Frambozenuitbreekkommetje

Frambozenuitbreekkommetje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Onderstam:Pezizomycotina
Klasse:Leotiomycetes
Onderklasse:Leotiomycetidae
Orde:Helotiales
Familie:Ploettnerulaceae
Geslacht:Pyrenopeziza
Soort
Pyrenopeziza rubi
(Fr.) Rehm (1878)
Synoniemen
  • Excipula rubi
  • Mollisia rubi
  • Pseudopeziza rubi
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het frambozenuitbreekkommetje (Pyrenopeziza rubi) is een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae. Het is een kleine saprotrofe zakjeszwam die vooral groeit op afgestorven stengels en twijgen van planten uit het geslacht Rubus, waaronder framboos. In Nederland wordt de soort voornamelijk aangetroffen in struwelen en hakhout.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De apotheciën zijn zeer klein en ongeveer 0,5–1 mm breed. Ze zijn ongesteeld en staan verspreid op het substraat. Het hymenium is geelachtig grijs. Jonge vruchtlichamen hebben een opvallende brede, witachtige rand, terwijl de buitenzijde middelbruin is. Aan de buitenzijde bevinden zich uitstekende, knotsvormige eindcellen.

De vruchtlichamen ontwikkelen zich op of vanuit het afgestorven plantenweefsel en kunnen door de buitenste laag van de stengel naar buiten breken. Op dode stengels van framboos zijn vruchtlichamen voornamelijk van het voorjaar tot in de zomer vermeld.

Microscopische kenmerken

De asci meten ongeveer 40–60 × 5–7 µm, bevatten acht sporen en hebben een amyloïde top. De parafysen zijn smal en gesepteerd en hebben afgeronde toppen. De ascosporen meten ongeveer 7–9,5 × 2–3 µm. Ze zijn hyalien, glad en hebben afgeronde uiteinden. In het door Uzun, Acar en Akçay beschreven materiaal werden sommige sporen als gesepteerd beschreven.

Voor een zekere determinatie is volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas microscopische controle noodzakelijk.

Ecologie

Het frambozenuitbreekkommetje leeft saprotroof op afgestorven stengels en twijgen van Rubus. In de Nederlandse standaardlijst wordt het beschouwd als een houtbewonende saprotroof van dode twijgen in struwelen en hakhout. In de literatuur wordt met name framboos (Rubus idaeus) als substraat genoemd. Ook zijn vondsten bekend op andere Rubus-soorten.

Verspreiding

Het frambozenuitbreekkommetje is uit verschillende delen van Europa bekend. De oorspronkelijke naam Excipula rubi werd door Elias Magnus Fries beschreven op basis van materiaal uit Zweden. De soort is onder meer gedocumenteerd uit Spanje en werd in 2017 voor het eerst uit Turkije gemeld.

In Nederland komt het frambozenuitbreekkommetje 'zeer zeldzaam' voor. Deze zeldzaamheidsklasse is in de Verspreidingsatlas gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. Een oudere Nederlandse vermelding betreft een vondst bij Wageningen uit 1953.

Taxonomie

De soort werd in 1822 door Elias Magnus Fries beschreven als Excipula rubi. Heinrich Rehm plaatste de soort in 1878 in het geslacht Pyrenopeziza als Pyrenopeziza rubi. Species Fungorum accepteert deze naam en deelt de soort in bij de familie Ploettnerulaceae.

In de literatuur zijn verschillende andere namen voor de soort gebruikt, waaronder Cenangium rubi, Mollisia rubi en Pseudopeziza rubi.