| Rob Rombout | ||
|---|---|---|
Rob Rombout (2024) | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboren | juli 8, 1953 (73 jaar) Amsterdam | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | Documentairemaker, fotograaf, filmdocent | |
| Website | www | |
Rob Rombout (Amsterdam, 8 juli 1953) is een Nederlands documentairemaker, fotograaf en filmdocent. Hij groeide op in de Zaanstreek en verhuisde in 1975 naar Brussel, dat sindsdien zijn werkbasis vormt; sinds enkele jaren woont en werkt hij daarnaast in Portugal. Sinds zijn debuut in het midden van de jaren tachtig regisseerde hij een vijftiental lange en middellange documentaires waarin reizen, eilanden, ontdekkingsreizen en het Nederlandse zeevaartverleden terugkerende thema's vormen: van het transatlantische lijnschip Queen Elizabeth 2 tot de subantarctische Kerguelen-archipel, van het Noorse Spitsbergen tot een zes uur durende roadmovie langs vijftien Amerikaanse provinciestadjes die alle de naam Amsterdam dragen.
Zijn films werden uitgezonden door onder meer ARTE, France 2, France 3, TV5 Monde, RTBF en de VRT. Ze werden geselecteerd voor festivals als het IDFA, dat hem in zijn permanente archief opnam, Cinéma du réel in het Centre Pompidou te Parijs, het Festival du nouveau cinéma de Montréal en WorldFest Houston. De Bibliothèque nationale de France houdt een persoonlijke autoriteitsfiche over hem bij; zijn werk is opgenomen in de curatorale catalogus van het internationale arthouse-streamingplatform MUBI en in het distributiefonds van Vidéographe te Montréal, sinds 1971 het oudste onafhankelijke videodistributiecentrum van Noord-Amerika.
Rombout is medeoprichter van DocNomads, het eerste Europese masterprogramma documentaire cinema dat door de Europese Commissie werd bekroond met het Erasmus Mundus-keurmerk, en doceert sinds 1988 regie aan de LUCA School of Arts in Brussel. In 2022 wijdde filmwetenschapper Marc-Emmanuel Mélon hem een monografie van 256 bladzijden bij uitgeverij Yellow Now; in 2024 verscheen bij dezelfde uitgever de fotomonografie Portraits on the Road, met een viertalig voorwoord van Joost de Vries, adjunct-hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. In september 2025 wijdde de Cinemateca Portuguesa te Lissabon een driedelig retrospectief aan zijn werk onder de titel Rob Rombout, a mise en scène do real.
Rob Rombout werd op 8 juli 1953 in Amsterdam geboren en groeide op in Zaandam in de Zaanstreek. Hij beschreef in 2025 in een interview met het Zaanse nieuwsmedium De Orkaan zijn vroege wens om de regio te verlaten: "Toen ik tien jaar oud was, wist ik al dat ik weg wilde uit de stad." Na een aanvankelijke studie in Amsterdam verhuisde hij in 1975 naar Brussel, dat sindsdien zijn vaste woon- en werkplaats is gebleven. Hij heeft daarnaast een tweede werkbasis in Portugal, waar zijn echtgenote vandaan komt; hij pendelt tussen beide standplaatsen en geeft daarnaast regelmatig gastcolleges, masterclasses en workshops aan filmscholen op vijf continenten.
Joost de Vries vatte deze drielandige levensloop in 2024 in zijn voorwoord op Portraits on the Road samen in een formulering die sindsdien terugkeert in de kritische literatuur: "Rob Rombout komt uit Nederland, woont in Portugal, werkt in Brussel en draaide films over de hele wereld." In het programmaboek bij het Lissabonse retrospectief van 2025 wordt Portugal aangeduid als zijn "derde vaderland", na Nederland en België.
Aan het einde van de jaren zeventig sloot Rombout zich in Luik aan bij Canal Emploi, een Luikse gemeenschapszender die in 1977 was opgericht en tot de eerste Belgische televisieprojecten behoorde die het zendmonopolie van de RTBF doorbraken. Het kanaal was gericht op educatieve televisie en op het gebruik van video als instrument voor sociale interventie, vooral op het terrein van werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen. Binnen die context schreef Rombout zijn eerste scenario, Le pouvoir d'achat des chômeurs (1983), dat de scenarioprijs ontving op het Festival Jeunes Cinéastes te Brussel. Vervolgens regisseerde hij Canal Emploi-documentaires als L'Homme qui en disait trop (1985), een portret van een vakbondsafgevaardigde in conflict met zijn voormalige werkgever, en Pas de cadeau pour Noël (1986), over de ontworteling van een Rwandese immigrant in Luik. De laatste film werd in 1987 bekroond met de Premier Prix op het Festival International Ciné Vidéo Psy in Lorquin (Frankrijk). Rombout typeerde deze formatieve jaren in een ontmoeting in december 2016 in de Brusselse Pianofabriek (georganiseerd door GSARA en ZIN TV) als een tijd van armoede én collectiviteit: 's zomers stopte het werk en ontving de redactie achtereenvolgens gasten als Johan van der Keuken, Jean Frapat, Jean-Louis Comolli en Jean-Marie Piemme.
Het breukpunt in Rombouts vroege loopbaan vormt Entre deux tours (1987, 16 min.), waarin hij voor het eerst afstand neemt van de directe-cinemaconventies van de werkgevers-televisie en zich openstelt voor de esthetiek en speciale effecten van videokunst. De film plaatst twee torens tegenover elkaar: een door de steenhouwer Robert Garcet bij Eben-Emael opgerichte toren, geïnspireerd op de Toren van Babel, en de toren bij Brunssum in Nederlands Limburg, destijds in gebruik door een commandopost van de NAVO. Rombout werkte hier voor het eerst samen met monteur Jean-Pierre Bouyxou, cameraman Stéphane Collignon en componist François Weyergans. Volgens Mélon legt Entre deux tours de stilistische beslissingen vast die het hele latere oeuvre kenmerken: het object construeren, het reële in scène zetten, de natuurlijke schoonheid van de dingen filmen en plastische vormen creëren die betekenis dragen.
Entre deux tours werd in 1988 bekroond met de Grand Prix van de Jury op het Festival international du film de Montbéliard. Volgens het Belgisch-francofone cultuurtijdschrift La Revue Toudi behoorde die onderscheiding tot de meest geciteerde Belgische prijzen voor documentaire televisie in die periode. De film werd geproduceerd door Wallonie Image Production in coproductie met de RTBF.
Vanaf 1990 worden reizen en de zee de twee dragende thema's van Rombouts werk. Nord-Express (1990, 60 min.) volgt de in 1896 ingewijde treinverbinding Parijs–Moskou en wordt door Mélon getypeerd als "een reis door de geschiedenis". Twee jaar later levert Queen Elizabeth 2, transatlantique (1992, 52 min.) een portret op van het laatste transatlantische passagiersschip van de Cunard Line, door de monografie omschreven als "een drijvende stad". L'Île Noire (1994, 52 min., gedraaid op Super 16-mm en in zwart-wit en kleur gemonteerd) verlegt het terrein opnieuw: aan boord van het olieplatform F.G. McClintock in de Noordzee leven tachtig mannen en één vrouw zeven dagen per week samen in een afgesloten, vijandige ruimte. Mélon situeert de film in de structurele familie van wat hij "kantfilms" (films dentelle) noemt: portretten verweven binnen een afgesloten ruimte.
Tussen 1995 en 2000 spant Rombout een denkbeeldige meridiaan tussen de Atlantische archipel van de Azoren, de bevroren Oeral en de subantarctische zuidelijke oceaan.
In juni 1995 werd Rombout door de Portugese groep Madredeus uitgenodigd hen te vergezellen tijdens hun verblijf op de Azoren, kort na hun samenwerking met Wim Wenders aan diens speelfilm Lisbon Story. Het resultaat, Les Açores de Madredeus (1995/1996, 40 min.), legt Teresa Salgueiro en Pedro Ayres Magalhães vast in de archipel waar zij volgens hun eigen bewoording de gemengde oorsprong van hun muziek opnieuw blootleggen. De film werd in 2006 vertoond aan de Videoteca van Universidade do Minho in Braga, waar Rombout door het persbureau Lusa werd geciteerd met de formule "a procura de controlar o incontrolável, prever o imprevisível" (vrij vertaald: zoeken het onbeheersbare te beheersen, het onvoorziene te voorzien).
In 1999 trok Rombout als enige buitenlandse uitgenodigde cineast naar het Russische festival "Flahertiana", gehouden in de Oeralstad Perm en genoemd naar de Amerikaanse documentairepionier Robert Flaherty. Bij temperaturen rond −25 °C filmde hij debatten en projecties. De film, Perm-mission (1999, 52 min.), won het jaar daarop op het festival zelf de Speciale Prijs Flahertiana.
In 2000 zette Rombout koers naar de uithoeken van de zuidelijke oceaan. De Kerguelen-eilanden, in 1772 door Yves de Kerguelen in opdracht van Lodewijk XV van Frankrijk ontdekt en aanvankelijk aangeduid als de Désolation-eilanden, vormen het toneel van Le Piège de Kerguelen (2000, 40 min.). Geïnspireerd op L'Arche des Kerguelen van de Franse journalist en schrijver Jean-Paul Kauffmann, volgt Rombout een team evolutiebiologen dat het gedrag bestudeert van een wilde kattenpopulatie, afstammelingen van katten die de oorspronkelijke achttiende-eeuwse bemanning op het eiland achterliet. In datzelfde jaar ontving Le Piège de Kerguelen de Speciale Prijs op het festival "Mens en Zee" in Vladivostok.
Met Canton la Chinoise (2001, 52 min.) betrad Rombout een Chinese megastad. De film kwam tot stand in samenwerking met de Franse videokunstenaar Robert Cahen, wiens werk is opgenomen in de collecties van het Museum of Modern Art in New York, het Centre Pompidou in Parijs en het ZKM in Karlsruhe en die in 2010 een retrospectieve kreeg in het Jeu de Paume in Parijs. Hij werd in 2001 bekroond als beste documentaire op het Festival International du Cinéma Francophone in Acadië, Canada.
In datzelfde decennium ontving Rombout een carte blanche van Jean-Marie Boehm voor France 3 Alsace, hetgeen uitmondde in Les Passagers de l'Alsace (2002, 52 min.), een treindocumentaire bestaande uit acht ontmoetingen in Alsacische treincompartimenten. Voor de Arte-televisieserie Kaleidoscope (33 afleveringen, 26 min., 2000–2006, geproduceerd door Marc-Henri Wajnberg) filmde hij vervolgens twee episodes: een over het penitentiaire complex in Overloon (2003) en een over de Jagiellonische Universiteit van Krakau (2004). In 2004 keerde Rombout terug naar de zee met Queen Mary 2, la reine des mers (2004, 70 min.), gemaakt met Louis-Philippe Capelle: een documentaire over de bouw en eerste trans-Atlantische overtocht van het cruise-passagiersschip Queen Mary 2, twaalf jaar na zijn film over de Queen Elizabeth 2.
In 2005 trad Rombout op als coproducent van Trulichka van de Nederlands-Belgische cineast Jean Counet, een portret van het Letse dorp Pededze in een tijd van post-Sovjetische omwentelingen. De film ontving de VAF Wildcard 2005 en in 2007 de Holland You Doc Award op het Nederlands Film Festival te Utrecht; Trulichka werd door de VPRO, HUMAN en IKON uitgezonden. In 2010 volgde Rombouts onderzoeksreis langs de Pan-Amerikaanse Snelweg, Panamerica, roadmovie.

Een terugkerend motief in Rombouts oeuvre is de naam "Amsterdam" als wereldwijde toponiem: een naam die in de zeventiende eeuw door de Hollandse zeevaart aan de antipoden werd verspreid en sindsdien in tientallen varianten in Noord-Amerika en op afgelegen eilanden voortleeft. Aan deze diaspora van de Nederlandse hoofdstad wijdde Rombout samen met de Belgisch-Nederlandse cineast en monteur Rogier van Eck (eveneens van Nederlandse afkomst) een drieluik dat zich uitstrekt van het Hoge Noorden tot de Indische Oceaan en van de oostkust van de Verenigde Staten tot Californië.
Het eerste deel, Amsterdam via Amsterdam (eerste versie 1997, definitieve montage 2004, 80 min., uitgezonden op TV5 Monde en RTBF), is een filmische zee-expeditie van de Nederlandse hoofdstad naar twee homonieme eilanden aan de antipoden: het Île Amsterdam in de Franse Zuidelijke en Antarctische Gebieden, een in 1633 door Nederlandse zeevaarders ontdekt vulkanisch eiland in de Indische Oceaan, en Amsterdameiland (Amsterdamøya) ten noorden van Spitsbergen, een onbewoond eiland in de Noordelijke IJszee dat door Nederlandse walvisvaarders in de zeventiende eeuw werd vernoemd. De documentaire vlecht het scheepsjournaal van de zestiende-eeuwse Nederlandse zeevaarders Willem Barentsz en Cornelis de Houtman in met hedendaagse portretten. De film werd in 2005 in Bakoe vertoond op uitnodiging van The Landmark Baku, waar hij als "cinematografische expeditie naar de noordelijke en zuidelijke uithoeken van de wereld" werd geprogrammeerd. De film won meerdere Noord-Amerikaanse onderscheidingen, waaronder Best Foreign Film op het Route 66 Film Festival (Springfield, 2005), de Silver Remi Award op het 39ste WorldFest van Houston (2006) en de TV5-prijs op het Festival du nouveau cinéma de Montréal (2002).
Acht jaar later levert Amsterdam Stories USA (2012, 360 min., in vier afleveringen East — South — Midwest — West) het meest omvangrijke project uit Rombouts oeuvre op: een zes uur durende roadmovie langs vijftien Noord-Amerikaanse stadjes die alle "Amsterdam" heten. Vanaf Manhattan, het voormalige Nieuw-Amsterdam dat in 1664 door de Engelsen werd overgenomen, voert de tocht via Amsterdam in New York, Pennsylvania, Ohio, Virginia, Georgia, Mississippi, Texas, Indiana, Wisconsin, Iowa, Missouri, Montana en Idaho tot Amsterdam in Californië. Onderweg ontmoeten Rombout en Van Eck onder anderen de Amerikaanse romanschrijver Russell Banks in Saratoga Springs, Adrian Cronauer (de echte radiostem achter Robin Williams' Good Morning, Vietnam), de redactie van de Amsterdam News (de New Yorkse Afro-Amerikaanse gemeenschapskrant), het geboortedorp van Kirk Douglas en een tandarts in Idaho die zelf de naam Robert Amsterdam draagt. De film bevat een uitdrukkelijke evocatie van de Amerikaanse fotograaf Walker Evans in zijn eerste hoofdstuk.
Amsterdam Stories USA werd geproduceerd door Saga Film, Wallonie Image Production en de RTBF, in coproductie met Pieter van Huystee Film in Amsterdam, de Nederlandse documentaireproductiemaatschappij die eerder werk produceerde van Heddy Honigmann, Johan van der Keuken en Klaartje Quirijns. De film ging in november 2012 in wereldpremière op het IDFA in Amsterdam en werd in januari 2013 integraal vertoond in het Brusselse Bozar. In 2017 organiseerde het John Adams Institute, sinds 1987 het Amsterdamse podium voor Amerikaanse cultuur en politiek, een avondprogramma rond de film met Rombout en Van Eck, gemodereerd door journaliste Tracy Metz, vaste medewerker van NRC Handelsblad. De film won in april 2013 de Publieksprijs (lange film) op IndieLisboa, ontving in datzelfde jaar de Grand Prix op het 22ste Filmer le Travail-festival aan de Universiteit van Poitiers, en werd in januari 2014 genomineerd voor de Magritte du Cinéma voor beste documentaire. Mélon noemt Amsterdam Stories USA het prototype van wat hij de "constellatiefilm" (film constellation) doopt: een film "die op een soms continentaal grondgebied een denkbeeldige figuur tekent tussen op het oog willekeurig gekozen plekken die niets anders gemeen hebben dan dat ze 'Amsterdam' heten".
Het derde luik, Amsterdam Side-by-side (2024, 90 min.), opnieuw met Rogier van Eck, sluit de trilogie af.
In 2016 voltooide Rombout In het spoor van Robert van Gulik (Engelse internationale titel: On the Track of Robert Van Gulik; Franse titel: Sur les traces de Robert Van Gulik; 87 min.), een meerlagig portret van de Nederlandse diplomaat, sinoloog en detectiveschrijver Robert van Gulik (1910–1967). Van Gulik dankt zijn internationale roem aan zijn romans rond Rechter Tie, die vaak worden gelezen als gefictionaliseerde projecties van zijn eigen biografie. Rombout volgt de schrijver in dagboeken, brieven, manuscripten en familiefoto's, en reist daarvoor jarenlang door Nederland, Indonesië, Japan, de Verenigde Staten en China om mensen te ontmoeten wier leven door Van Guliks universum een nieuwe wending nam. Mélon plaatst de film onder de noemer "samengesteld portret" (un portrait composite).
De documentaire is een Belgisch-Nederlandse coproductie van Off World met Zeppers Film & TV in Amsterdam (onder coproducent Frank van den Engel) en Mollywood, met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds, het Centre du Cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles, het Nederlands Filmfonds en de Belgische federale Tax Shelter. Onder de geïnterviewden bevinden zich onder anderen romanschrijver Arthur Japin, sinoloog Wilt Idema (emeritus hoogleraar Chinees aan Harvard en Leiden), de New Yorkse antiquair en literator Henry Wessells, en leden van de familie Van Gulik. De film werd in september 2017 voorgesteld in Leiden tijdens de Middle Period Conference aan de Universiteit Leiden, met een ontmoeting met de regisseur na de vertoning, en in datzelfde jaar in Amsterdam door de Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst (KVVAK), de in 1918 opgerichte vereniging die geldt als de oudste Aziatische-kunstvereniging van Nederland. In april 2021 programmeerde de KVVAK de film opnieuw in een tweedaags evenement met een keynote door Willem van Gulik (emeritus hoogleraar Universiteit Leiden en zoon van de schrijver), aansluitend op de gelijktijdige Van Gulik-tentoonstellingen in het Rijksmuseum en het China Cultural Center Den Haag, met een Q&A door Rombout na afloop. In de Britse academische receptie van Van Guliks werk maakte de Britse etnomusicoloog Stephen Jones, verbonden aan de School of Oriental and African Studies, in 2018 in een uitgebreid essay drie keer melding van Rombouts film als bron voor hedendaagse Van Gulik-receptie.
In 2018 werd In het spoor van Robert van Gulik opgenomen in de selectie van het Festival International du Film sur l'Art (Le FIFA) in Montreal, dat sinds 1981 uitsluitend aan films over kunst is gewijd, en in datzelfde jaar vertoond door de School of Oriental and African Studies in Londen. In 2026 keerde de film terug naar Straatsburg in het kader van het programma L'Europe des Lettres van het Lieu d'Europe.
Rombouts oeuvre beweegt zich, in de typering van Marc-Emmanuel Mélon, "in het brede tussengebied dat fictie en documentaire scheidt": geen van beide categorieën omvat zijn werk volledig. De collectie Côté cinéma van Yellow Now, waarin Mélons monografie verschijnt, omvat eerdere monografische studies over Béla Tarr, Carl Theodor Dreyer, Jacques Tati, Artavazd Péléchian en Jia Zhangke. Mélon ontwikkelt vier vormcategorieën waarin hij Rombouts films onderbrengt: "kleerlijnfilms" (films corde à linge: lineaire reisportretten langs een traject); "kantfilms" (films dentelle: verweven microportretten in een afgesloten ruimte); "sterfilms" (films étoile: portretten die uitstralen vanuit een centrale figuur); en "constellatiefilms" (films constellation: denkbeeldige figuren tussen willekeurige plekken).
In de kritische literatuur wordt Rombout regelmatig in verband gebracht met de Nederlandse documentairetraditie. Mélon noemt hem "de dubbele erfgenaam van de oude Hollandse ontdekkingsreizigers en van de reizende documentaristen", een formulering die de cineast plaatst zowel in het verlengde van de Nederlandse Gouden Eeuw als in dat van de twintigste-eeuwse documentairetraditie. Deze dubbele lineage is in het werk zelf zichtbaar. De Amsterdam-trilogie brengt de zeventiende-eeuwse Nederlandse maritieme expansie in beeld (de scheepsjournalen van Willem Barentsz en Cornelis de Houtman, het ooit door Nederlanders gestichte Nieuw-Amsterdam, de naar Nederlandse zeevaarders genoemde antipoden-eilanden) en confronteert die met de actuele staat van hun naamgenoten. De Van Gulik-film biedt vervolgens een portret van een Nederlandse diplomaat-geleerde die in zijn werk de Nederlandse oriëntalistische traditie van figuren als Christiaan Snouck Hurgronje voortzet. Productioneel is Rombouts oeuvre verweven met Nederlandse instituten: hij werkt samen met Pieter van Huystee Film en Zeppers Film & TV en wordt geprogrammeerd door het IDFA, het Nederlands Film Festival, het John Adams Institute en de KVVAK in Amsterdam.
De Belgische filmcriticus Bertrand Gevart trekt op Cinergie.be (september 2022) een aanvullende lijn van de fotograaf Eugène Atget, via de Amerikaanse documentairepionier Walker Evans, tot het theoretische werk Introduction to Documentary van Bill Nichols. Ondanks de minutieuze voorbereiding van zijn films staat Rombouts methode niet in dienst van een afgewerkte enscenering, maar wil zij juist "een onverwacht moment laten ontstaan, vaak verbonden aan toevallige ontmoetingen"; Gevart noteert dat "de camera op een statief staat, het team talrijk is en de pre-productie soms jaren duurt". In januari 2025 zei Rombout in een interview met Marielle Eudes voor het Nederlands-Vlaamse cultuurplatform Les Plats Pays: "Russell Banks heeft dezelfde belichting als een onbekende die kleine baantjes uitvoert, zoals de serveerster bij Starbucks. Ik wil iedereen een waardig beeld geven."
In 2019 verscheen bij de Presses universitaires de Rennes de wetenschappelijke bundel Frontières de la non-fiction. Parole partagée dans les documentaires filmiques, waarin een hoofdstuk gewijd wordt aan Rombouts oeuvre, naast werk van Chantal Akerman en Robert Cahen.
Naast zijn cinematografische werk bouwt Rombout sinds drie decennia een fotografische praktijk uit die aanvankelijk uit de marges van zijn opnames is voortgekomen (repérages, locatiebezoeken, ontmoetingen onderweg) en geleidelijk tot een afzonderlijk oeuvre is uitgegroeid. Yellow Now meldt dat zijn werk in de laatste vijf jaar het onderwerp is geweest van solotentoonstellingen en retrospectieven in onder meer België, Nederland, Portugal, Frankrijk, Australië en Azerbeidzjan.
In april 2024 publiceerde Yellow Now de fotomonografie Portraits on the Road (120 bladzijden, ISBN 978-2-87340-502-1), met een viertalig (Nederlands, Frans, Engels, Spaans) voorwoord van Joost de Vries. Het boek begeleidt de gelijknamige reizende tentoonstelling, die op 29 november 2024 opende in het Atelier néerlandais aan de Avenue Victoria in Parijs, in samenwerking met het Centre Wallonie-Bruxelles te Parijs en in het kader van het Franse Mois du doc.

Van 18 september tot 28 oktober 2025 was de tentoonstelling te zien in de Cinemateca Portuguesa in Lissabon, ingebed in het driedelig eerbetoon Rob Rombout, a mise en scène do real (cinema, onderwijs en fotografie). In november 2025 reisde de tentoonstelling vervolgens naar de Koppelkerk in Bredevoort, waar Rombout aansluitend een week als artist in residence verbleef; het resultaat verscheen in april 2026 als het fotoboek On the Road – in Bredevoort.

Rombout doceert sinds 1988 regie aan de LUCA School of Arts in Brussel, voorheen Sint-Lukas Brussel, het enige hogeronderwijsinstituut in Vlaanderen dat zich exclusief op kunst en design richt en sinds 2011 als geassocieerde faculteit Kunsten deel uitmaakt van de KU Leuven. In 2012 was hij een van de medeoprichters van DocNomads, het eerste Europese masterprogramma documentaire cinema dat het Erasmus Mundus-keurmerk van de Europese Commissie ontving. Het programma is een samenwerking tussen de Universidade Lusófona in Lissabon, de Színház- és Filmművészeti Egyetem (SZFE) te Boedapest en LUCA School of Arts, en begeleidt circa 24 studenten per cohort langs een mobiliteitstraject Lissabon-Boedapest-Brussel. Rombout was van 2012 tot 2018 cursusdirecteur op de Brusselse afdeling.
Daarnaast was Rombout regelmatig gastdocent aan het INSAS en het Royal Institute for Theatre, Cinema & Sound (RITCS) in Brussel, aan de Universiteit Parijs 8 Vincennes-Saint-Denis, de Universiteit van Straatsburg, de Universiteit Lumière Lyon 2, de Universidade Lusófona en de Escola Superior de Teatro e Cinema (ESTC) in Lissabon, de Hogeschool voor Toneel en Cinema (SKDA) in Hanoi (waar hij tien jaar cursusdirecteur was) en de Beijing Film Academy. Verder verzorgde hij workshops en seminars onder meer aan de Universidade de São Paulo, het Gerasimov Instituut voor Cinematografie (VGIK) in Moskou, Louisiana State University in Baton Rouge, Syracuse University, Griffith University in Brisbane, Vidéographe in Montréal, en op het door UNESCO erkende internationale mensenrechtenfilmfestival "El Séptimo Ojo es Tuyo" in Sucre (Bolivia).
In Beiroet geeft Rombout sinds 2009 terugkerende workshops aan de American University of Technology (AUT), waarvan hij ook lid is van de academische adviesraad; zijn workshops aldaar werden mede gefaciliteerd door het Institut français van Libanon. Zijn Aziatische onderwijsactiviteiten, onder meer aan de Beijing Film Academy en de Hanoi SKDA, worden door Vietnamese en Chinese pers gepresenteerd in het kader van bilaterale culturele uitwisseling. Rombouts internationale onderwijspraktijk wordt door DutchCulture, het Nederlandse kenniscentrum voor internationale culturele samenwerking, geïndexeerd als onderdeel van de Nederlandse culturele aanwezigheid in het buitenland.
Tussen 1998 en 2005, en opnieuw van 2009 tot 2013, was Rombout vicevoorzitter van het Belgisch Comité van de Société Civile des Auteurs Multimédia (SCAM); daarnaast was hij lid van de commissie "Brouillon d'un rêve" van SCAM Parijs, van het Centre Bruxellois de l'Audiovisuel (CBA) en van het Vlaams Audiovisueel Fonds.
| Jaar | Onderscheiding | Festival / Instelling | Voor |
|---|---|---|---|
| 1987 | Premier Prix | Festival International Ciné Vidéo Psy (Lorquin, Frankrijk) | Pas de cadeau pour Noël |
| 1988 | Grand Prix van de Jury | Festival international du film de Montbéliard | Entre deux tours |
| 2000 | Speciale Prijs "Mens en Zee" | Vladivostok Film Festival (Rusland) | Le Piège de Kerguelen |
| 2000 | Speciale Prijs "Flahertiana" | Perm Festival (Rusland) | Perm-mission |
| 2001 | Beste Documentaire | Festival International du Cinéma Francophone (Acadië, Canada) | Canton la Chinoise |
| 2002 | TV5-Prijs | Festival du nouveau cinéma de Montréal | Amsterdam via Amsterdam |
| 2005 | Best Foreign Film | Route 66 Film Festival (Springfield, VS) | Amsterdam via Amsterdam |
| 2005 | VAF Wildcard + SCAM-publieksprijs | Vlaams Audiovisueel Fonds / SCAM | Trulichka (als coproducent) |
| 2006 | Silver Remi Award | 39ste WorldFest Houston (VS) | Amsterdam via Amsterdam |
| 2007 | Holland You Doc Award | Nederlands Film Festival (Utrecht) | Trulichka (als coproducent) |
| 2013 | Publieksprijs (lange film) | IndieLisboa (Portugal) | Amsterdam Stories USA |
| 2013 | Grand Prix, 22ste Filmer le Travail | Universiteit Poitiers | Amsterdam Stories USA |
| 2014 | Genomineerd, Beste Documentaire | 4de Magritte du Cinéma (België) | Amsterdam Stories USA |
| Jaar | Titel | Duur | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| 1983 | Le pouvoir d'achat des chômeurs | — | Scenarioprijs Festival Jeunes Cinéastes |
| 1985 | L'Homme qui en disait trop | 28 min. | Canal Emploi |
| 1986 | Pas de cadeau pour Noël | 24 min. | Premier Prix Lorquin 1987 |
| 1987 | Entre deux tours | 16 min. | Grand Prix Montbéliard 1988 |
| 1990 | Nord-Express | 60 min. | Parijs–Moskou-spoorlijn |
| 1992 | Queen Elizabeth 2, transatlantique | 52 min. | Cunard Line |
| 1994 | L'Île Noire | 52 min. | Olieplatform in de Noordzee, Super 16-mm |
| 1995 | Les Açores de Madredeus | 40 min. | Productie Morgane Production |
| 1997 / 2004 | Amsterdam via Amsterdam | 80 min. | Met Rogier van Eck; Île Amsterdam en Spitsbergen |
| 1999 | Perm-mission | 52 min. | Speciale Prijs Flahertiana 2000 |
| 2000 | Le Piège de Kerguelen | 40 min. | Speciale Prijs Vladivostok 2000 |
| 2001 | Canton la Chinoise | 52 min. | Met Robert Cahen |
| 2002 | Les Passagers de l'Alsace | 52 min. | Carte blanche France 3 Alsace |
| 2003 | Kaleidoscope: The Overloon Penitentiary Centre | 26 min. | Arte-serie |
| 2004 | Kaleidoscope: The Jagiellonian University | 26 min. | Arte-serie, Krakau |
| 2004 | Queen Mary 2, la reine des mers | 70 min. | Met Louis-Philippe Capelle |
| 2005 | Trulichka (Jean Counet) | 78 min. | Coproducent |
| 2010 | Panamerica, roadmovie | — | Pan-Amerikaanse Snelweg |
| 2012 | Amsterdam Stories USA | 360 min. (4 × 90) | Met Rogier van Eck; IDFA-wereldpremière, Magritte-nominatie 2014 |
| 2016 | In het spoor van Robert van Gulik | 87 min. | Belgisch-Nederlandse coproductie; Le FIFA Montreal 2018 |
| 2019 | EnVisage | — | Workshopdocumentaire met vluchtelingen |
| 2024 | Amsterdam Side-by-side | 90 min. | Met Rogier van Eck; sluitstuk van de Amsterdam-trilogie |