| Stomp uitbreekkommetje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Pyrenopeziza inapiculata Declercq (2002) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het stomp uitbreekkommetje (Pyrenopeziza inapiculata) is een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae. Het leeft saprotroof op afgestorven delen van kruidachtige planten. De soort is vooral bekend van gele lis (Iris pseudacorus) en komt voor in vochtige biotopen zoals rietlanden en oevervegetaties.
Pyrenopeziza inapiculata werd in 2002 als nieuwe soort beschreven door de Belgische mycoloog Bernard R.G.J.A. Declercq. Het holotype werd op 3 mei 2001 verzameld in de Bourgoyen bij Gent in België, op dode bladeren van gele lis (Iris pseudacorus). Het exemplaar, met collectienummer Declercq 01-018, wordt bewaard in het herbarium van de Universiteit Gent.
Een tweede collectie waarop de oorspronkelijke beschrijving was gebaseerd werd in april 2001 gevonden in het Kloosterbos bij Wachtebeke, eveneens op dode bladeren van gele lis.
De apotheciën zijn klein, schijfvormig, zittend en vlak tot licht convex. In de oorspronkelijke beschrijving meten ze ongeveer 0,5–0,9 mm in diameter. Het hymenium is grijs en het centrum wordt bij uitdroging ivoorkleurig. De buitenzijde is bruin en wordt naar de rand toe bleker, waardoor een witachtig randje ontstaat.
Bij Franse vondsten werden apotheciën van ongeveer 0,3–0,7 mm beschreven. Deze waren antracietgrijs en naar de rand toe bleker tot witachtig. Bij deze exemplaren was tevens een subiculum aanwezig.
De asci zijn cilindrisch tot knotsvormig, achtsporig en meten in de oorspronkelijke beschrijving 37–65 × 7–7,5 µm. Ze ontstaan vanuit haken. De ascosporen liggen in twee rijen. De ringvormige apicale porie kleurt blauw in IKI.
De sporen zijn spoelvormig, recht tot licht gebogen, glad en hyaliene. Ze zijn aanvankelijk ongesepteerd en meten ongeveer 11–15 × 2,2–2,5 µm. Ze bevatten zowel kleine sterk lichtbrekende als grotere zwak lichtbrekende druppels.
De parafysen zijn cilindrisch en gesepteerd. Ze zijn aan de basis ongeveer 2–2,5 µm breed, soms in het onderste gedeelte vertakt, en verbreden zich naar de top tot ongeveer 3–4 µm.
Het ectale excipulum bestaat uit grijsbruine textura angularis. Aan de rand bevinden zich korte cilindrische tot knotsvormige, bleekbruine tot hyaliene eindcellen. Die voor veel soorten van Pyrenopeziza kenmerkende langere randvezels ontbreken.
Bij een Franse collectie werden asci van 50–56 × 6–7 µm en ascosporen van (10,5–)11–12,5 × 2–2,5(–2,8) µm gemeten.
Het stomp uitbreekkommetje leeft saprotroof op afgestorven kruidachtige plantendelen. Volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas groeit de soort vooral op stengels in rietlanden en oevervegetaties.
De oorspronkelijke Belgische vondsten werden gedaan op dode bladeren van gele lis. Ook in het Franse Marais Poitevin werd de soort gevonden op vochtige, afgestorven delen van gele lis. De auteurs merken op dat de soort daar vooral in het voorjaar kan worden gevonden in vochtige gebieden met afgestorven en zwart geworden lisstengels.
In Nederland komt het stomp uitbreekkommetje 'zeer zeldzaam' voor. Deze zeldzaamheidsklasse is gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023.
De soort werd oorspronkelijk beschreven uit België. Later is hij onder meer in Frankrijk aangetroffen. In 2011 werden meerdere exemplaren gevonden in het Marais Poitevin in het departement Deux-Sèvres. De auteurs vermoedden dat de soort in vochtige gebieden algemener kan zijn dan het kleine aantal bekende vondsten doet vermoeden. De soort is daarnaast uit Servië gemeld, waar in 2019 een collectie werd gevonden op een afgestorven stengel van een kruidachtige plant in Fruška Gora.