Psathyrellaceae

Psathyrellaceae
Gewone glimmerinktzwam (Coprinellus micaceus)
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie
Psathyrellaceae
Vilgalys, Moncalvo & Redhead (2001)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Psathyrellaceae op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Psathyrellaceae is een familie van schimmels uit de orde Agaricales (plaatjeszwammen). Het typegeslacht is Psathyrella. De familie werd in 2001 formeel beschreven door Rytas J. Vilgalys, Jean-Marc Moncalvo en Scott Alan Redhead.

Tot de familie behoren onder andere franjehoeden, glimmerinktzwammen en verschillende andere inktzwammen. Sommige soorten hebben vruchtlichamen waarvan de lamellen bij het rijpen door autolyse vervloeien tot een donkere, inktachtige massa. Bij andere soorten blijven de lamellen intact en verdrogen de vruchtlichamen.

Taxonomie

De familie Psathyrellaceae werd in 2001 afgebakend op basis van moleculair onderzoek naar de verwantschappen binnen het vroegere geslacht Coprinus. Daarbij bleek dat dit geslacht in de traditionele, ruime opvatting geen natuurlijke verwantschapsgroep vormde. Het geslacht Coprinus in engere zin, met onder andere de geschubde inktzwam (Coprinus comatus), werd ondergebracht in de familie Agaricaceae. De geslachten Coprinellus, Coprinopsis en Parasola werden samen met onder andere Psathyrella in de Psathyrellaceae geplaatst.

Later moleculair onderzoek toonde aan dat ook Psathyrella in de toenmalige ruime opvatting geen monofyletisch geslacht vormde. Verschillende soorten werden daarom ondergebracht in afzonderlijke geslachten.

In 2020 publiceerden Wächter en Melzer een uitgebreide fylogenetische herziening, gebaseerd op meer dan 18.000 DNA-sequenties. Hierbij werden onder meer de geslachten Candolleomyces, Britzelmayria, Narcissea, Olotia, Punjabia en Tulosesus onderscheiden. Ook werd Hausknechtia als afzonderlijk geslacht beschreven.

De taxonomische indeling wordt nog steeds aangepast op basis van nieuw morfologisch en moleculair onderzoek. Zo werd in 2022 het geslacht Jugisporipsathyra beschreven en in 2025 Cantonopsathyra.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De vruchtlichamen van veel Psathyrellaceae zijn tamelijk teer en breekbaar. De hoeden kunnen klokvormig, kegelvormig of gewelfd zijn. Vooral bij soorten van Psathyrella is de hoed vaak dunvlezig en breekbaar. Bij soorten van Parasola is de hoed veelal sterk radiaal gegroefd. De vorm en structuur van de hoed verschillen echter aanzienlijk tussen de geslachten.

De lamellen zijn bij veel soorten aanvankelijk lichtgekleurd en worden donkerder naarmate de sporen rijpen. Bij verschillende inktzwammen, vooral soorten van Coprinopsis en Coprinellus, kunnen de lamellen gedeeltelijk of geheel vervloeien. Bij andere geslachten, waaronder Psathyrella en Lacrymaria, treedt deze vervloeiing niet op.

Microscopische kenmerken

De basidiosporen zijn doorgaans bruin tot donkerbruin gepigmenteerd. Bij veel soorten zijn ze gladwandig en voorzien van een kiempore, hoewel deze soms klein of moeilijk zichtbaar is. De sporen kunnen ook een afwijkende oppervlaktestructuur vertonen. Bij Lacrymaria komen wrattige sporen voor en bij Jugisporipsathyra zijn sporen met opvallende ribvormige ornamentatie beschreven.

De vorm en aanwezigheid van cystiden zijn belangrijke kenmerken bij de determinatie. Zo ontbreken pleurocystiden bij Candolleomyces, terwijl cheilocystiden aanwezig zijn. Ook de bouw van de hoedhuid en de aanwezigheid van een velum worden gebruikt om geslachten en soorten van elkaar te onderscheiden.

Ecologie

De meeste soorten van de Psathyrellaceae leven saprotroof en breken dood organisch materiaal af. Ze groeien onder andere op rottend hout, houtresten, humus, strooisel en mest, maar ook op de bodem van bossen, graslanden en andere open terreinen. Sommige soorten komen voor op voedselrijke of door menselijke activiteiten beïnvloede standplaatsen.

De voorkeur voor bepaalde substraten verschilt per soort. De gewone glimmerinktzwam (Coprinellus micaceus) groeit bijvoorbeeld op dood loofhout, waaronder stronken en stammen. De duinfranjehoed (Psathyrella ammophila) is daarentegen een bodembewonende saprotroof die vooral in zeeduinen voorkomt.

Geslachten

Op basis van de fylogenetische herziening van Wächter en Melzer (2020) en latere publicaties worden onder andere de volgende geslachten tot de Psathyrellaceae gerekend:

Deze opsomming is niet uitputtend. De afgrenzing van sommige geslachten en de plaatsing van afzonderlijke soorten zijn nog onderwerp van taxonomisch onderzoek.

Soorten

Onderstaande tabel geeft een selectie van soorten uit de familie, met hun Nederlandse en wetenschappelijke namen. Voor de nomenclatuur is gebruikgemaakt van Index Fungorum en Species Fungorum, terwijl de Nederlandse namen zijn ontleend aan de NDFF Verspreidingsatlas.

Nederlandse naamWetenschappelijke naam
BundelfranjehoedBritzelmayria multipedata
Bleke franjehoedCandolleomyces candolleanus
BezemfranjehoedCandolleomyces lacuum
LisdoddefranjehoedCandolleomyces typhae
ZwerminktzwamCoprinellus disseminatus
Gewone glimmerinktzwamCoprinellus micaceus
Bleke glimmerinktzwamCoprinellus pallidissimus
Gladstelige glimmerinktzwamCoprinellus truncorum
Kleine viltinktzwamCoprinellus xanthothrix
Grote kale inktzwamCoprinopsis atramentaria
Zijige inktzwamCoprinopsis insignis
HazenpootjeCoprinopsis lagopus
Witte mestinktzwamCoprinopsis nivea
SpechtinktzwamCoprinopsis picacea
DadelfranjehoedHomophron spadiceum
Tranende franjehoedLacrymaria lacrymabunda
Korrelige mestinktzwamNarcissea cordispora
Rondsporig plooirokjeParasola galericuliformis
Gewoon plooirokjeParasola plicatilis
DuinfranjehoedPsathyrella ammophila
Sierlijke franjehoedPsathyrella corrugis

Taxonomische wijzigingen

Verschillende soorten die oorspronkelijk tot Psathyrella werden gerekend, zijn op basis van fylogenetisch onderzoek overgebracht naar andere geslachten. Zo heet de bleke franjehoed tegenwoordig Candolleomyces candolleanus en wordt de bundelfranjehoed ingedeeld als Britzelmayria multipedata.

De sierlijke franjehoed, die vroeger ook onder de naam Psathyrella gracilis bekendstond, wordt in Species Fungorum behandeld onder de naam Psathyrella corrugis.

De bezemfranjehoed werd oorspronkelijk beschreven als Psathyrella lacuum, maar is in 2026 gecombineerd onder de naam Candolleomyces lacuum.