Kleinsporig uitbreekkommetje

Kleinsporig uitbreekkommetje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi
Stam:Ascomycota
Klasse:Leotiomycetes
Onderklasse:Leotiomycetidae
Orde:Helotiales
Familie:Ploettnerulaceae
Geslacht:Pyrenopeziza
Soort
Pyrenopeziza depressuloides
(Gremmen) Gremmen (1958)
Synoniemen

Mollisia depressuloides

Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het kleinsporig uitbreekkommetje (Pyrenopeziza depressuloides) is een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae. De soort leeft saprotroof op afgestorven delen van kruidachtige planten.

Taxonomie

De soort werd in 1955 door de Nederlandse mycoloog J. Gremmen beschreven als Mollisia depressuloides. In 1958 plaatste hij de soort over naar het geslacht Pyrenopeziza, waardoor de huidige combinatie Pyrenopeziza depressuloides ontstond.

Kenmerken

De apotheciën zijn zeer klein. Ze zijn aanvankelijk komvormig en worden later meer afgeplat. Bij beschreven materiaal bedroeg de diameter ongeveer 0,2–0,5 mm. Het hymenium is donkerbruin en de buitenzijde heeft ongeveer dezelfde kleur, terwijl de rand opvallend lichter tot witachtig kan zijn.

De asci zijn achtsporig en hebben een amyloïde apicale ring. De ascosporen zijn eencellig, hyaliene tot licht olijfkleurig en meten bij recent onderzocht materiaal 10,3–13,4 × 2,2–2,5 µm. Ze bevatten talrijke kleine oliedruppeltjes. De randharen zijn olijfbruin en staan dicht opeen.

Ecologie

Het kleinsporig uitbreekkommetje groeit op afgestorven kruidachtige plantendelen, vooral op stengels. In Nederland wordt de soort vooral in ruigtevegetaties vermeld. De oorspronkelijke Nederlandse vondst groeide op overjarige stengels van grote klit (Arctium lappa, destijds vermeld als Arctium major).

Uit Servië is een vondst uit 2023 bekend op plantendelen van viltganzerik (Potentilla argentea). Ook zijn vondsten gemeld die mogelijk tot deze soort behoren op Arctium minus in Spanje en op een Cirsium-soort in Duitsland.

Verspreiding

In Nederland komt het kleinsporig uitbreekkommetje 'zeer zeldzaam' voor. Voor een zekere determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk. De oorspronkelijke Nederlandse vindplaats is Oranje Nassau's Oord bij Renkum, waar de soort op 23 september 1954 werd verzameld. Dit materiaal vormde de basis voor de beschrijving door Gremmen in 1955.

Ook buiten Nederland lijkt de soort slechts weinig te zijn waargenomen. In 2023 werd zij aangetroffen op de Fruška Gora in Servië; deze vondst werd in 2024 gepubliceerd.