die zij tegenkomen bij de hechting met hun baby. De baby kan hierbij gezien worden als constante herinnering aan en oorzaak van het trauma.

Verschil met post-partumdepressie

Wat PTSS na een bevalling onderscheidt van een post-partumdepressie (PPD; ook vaak 'postnatale depressie' genoemd) is vooral dat bij PTSS herbelevingen (flashbacks) optreden, verhoogde waakzaamheid en schrikreacties. Ongewild komen bijvoorbeeld beelden van de bevalling of de geur van het ziekenhuis sterk in herinneringen terug of krijgen vrouwen nachtmerries (wat tot slaapproblemen kan leiden). Deze oncontroleerbare herbelevingen kunnen erg ingrijpend zijn voor het dagelijks functioneren. Flashbacks kunnen leiden tot angstaanvallen. Als gevolg hiervan gaan getroffenen vaak factoren vermijden die deze gedachten triggeren.

Het lichaam van de vrouw is constant 'alert' door de stresshormonen, dit leidt tot prikkelbaarheid, onrust en angst. Dit kan, bovenop de last die het legt op de psyche en het lichaam van de vrouw, leiden tot relatieproblemen en onbegrip van anderen, terwijl sociale steun juist heel belangrijk is bij het verwerken van een heftige bevalling.

Obstetrisch geweld

Met obstetrisch geweld wordt gedoeld op de door vrouwen waargenomen aantasting van het lichaam door hulpverleners tijdens een bevalling. Slachtoffers kunnen ook het gevoel hebben dat zij sterk onder druk gezet of gedwongen zijn tijdens de bevalling bepaalde procedures te ondergaan, zonder dat ze voldoende informatie over die procedures hebben gekregen, dus behandelingen zonder geïnformeerde toestemming. In het Engels wordt hiervoor de term birth rape ('bevallingsverkrachting') gebruikt, nadat bleek dat de beleving van een traumatische bevalling overeenkomsten vertoont met die van een verkrachting. De Nederlandse term obstetrisch geweld omvat meer dan "birth rape", ook het gekleineerd of niet gehoord worden tijdens een bevalling vallen er bijvoorbeeld onder. Daan Borrel noemt in de Volkskrant voorbeelden die gaan van microagressie (grappen maken over geboorteplannen, vijandigheid tegenover doula's, het aanraken van zwangeren zonder toestemming) tot ernstiger grensoverschrijdend gedrag (het trekken van de dodebabykaart, pijn belachelijk maken, aandringen op interventies) tot ernstig fysiek geweld: gedwongen of ongevraagde interventies zoals een knip, inwendig onderzoek of keizersnede.

Rodante van der Waal, filosoof en vroedvrouw (verloskundige), schreef een boek over obstretisch geweld en reproductieve rechtvaardigheid, Baas in eigen buik: Een essay over reproductieve rechtvaardigheid (2025, Nijgh & Van Ditmar, ISBN 9789038816357). Ze beschrijft de 'onteigening van baarmoeders' en gebruikt daarbij onder meer "historische analyse, politieke theorie (onder meer Michel Foucault, Silvia Federici en Achille Mbembe)" en persoonlijke ervaringen en observaties. Het boek kwam op de longlist van de Socratesbeker.

Tokofobie

Tokofobie is een pathologische angst voor bevallen wat kan leiden tot het vermijden van een bevalling (door bijvoorbeeld een geplande keizersnede te eisen in plaats van natuurlijk te bevallen). Tokofobie komt voor bij ongeveer 13% van de vrouwen. Er zijn twee soorten te onderscheiden:

De angst van vrouwen die lijden aan tokofobie is meestal gericht op:

Mogelijke behandelvormen

Eye Movement Desensitization and Reprocessing

Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) is een behandeling bij PTSS-klachten. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van EMDR waaruit werkzaamheid is gebleken. Er zijn gevallen bekend waarbij na enkele behandelsessies al effect merkbaar was. In andere gevallen is de behandeling een jarenlang proces. Het uitgangspunt van EMDR is dat het maken van zijwaartse oogbewegingen in combinatie met het ophalen van de traumatische herinnering leidt tot vermindering van de levendigheid en de emotionele lading van die herinnering.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van gedragstherapie en gesprekstherapie. Tijdens deze therapie staan de cognities centraal: gedachtes, fantasieën, herinneringen en opvattingen over bepaalde gebeurtenissen. Bij cognitieve gedragstherapie leert de cliënt negatieve gedachtepatronen te ontdekken en te veranderen, zoals:

Ook gevoelens van afstand tot de baby of boosheid kunnen hierin een rol spelen. Wanneer de cliënt leert deze negatieve gedachtes anders te interpreteren, kan zij objectiever kijken naar wat er gebeurd is. Hierdoor kunnen uiteindelijk negatieve gevoelens verdwijnen die worden opgewekt door het terugdenken aan de bevalling.

Screeningsvragenlijst PTSS

Om iemand te bevragen over de gevolgen van een traumatische gebeurtenis kan gebruik worden gemaakt van de Trauma Screening Questionnaire (TSQ) vragenlijst. Deze luidt als volgt:

Deze vragenlijst gaat over uw persoonlijke reactie op de traumatische gebeurtenis die u heeft meegemaakt. Geef aan (ja/nee) of u ten minste 2 maal in de afgelopen week het volgende hebt ondervonden.
  1. Verontrustende gedachten of herinneringen aan de gebeurtenis die in uw hoofd opkomen tegen uw wil in.
  2. Verontrustende dromen over de gebeurtenis.
  3. U gedragen of u voelen alsof de gebeurtenis opnieuw plaatsvindt.
  4. Van streek raken door dingen die u aan de gebeurtenis herinneren.
  5. Lichamelijke reacties (zoals snelle hartslag, steen in de maag, zweten, duizeligheid) wanneer u herinnerd wordt aan de gebeurtenis.
  6. Moeilijk in slaap kunnen komen of te vroeg wakker worden.
  7. Geïrriteerdheid of woedeaanvallen.
  8. Moeite hebben met concentreren.
  9. Verhoogd bewustzijn van mogelijke gevaren voor uzelf en anderen.
  10. Gespannen zijn of schrikken van iets onverwachts.

Het gaat mogelijk om PTSS indien zes of meer van bovenstaande vragen met 'ja' beantwoord worden.

Gebruikte informatie