Progressieve rock of progrock (soms kortweg prog en soms ook symfonische rock genoemd) is een vorm van rockgeoriënteerde muziek die opkwam in de late jaren zestig en haar hoogtepunt bereikte in de jaren zeventig en tachtig. Progressieve rock kent in vergelijking met andere populaire muziek complexere composities en langere nummers. De muziek wordt gekenmerkt door lang uitgesponnen nummers vol tempo- en themawisselingen.
De voorlopers van progressieve rock (ook wel art rock genoemd) waren psychedelische rock en de muzikale experimenten van verschillende bands en van Frank Zappa. De stijl kwam op in de jaren zestig nadat in 1966 The Beach Boys met het album Pet Sounds en The Beatles met Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band de popmuziek in een nieuwe richting hadden gebracht, waarin meer plaats was voor experiment en vernieuwing. Bands als Procol Harum en The Moody Blues verwerkten daarna elementen uit de klassieke muziek in hun werk.
De klassieke progressieve rock zelf ontwikkelt zich vanaf 1969 eerst voornamelijk in Engeland, en bereikt een hoogtepunt in de jaren zeventig met als belangrijkste bands Pink Floyd, Soft Machine, King Crimson, Emerson, Lake & Palmer, Genesis, Gentle Giant, Jethro Tull, Van der Graaf Generator, Rush, Yes, Camel en Caravan.
De muziek werd in het begin als vernieuwend opgevat en was een logisch vervolg op eerdere experimenten met invloeden uit de klassieke muziek en de jazz. De virtuositeit van de muzikanten, velen hadden een voltooide opleiding in de klassieke muziek, stond borg voor complexe muziekstukken en bij de uitvoering van de muziek werden theatrale effecten niet geschuwd. Emerson, Lake & Palmer vuurden een kanon af tijdens hun live shows, Gentle Giant gebruikte meer dan 30 verschillende instrumenten tijdens een show, en Jethro Tull bracht het album Thick as a Brick uit in een krant, waarbij het volgens de band zelf meer tijd zou hebben gekost om de krant te maken dan het album zelf.
Naarmate de jaren zeventig vorderden, verloor de progressieve rock steeds meer aan invloed. Bands bestonden vaak weliswaar uit geschoolde en vaardige muzikanten, maar in 1977 zorgde de punk voor een omwenteling en verschoof de waardering en de smaak van een groot deel van het publiek naar de rauwere en expressievere, primaire 3-akkoordenrock.
Rond 1980 was het genre op sterven na dood. Slechts enkele bands bleven doorgaan, anderen wijzigden hun muzikale koers. De bands bleven succesvol voor het trouwe publiek.[bron?]
Een opleving van de stijl volgde enkele jaren later, met bands als Marillion en IQ. Van een progressieve stijl was nu geen sprake meer doordat veel bands die tot deze neo-prog behoorden sterk teruggrepen op de muziek van oorspronkelijke bands zoals Genesis.
Hoewel in de jaren tachtig en negentig veel van de oude bands een comeback maakten, is progrock voor een beperkte groep liefhebbers. De stijl oefent weinig invloed meer uit op de rest van de muziekwereld. Desondanks blijft de muziekstijl populair bij een (beperkte) groep liefhebbers en kent ook de tijd na de milleniumwisseling heel goede en (binnen de scene) bekende bands, bijvoorbeeld Albion en Riverside (beide uit Polen); Unitopia (Australië) en Mystery (Canada).
In de jaren negentig leefde de progressieve rock in artistieke zin weer op met bands als Porcupine Tree, The Flower Kings, Spock's Beard / Neal Morse en TransAtlantic. Medio jaren negentig werd ook progressieve metal – progrock met heavymetalinvloeden – meer populair. Bands als het Nederlandse Ayreon, met zijn symfonische spacy rockopera's, het Amerikaanse Tool, met hun duistere cryptische teksten, en het Amerikaanse Dream Theater, met hun virtuositeit, zorgden voor een opleving van het genre.
Het Nederlandstalige muziektijdschrift iO Pages is al meer dan 25 jaar een autoriteit voor recensies in dit genre.
Er zijn aspecten in de progressieve rockmuziek die kenmerkend zijn voor het genre. Niet elke band zal al deze aspecten hebben, en de lijst is ook onvolledig, maar ze komen wel opvallend vaak voor.
Progressieve rock is vooral een Europese aangelegenheid, in Amerika is progrock meer vermengd met hardrock.
Binnen de klassieke progressieve rock worden vaak nog de verscheidene subgenres of verwante genres beschouwd, zoals:
Sommige artiesten gingen in hun carrière meer bij een ander genre aanleunen, of definieerden een nieuw genre. Enkele van de krautrockgroepen zoals Tangerine Dream en Kraftwerk gaven bijvoorbeeld een aanzet tot elektronische muziek, Cluster kan ambient genoemd worden. Verschillende artiesten en groepen, zoals Gong op het eind van de jaren zeventig of Bill Bruford op zijn solowerk, hadden heel wat muziek met jazzinvloeden, en worden vaak bij de jazzrock of fusion genoemd.