Een rafelingstester is een meetinstrument waarmee slijtage (rafeling) van asfalt gemeten kan worden in het laboratorium. In de rafelingstester wordt een plaat asfalt in korte tijd zwaar belast door een wringende wielbelasting om de weerstand tegen rafeling te bepalen. In Nederland gebruikte methodes zijn de Aachener-Ravelling-Tester (ARTe), ontwikkeld door de Universiteit van Aken en de Rotating Surface Abrasion Test (RSAT), ontwikkeld door Breijn (Heijmans).
Door onderzoek met een rafelingstester kunnen asfaltmengsels kwalitatief worden onderscheiden op hun gevoeligheid voor rafeling; een kwantitatieve analyse is tot op heden helaas niet mogelijk. De essentie van een rafelingstest is dat een wringspanning wordt uitgeoefend op het te testen materiaal. Deze wringspanning representeert de spanningen die op het wegdek worden uitgeoefend door het optrekken, afremmen en sturen van een voertuig en de grip van de band op het wegdek. In de testopstelling wordt in enkele uren de belasting van enkele jaren nagebootst.
Rafelingstesten worden met name uitgevoerd op (tweelaags) ZOAB en SMA. Naast proefstukken met nieuw materiaal kunnen ook kunstmatig verouderde proefstukken worden getest. Hiervoor wordt gebruikgemaakt diverse verouderingstechnieken in het laboratorium. In het lab kunnen niet alle invloedsfactoren worden meegenomen die ook in de praktijk optreden (zoals UV-licht, en lekvloeistoffen), maar geconcludeerd kan worden dat de kunstmatige verouderingsprocedure redelijk overeenkomt met praktijkveroudering.


In de ARTe en de RSAT wordt de wringspanning op het materiaal gegenereerd door het proefstuk in het horizontale vlak te bewegen, terwijl deze van bovenaf door een band wordt belast. In beide proeven wordt de rafelingsweerstand bepaald door het aantal grammen steenverlies van het proefstuk te bepalen. Dit wordt gedaan door de proefstukken voor en na de proef te wegen.