
Pyroxeniet of (verouderd) pyroxenoliet is een grofkorrelig kristallijn gesteente met een ultramafische samenstelling, dat voor een groot deel uit een of meerdere mineralen uit de pyroxeengroep bestaat. Gewoonlijk bevat pyroxeniet daarnaast een of meerdere van de mineralen olivijn, hoornblende (amfibool) of biotiet.
De naam pyroxeniet werd ingevoerd door Ferdinand Senft en Henri Coquand in 1857. Pyroxeniet is een generieke naam die verder ingedeeld wordt in verschillende typen.

Voor het ineens stollen van een lichaam van ultramafisch magma zijn fysische omstandigheden nodig die in het bovenste deel van de Aarde (lithosfeer, asthenosfeer) niet voorkomen. Pyroxeniet ontstaat vooral als cumulaatgesteente door kristalfractionatie. Pyroxeen begint te kristalliseren op het moment dat de geleidelijke afkoeling de smelttemperatuur van het mineraal bereikt. Pyroxeenkristallen zinken dan naar de bodem van de magmakamer, waar ze accumuleren. Ondanks de afwijkende ontstaanswijze wordt pyroxeniet in de IUGS-classificatie als stollingsgesteente geclassificeerd.
Als ultramafisch gesteente bestaat de modale mineralogie van pyroxeniet per definitie uit minstens 90% mafische mineralen (olivijn, pyroxeen, hoornblende, biotiet en oxiden van ijzer en titanium). Ultramafisch gesteente wordt verdeeld in drie hoofdgroepen: naast pyroxeniet zijn dit peridotiet (rijker in olivijn) en hoornblendiet (rijker in amfibool). Pyroxeniet gaat over in peridotiet wanneer meer dan 40% van de mafische mineralen olivijn is. Het gaat over in hoornblendiet als minstens 50% hoornblende (amfibool) is.
Pyroxeniet wordt verder ingedeeld op grond van de verhouding tussen clinopyroxeen, orthopyroxeen en andere mineralen. Clinopyroxeniet en Orthopyroxeniet bevatten respectievelijk minstens 90% clino- en orthopyroxeen. Websteriet is pyroxeniet waarin zowel clino- als orthopyroxeen een belangrijk aandeel hebben.
Als een aanzienlijke hoeveelheid (>5%) van een ander mineraal dan pyroxeen aanwezig is, kan dat mineraal aan de naam worden toegevoegd. Olivijn-pyroxeniet bijvoorbeeld bevat naast een aanzienlijk aandeel pyroxeen ook ten minste 5% olivijn. Ook aanvullende mineralen zoals granaat, plagioklaas of spinel kunnen als ze kenmerkend zijn aan de gesteentenaam worden toegevoegd. Pyroxeniet dat het mineraal chromiet (een lid van de spinelgroep) bevat kan bijvoorbeeld "chromiethoudend pyroxeniet" genoemd worden. "Plagioklaashoudend pyroxeniet" is pyroxeniet met tot 10% plagioklaas. Als gesteente meer plagioklaas bevat is het geen ultramafisch maar mafisch gesteente, zoals gabbroïde of dioriet.