| Plaats in Palestina | |||
|---|---|---|---|
| Coördinaten | 32°5'7"NB, 35°19'48"OL | ||
| Overig | |||
| Website | Officiële website | ||
| Foto's | |||
| |||

Qusra (Arabisch: قُصرة) is een Palestijns dorp in het gouvernement Nablus van Palestina. Het is gelegen in het noorden van de Westelijke Jordaanoever van Palestina, 26 kilometer ten zuid-oosten van de stad Nablus. Het dorp ligt zo'n 741 m boven zeeniveau. Het grondgebied van Qusra omvat ongeveer 8.887 dunams.
Ten oosten van Qusra liggen de dorpjes Majdal Bani Fadil en Duma (Westelijke Jordaanoever), ten westen ligt Talfit; ten noorden van Qusra ligt Jurish, en in het zuiden Jalud. Sinds 1994 heeft Qusra een dorpsraad, bestaande uit 9 leden benoemd door de Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA).
In 2017 had Qusra 5.418 inwoners.
Er zijn vier moskeeën en een aantal scholen. Voor middelbaar en hoger onderwijs zijn de studenten aangewezen op de scholen in Nablus, op 26 km afstand, en Ramallah op ongeveer 35 km.
In 1596 stond het dorp geregistreerd in de belastingregisters van het Ottomaanse Rijk als Qusayra in de Nahiyah van Jabal Qubal in de Sanjak van Nablus.
In 1838 was Qusra (gespeld als Kausara) gerubriceerd als een moslim dorp in het subdistrict van el-Beitawi van Nablus (Nabulus)
Tijdens het Britse mandaat van 1920-1948 over Palestina had Qusra in 1922 707 inwoners In 1945 waren er 1120 inwoners, allen moslims, op een grondgebied van 8938 dunams.
Na terugtrekking van de Britten uit Palestina in 1948, riepen zionistische Joodse leiders de staat Israël uit, waarna de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 uitbrak. Na de oorlog in 1967 kwam de Westelijke Jordaanoever onder bestuur van Jordanië. Qusra had toen 1312 inwoners..
In 1967 veroverde Israël de Westelijke Jordaanoever en kwam Qusra onder militaire bezetting van Israël en begon Israël met de bouw van Israëlische nederzettingen in het Palestijnse gebied, die bewoond werden door Joodse Israëlische kolonisten. In 1974 werd op geconfisqueerd grondgebied van Qusra een Israëlische nederzetting, Migdalin, gebouwd; er kwam een militaire basis en militaire controleposten (checkpoints). In 2000 werden twee illegale Israëlische buitenposten (outposts) Esh Kodesh en Ahiya opgezet, op eveneens geconfisqueerd grondgebied van Qusra en het nabijgelegen dorpje Jalud. Door de restricties van de bezetting zijn de scholen steeds moeilijker bereikbaar. Maar ook de Palestijnse industrie en de agrarische sector in dit gebied hebben eronder te lijden.
Qusra is een van de meest met geweld geïsoleerde gebieden in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, omringd door Israëlische nederzettingen. Sinds de vestiging van meerdere nederzettingen worden de inwoners en land van Qusra en omliggende Palestijnse dorpjes, waaronder Jalud, regelmatig aangevallen door kolonisten uit de illegale buitenposten van de nederzettingen. Israëlische soldaten kijken toe of komen vaak later opdagen waarbij ze de kolonisten in begeleiden en in bescherming nemen en Palestijnse inwoners arresteren of dwingen te vertrekken. - Voor zaken betreffende veiligheid ligt het grootste deel van Qusra in (zone B en C) van de Oslo-akkoorden (1993-1996) onder militaire controle van Israël; de Palestijnse Autoriteit heeft daar geen juridische bevoegdheid -
In september 2011 kwamen kolonisten uit de illegale buitenpost Migron naar de moskee in Qusra. Ze braken de ruiten en gooiden brandende autobanden naar binnen. Ze spoten graffitti op de muren met in het Hebreeuws "Mohammed is een varken" en "dit is wraak"; de dag daarvoor had het Hooggerechtshof van Israël besloten dat drie bouwsels in de illegale buitenpost gesloopt moesten worden. Onduidelijk is of er gehoor is gegeven aan de uitspraak van het Hooggerechtshof. Vijf dagen eerder, tijdens de olijfoogst, hadden kolonisten uit dezelfde buitenpost zo'n 100 olijfbomen ontworteld. De inwoners werden daarna door Israëlische militairen bevolen om van hun land te vertrekken, die daarbij de benen van een 21 jarige man beschoten.
Internationale reacties:
Later diezelfde maand, enkele uren nadat premier Mahmoud Abbas een formeel verzoek bij de Verenigde Naties voor erkenning van een Palestijnse staat had ingediend, vielen honderden kolonisten uit Esh Kodesh en andere buitenposten Qusra binnen, vielen de inwoners aan en verwoesten landbouwgrond. Bij de botsingen kwamen Israëlische soldaten om de kolonisten weg te leiden waarbij de 35-jarige Palestijn Issam Badran door een soldaat werd doodgeschoten. In 2010 werd een tiener uit Qusra door een kolonist ontvoerd en geslagen.
In december 2017 werd de 48-jarige Mahmoud Odeh in zijn rug doodgeschoten na een woordenwisseling met kolonisten, terwijl hij met twee van zijn kinderen, 22 en 5 jaar oud, op zijn land werkte. Hij was de oom van de in 2011 doodgeschoten Issam. De burgemeester van Qusra, Muhammad Jaber, vertelde dat er alleen al in de laatste zes jaar 180 kolonisten-aanvallen waren, en dat de problemen echt begonnen na de vestiging van de Esh Kodesh buitenpost in 2000 op buitengebied van het dorp.
Door de extreemrechtse 37e regering van Israël (2022) met premier Benjamin Netanyahu worden maatregelen en wetten aangenomen om delen van de Westelijke Jordaanoever versneld te annexeren, wat wordt aangestuurd door de Minister van Financiën Bezalel Smotrich en Minister van Veiligheid Itamar Ben Gvir. In 2022 bleek - uit een intern document van de Israëlische Civil Administration (CA) in de Westelijke Jordaanoever - de nauwe samenwerking van de staat en de kolonisten bij het onteigenen en verdrijven van de Palestijnse bevolking.
Sinds de oorlog in Gaza vanaf 2023 is het geweld van kolonisten tegen de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever in hevige mate toegenomen, geruggensteund door het Israëlische leger (IDF). Terwijl het IDF verwoestende aanvallen en razzia's uitvoert in de grote steden Nablus, Jenin en de vluchtelingenkampen daarbij, vallen extreem nationalistische religieus zionistische kolonisten de kleine, verspreid liggende boeren- en bedoeïenendorpen binnen, bedreigen de inwoners en vallen hen met geweld aan, stelen hun bezittingen, vernielen hun huizen, en ontwortelen hun olijfgaarden.
In juli 2024, na een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) over de Israëlische bezetting en de kolonisten, werden in Qusra de boeren en internationale vrijwilligers die hen begeleiden naar hun olijfboomgaarden, aangevallen door kolonisten van Esh Kodesh. De aanwezige Israëlische soldaten verrichtten geen arrestaties en weigerden noodhulp in te roepen. Drie vrijwilligers werden voor behandeling naar het ziekenhuis in Nablus gebracht. Tijdens een bezoek aan een olijfgaard bij Qusra in oktober 2024 werd een delegatie van de Spaanse regering aangevallen door Israëlische soldaten en gewapende kolonisten.
In maart 2026 opende een groep gewapende paramilitaire kolonisten het vuur op burgers en huizen en vielen hen aan waarbij een Palestijn werd gedood en drie gewond. Gemaskerde kolonisten uit de buitenpost Esh Kodesh vielen het dorp binnen en gooiden stenen naar burgers, voertuigen en ramen, en proberen huizen binnen te dringen. Onder hen was een kolonist die als IDF-reservist dienst deed en (tijdelijk) in hechtenis werd genomen door het IDF, nadat een inwoner was gedood en drie gewond waren. Het geweld verspreidde zich rond de dorpjes rond Nablus, waaronder Jalud waar in januari een school in brand was gestoken en haat-graffiti was aangebracht. Na gevechten met gewelddadige kolonisten werden twee moskeeën in brand gestoken nadat er vernielingen in waren aangericht; ook werden eigendommen van burgers gestolen.
Begin augustus 2026 werd in de buitenwijk Ras al-Ain van Qusra op een heuvel aan de rand met Jalud, gelegen tussen de illegale buitenposten Esh Kodesh en Ahiya, een familiehuis aangevallen door kolonisten die het huis omsingelden en de stroomtoevoer afsloten. De bewoners van omliggende huizen werden door het leger gelast te vertrekken en sommige huizen werden vervolgens als militaire post ingenomen. De Israëlische grenspolitie had journalisten tegengehouden die er eerder al naar toe wilden gaan. En tijdens de dagenlange belegering door kolonisten werd hulp in de vorm van levensmiddelen als ook medische hulp door het IDF tegengehouden.
Kolonisten hadden in de tuin van het door hen belegerde huis een tent opgezet als 'buitenpost', waarna het IDF delen van Qusra tot militaire zone verklaarde - verboden voor onbevoegde Israëlische burgers - en de bewoners van 7 huizen dwong uit hun huizen te vertrekken met het oog op de ontruiming van deze buitenpost. Twee van die families werden in een derde huis ondergebracht, ook omringd door kolonisten. Een familie werd toegestaan terug te keren naar hun huis. Daar ontdekten ze dat de memory-kaart die de belegering van kolonisten had vastgelegd door de soldaten was gestolen. Een andere teruggekeerde Palestijn constateerde een grote ravage en miste een som geld na bezetting van zijn huis door soldaten. Om ontruiming te voorkomen, verzamelden zich daarna vele kolonisten bij de tent, die daar gingen bidden; waaraan ook militairen deelnamen. De poging tot ontruiming bleek een botsing met de soldaten, die daarop vertrokken; de kolonisten bleven en blokkeerden de weg met rotsblokken. De meeste bewoners zijn nog niet teruggekeerd. De kolonisten belegerden al vijf dagen lang drie huizen, blokkeerden de deuren en voorkwamen dat de inwoners eruit konden. Een van de huizen heeft een Palestijns-Amerikaanse eigenaar, bewoond door zijn broer en neef. Hij vertelde dat zij al dagenlang geen toegang hadden tot levensmiddelen en water; dat ze al maandenlang aangevallen werden en dat na hun oproep aan de politie het leger kwam, maar geen actie ondernam tegen de kolonisten die door en over hun terrein rondstruinden; dat het IDF medeplichtig is: "de kolonisten vallen ons aan en wij zijn degenen die mishandeld worden".
De ambassadeur van de VS, Mike Huckabee, noemde de belegering een "weerzinwekkende actie van terreur" en de kolonisten "Israëlische terroristen". Hij zei dat de VS-ambassade de Israëlische veiligheidstroepen had gevraagd deze kolonisten te verwijderen. Er veranderde niets.
Op 26 augustus 2026, na al ruim 2 weken van belegering, wilde parlementslid MK Ofer Cassif van de Hadash-partij de Palestijnse families in Qusra bezoeken. IDF-soldaten probeerden dat te verhinderen; en ze maakten een foto waarop een soldaat deed alsof hij door Cassif aangevallen werd. Door bemoeienis van hoge functionarissen kon hij de families uiteindelijk bereiken.