| Rabatak-inscriptie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Situering | ||||
| Land | ||||
| Coördinaten | 36° 9′ NB, 68° 24′ OL | |||
| Informatie | ||||
| Cultuur | Kushana | |||
| Vondstjaar | 1993 | |||
| Collectie | Nationaal Museum van Afghanistan | |||
| ||||
De Rabatak-inscriptie is een steen met tekst in de Bactrische taal en het Griekse schrift, gevonden in 1993 in Rabatak, nabij Surkh Kotal in Afghanistan. De inscriptie dateert uit de 2e eeuw na Christus en heeft betrekking op de heerschappij van de Kushana-keizer Kanishka en geeft aanwijzingen over de genealogie van de Kushana-dynastie.
De Rabatak-inscriptie werd gevonden nabij de top van een kunstmatige heuvel, een Kushana-site, vlakbij de hoofdweg Kabul-Mazar, ten zuidoosten van de Rabatak-pas die momenteel de grens vormt tussen de provincies Baghlan en Samangan. Ze werd gevonden door Afghaanse moedjahedien die een loopgraaf groeven aan de top van de site, samen met verschillende andere stenen beeldhouwwerken die sindsdien verdwenen zijn, zoals de poten van een gigantische stenen leeuw.
Een Engelse hulpverlener, verbonden aan de ontmijningsorganisatie HALO Trust, maakte een foto van de inscriptie en meldde de ontdekking. De foto werd naar het British Museum gestuurd, waar Joe Cribb de betekenis ervan als officieel document met de namen van vier Kushana-koningen herkende. Hij concludeerde dat het leek op een inscriptie die in de jaren 1950 in Surkh Kotal was gevonden door de Franse archeologische delegatie in Afghanistan. Cribb deelde de foto met Nicholas Sims-Williams van de School of Oriental and African Studies, een van de weinigen die de Bactrische taal kunnen lezen. Er kwamen meer foto's binnen van medewerkers van HALO Trust, en een eerste vertaling werd in 1996 gepubliceerd door Cribb en Sims-Williams.
Vanwege de Afghaanse Burgeroorlog duurde het jaren voordat verder onderzoek mogelijk was. In april 2000 reisde Jonathan Lee, een Engelse specialist in de Afghaanse geschiedenis, samen met Robert Kluijver, directeur van de Society for the Preservation of Afghanistan's Cultural Heritage, van Mazar-i-Sharif naar Pol-e Chomri, de provinciale hoofdstad van Baghlan, om de steen te lokaliseren. Ze werd uiteindelijk gevonden in een opslagplaats van het Ministerie van Mijnbouw en Industrie. Lee maakte foto's waardoor Sims-Williams een nauwkeurigere vertaling kon publiceren. Nadat Sims-Williams de steen persoonlijk had onderzocht leverde hij in 2008 nog een vertaling.
In juli 2000 reisde Robert Kluijver met een delegatie van het Nationaal Museum van Afghanistan naar Pol-e Chomri om de stenen inscriptie, die tussen 500 and 600 kilogram woog, op te halen. Ze werd per auto naar Mazar-i Sharif gebracht en vandaar naar Kabul gevlogen. Destijds voerden de Taliban een gunstig beleid ten aanzien van het behoud van het Afghaanse culturele erfgoed, inclusief het pre-islamitische erfgoed. De inscriptie, waarvan de historische waarde inmiddels door Sims-Williams was vastgesteld, werd het pronkstuk van een tentoonstelling van de weinige overgebleven artefacten in het museum van Kabul, wat leidde tot een kortstondige heropening van het museum op 17 augustus 2000. Hoge Talibanfunctionarissen maakten bezwaar tegen de tentoonstelling van pre-islamitisch erfgoed, wat leidde tot de sluiting van het museum. De Rabatak-inscriptie werd naar een veilige plek overgebracht. De omkering van het cultureel-erfgoedbeleid leidde uiteindelijk tot de vernietiging van de Boeddha's van Bamyan en andere pre-islamitische beelden.
De Rabatak-inscriptie is sinds 2004 weer te zien in het heropende Nationaal Museum van Afghanistan in Kabul.
De oorspronkelijke site werd in maart 2002 opnieuw door Robert Kluijver bezocht. Ze was geplunderd en vernield, naar verluidt door de lokale commandant van Rabatak.

De eerste regels van het opschrift beschrijven Kanishka als volgt:
De grote verlosser, de rechtvaardige, rechtmatige autocraat, waardig om goddelijke aanbidding te ontvangen, die het koningschap heeft verkregen van Nana en van alle goden, die het jaar één heeft ingewijd zoals de goden het behaagden
Hierna volgt een verklaring over het schrift van de inscriptie zelf, waaruit blijkt dat Kanishka de taal die hij in zijn inscriptie gebruikte zelf omschreef als de "Arya-taal".
Hij was het die de Ionische taal ["ιωνα", Yona, Grieks] afschafte [d.w.z. het gebruik ervan stopzette] en vervolgens de Arya-taal ["αρια", Arya] introduceerde.
Kanishka kondigt ook het begin van een nieuw tijdperk aan, dat inging in het jaar 1 van zijn regering, waarmee hij het tot dan toe gebruikte "grote Arya-tijdperk" afschafte, mogelijk doelend op het Vikrama-tijdperk van 58 v.Chr.
Regels 4 tot en met 7 beschrijven de steden die onder het bewind van Kanishka stonden, waarvan er vier namen te herkennen zijn: Saketa, Kausambi, Pataliputra en Champa, hoewel de tekst niet duidelijk maakt of Champa een bezit van Kanishka was of net daarbuiten lag. De Rabatak-inscriptie is belangrijk omdat ze de werkelijke omvang van de Kushan-heerschappij onder Kanishka suggereert, die aanzienlijk verder reikte dan de traditioneel aangenomen grenzen.
Ten slotte gaf Kanishka een lijst van koningen die voor hem regeerden: Kujula Kadphises als zijn overgrootvader, Vima Takto als zijn grootvader, Vima Kadphises als zijn vader, en Kanishka zelf.