| Psalm 91 | ||||
|---|---|---|---|---|
Psalm 91:11 bij de Porta Angelica van de muur van Vaticaanstad | ||||
| Auteur | Mogelijk Mozes of David | |||
| Oorspronkelijke taal | Hebreeuws | |||
| Genre | Psalm | |||
| ||||
Psalm 91, in de Septuagint en de Vulgaat Psalm 90, ook bekend als Qui habitat, is een psalm uit de Psalmen in de Hebreeuwse Bijbel. De psalm wordt veelal aangehaald onder verwijzing naar Gods bescherming in tijden van nood. Vanuit de Masoretische traditie wordt Mozes aangehaald als oorspronkelijke schrijver, maar de Septuagint schrijft de psalm toe aan koning David.[bron?]
Tijdens een Joodse begrafenis wordt Psalm 91 zeven keer voorgedragen. Soms gebeurt het dat de kistdragers stoppen met naar het graf lopen nadat de psalm een keer is voorgelezen, om pas weer verder te lopen als de psalm weer wordt voorgedragen. Bij de begrafenis van een vrouw gebeurt dit stoppen niet, maar wordt de psalm wel zeven keer herhaald.
Tijdens de verzoeking van Christus in de woestijn haalt Satan vers 11 en 12 van deze psalm aan (Matteüs 4:6; Lucas 4:10-11).