Folkloristische reuzen kunnen het best worden geclassificeerd in reuzentypes naar de identiteit of het motief dat zij verbeelden. Er bestaat geen universeel vastgestelde typologie: Henri Vannoppen onderscheidde in de Vlaamse reuzencultuur ongeveer vijftien reuzentypes, terwijl UNESCO een bredere indeling hanteert in onder meer historische, Bijbelse, legendarische en lokale figuren, mythische helden, dieren en ambachten. De categorieën kunnen elkaar overigens overlappen; een reus kan bijvoorbeeld tegelijk een historische figuur én een lokale identiteitsdrager zijn.

De classificatie van de reuzen kan schematisch onderverdeeld worden in menselijke figuren (historisch, lokaal, legendarisch, religieus), beroepen en sociale types, producten en landbouwgewassen, dieren en fabeldieren, en collectieve of symbolische figuren (families, stadsmaagden, bijnamen en gemeenschapsfiguren). Deze indeling is vooral bruikbaar als analytisch model: de categorieën zijn niet exclusief. Een reus als Aspergilda is bijvoorbeeld zowel een streekproductreus als een vrouwelijke personificatie van de lokale identiteit, terwijl Ros Beiaard zowel een dier, een legendarisch personage als een symbool van Dendermonde is. Dat past bij de bredere erfgoedopvatting dat reuzen in de eerste plaats dragers zijn van de identiteit van een gemeenschap.

Deze reuzen stellen een werkelijk bestaande persoon uit het verleden voor die een bijzondere betekenis heeft voor de stad of streek. Voorbeelden zijn Mercator van Rupelmonde, naar de cartograaf Gerard Mercator; Hertog Jan I van Leuven, gebaseerd op de middeleeuwse hertog van Brabant; en de Mechelse Grootvader, die als Romeins uitziende figuur onderdeel is van de historische Mechelse reuzenfamilie. De historische reuzen sluiten aan bij het gebruik om de plaatselijke geschiedenis letterlijk als personage in de stoet te laten verschijnen.
Deze categorie omvat personages die niet noodzakelijk historisch belangrijk zijn, maar die verbonden zijn met het dagelijkse leven, de volkscultuur of de collectieve herinnering van een bepaalde plaats. Een voorbeeld is Trieneke van Schoonaarde uit Erps-Kwerps, die als dorpsfiguur wordt genoemd; Gullemoei van Gilze, die de identiteit van de gemeenschap van Gilze verbeeldt; en Jantje van Sluis, gebaseerd op een lokale held en volksverhaal rond de stad Sluis. Dergelijke reuzen functioneren vooral als personificatie van de lokale gemeenschap.

Een afzonderlijke groep wordt gevormd door figuren die zich ergens tussen geschiedenis en legende bevinden. Het bekendste voorbeeld is Ros Beiaard van Dendermonde, het paard uit de Karelromantiek; ook Goliath van Aat (Ath) en Sint-Joris van Bergen (Mons) behoren tot deze traditie. UNESCO rekent dergelijke figuren tot de legendarische of mythische personages en benadrukt dat hun optreden verbonden is met de geschiedenis en identiteit van de stad.
Een oudere categorie bestaat uit personages uit de Bijbel en de christelijke traditie. Voorbeelden zijn Goliath, Sint-Joris en Sint-Christoffel. Deze categorie sluit aan bij de middeleeuwse oorsprong van processiereuzen, waarbij Bijbelse figuren en heiligen deel uitmaakten van religieuze processies en ommegangen.
Binnen de religieuze reuzen kan men de heiligen als afzonderlijke subcategorie onderscheiden, vooral wanneer zij als patroon van een stad, dorp of parochie fungeren. Voorbeelden zijn Sint-Rombout in de context van Mechelen, Sint-Willibrordus in Berkel-Enschot en Sint-Caecilia, eveneens verbonden met Enschot. De reuzen kunnen daarbij niet alleen de heilige voorstellen, maar ook de historische of religieuze identiteit van de gemeenschap verbeelden.
Sommige reuzen zijn geen historische personen maar verbeelden een mythisch, symbolisch of fantasierijk personage. UNESCO noemt bijvoorbeeld mythische helden en dieren als een belangrijke categorie. Voorbeelden zijn Bayard/Ros Beiaard, Atlas als mythologische reus in de bredere Europese reuzentraditie en de stedenmaagd/engel van Maastricht, die een allegorische personificatie van de stad vormt.

Reuzen kunnen ook een traditioneel beroep of ambacht voorstellen. Voorbeelden zijn Tist de Bezembinder en Triene de Taartenbakster uit Sint-Genesius-Rode en Jas de Keistamper uit Boxtel. In deze categorie wordt niet zozeer een concrete historische persoon weergegeven, maar een beroep, activiteit of arbeidsverleden dat kenmerkend is voor de gemeenschap.

Een bijzonder herkenbare categorie bestaat uit reuzen die een landbouwproduct, voedingsmiddel of ander streekproduct personifiëren. Voorbeelden zijn de witloofreuzen Gust de Witloofreus, Kiete Witloof en Wiske Witloof; zij verwijzen naar de witloofteelt in respectievelijk Moorsel-Tervuren, Evere en Perk. In Nederland zijn er de fruitreuzen Maaike en Kriekske van Tiel, wier namen verwijzen naar fruitsoorten. De Brabantse Wal levert daarnaast Aspergilda, die de asperge verbeeldt, en Ansjovion, die naar de regionale ansjovisvisserij verwijst.
Niet alle reuzen hebben een menselijke gedaante. Sommige stellen dieren of fabeldieren voor. Het bekendste Belgische voorbeeld is Ros Beiaard, het magische paard uit de middeleeuwse legende; daarnaast noemt UNESCO de draak als een traditionele vorm van processionele reuzenfiguur en verwijst het naar de Draak van Bergen in de strijd met Sint-Joris. Ook elders in de Europese reuzencultuur komen dieren en fabeldieren voor.

Bij een aantal tradities worden reuzen voorgesteld als een familie met ouders, grootouders en kinderen. De bekendste voorbeelden zijn de Mechelse reuzenfamilie met Vader, Moeder, Grootvader, Janneke, Mieke en Klaesken; Reuze Papa en Reuze Maman van Cassel; en de Brusselse Meyboomfamilie met onder meer Janneke, Mieke, Jefke en Rooske. Het familieconcept maakt het mogelijk om meerdere generaties en verschillende personages binnen één lokale traditie te verbinden.
Sommige reuzen zijn gebaseerd op een bijnaam van de inwoners van een stad, dorp of wijk. De reus personifieert dan als het ware de bijnaam en maakt deze zichtbaar tijdens feestelijkheden. Een voorbeeld is Gust de Witloofreus, die behalve naar een streekproduct ook naar de lokale identiteit verwijst; andere voorbeelden zijn Fraans Krèùk, die verwijst naar de Tilburgse bijnaam Kruikenzeiker, en Toon meej 't Vèèreke, die de identiteit van Riel verbeeldt. Deze categorie illustreert hoe reuzen lokale humor en volksidentiteit kunnen uitdrukken.

Een bredere categorie omvat reuzen die vooral de identiteit van een wijk, dorp, stad of vereniging belichamen zonder dat zij noodzakelijk één concrete persoon voorstellen. Voorbeelden zijn Gullemoei van Gilze, Hanne mî de Moor van Liempde en Johanna Abcovia van Goirle. Bij dergelijke reuzen is de figuur een middel om de geschiedenis, gewoonten, landschappelijke kenmerken en sociale identiteit van de gemeenschap samen te brengen.
Ten slotte zijn er reuzen die rechtstreeks voortkomen uit een plaatselijke sage, legende of volksverhaal. Voorbeelden zijn Jantje van Sluis, Ros Beiaard en Goliath. Bij deze categorie is niet noodzakelijk van belang of de figuur ooit werkelijk heeft bestaan: het is vooral het verhaal dat de reus zijn betekenis geeft.