| Potamon fluviatile IUCN-status: Gevoelig (2008) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Potamon fluviatile (Herbst, 1785) Originele combinatie Cancer fluviatilis | ||||||||||||
| Verspreidingsgebied | ||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||
| ||||||||||||
| (en) World Register of Marine Species | ||||||||||||
| ||||||||||||
Potamon fluviatile is een krabbensoort uit de familie van de Potamidae. De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1785 voor het eerst geldig gepubliceerd door Johann Friedrich Wilhelm Herbst.
Potamon fluviatile bereikt een rugschildlengte van 5 cm; vrouwtjes zijn iets kleiner dan mannetjes. De eerste gonopode is S-vormig en het eindelement ervan is voorzien van een gelijkmatig afgeronde mesiale richel. Het basale deel van het subterminale element is aan de buitenzijde dicht behaard. De caudale lamina is, naast setae, dicht bedekt met lange haren. De epigastrische lobben zijn prominent aanwezig.
Potamon fluviatile leeft op rivieroevers en graaft holen tot wel een meter diep. Deze holen kunnen meerdere uitgangen hebben. Mannetjes graven soms meerdere holen langs beide oevers om hun territorium beter te kunnen bewaken. Jonge exemplaren verschuilen zich onder stenen en in spleten onder dichte begroeiing. Een vervelling voorafgaand aan de geslachtsrijpheid vindt plaats bij een rugschildlengte van ongeveer 15 mm, gevolgd door een vervelling bij een lengte van 35 mm, waarbij de dieren geslachtsrijp worden.
Potamon fluviatile is een alleseter. Hij voedt zich met plantaardig materiaal en algen, maar jaagt ook op kikkers, kikkervisjes, slakken, grote insecten en zelfs kleinere krabben. De jacht vindt voornamelijk 's nachts plaats.
Potamon fluviatile is afkomstig van het Balkanschiereiland. Ongeveer 15.000 jaar geleden verspreidde de soort zich op natuurlijke wijze naar Italië en Malta. Tegenwoordig komt de soort voor in de westelijke Balkan (Dalmatië, Albanië, Griekenland), Italië (inclusief Sicilië) en Malta. Populaties in Noordwest-Afrika (Tunesië, Algerije, Marokko) – voorheen geclassificeerd als de ondersoorten P. f. algeriense en P. f. berghetripsorum – worden nu beschouwd als een aparte soort: Potamon algeriense. De soort wordt als potentieel bedreigd beschouwd; de populaties nemen sterk af, met name op Malta, als gevolg van de vernietiging van waterlopen.