
Rode van Opsinnich, ook aangeduid als Rhoe van Obsinnich en van Opsinnich genaamd Rhoe (Duits: Rohe von Obsinnich; Frans: de Rhoe d'Obsinnich), is een historische adellijke familie (ridders, later barons en jonkers) in de Zuidelijke Nederlanden (Limburg) en omstreken (midden- en beneden-linker Nederrijn).
De familie was oorspronkelijk afkomstig van het kasteel Opsinnich (bij Remersdaal, thans een deelgemeente van Voeren) in het oude hertogdom Limburg. Ze verspreidde zich onder meer naar Spaubeek (kasteel Jansgeleen), Elen (kasteel Sipernau), Roermond, Baexem, Baarlo en Grubbenvorst. Leden van dit geslacht waren in de 17e eeuw baronnen en jonkers. Aan het eind van de 18e eeuw stierf het geslacht in de mannelijke lijn uit.

Het huis (later kasteel) van Opsinnich was de herkomst van de riddergeslachten Rhoe van Opsinnich en van Eynatten van Opsinnich, die al vanaf de dertiende, respectievelijk vijftiende eeuw dit kasteel bewoonden. De huidige buurtschap gaat terug op een middeleeuwse heerlijkheid, een allodium (dat wil zeggen: vrij, eigen goed), voortkomend uit het versterkt huis dat bewoond werd door een lid van de familieclan der Scavedries, die de naam (die) Rode van Sin(ne)ke droeg. Er is van hem bekend dat hij als ridder deelnam aan de Slag bij Woeringen (1288).

In 1469 kwam Jan I Rode van Opsinnich in het bezit van de heerlijkheid Gerdingen (met het gehucht Nieuwstad) uit de erfenis van zijn schoonmoeder. Jan was gehuwd met Catharina Hoen van Spaubeek, de dochter van Daniel I Hoen en Johanna van Merwede, vrouwe van Gerdingen. Doch reeds in 1472 kwam de heerlijkheid Gerdingen door ruil in handen van Jan II van Werst heer van Werst die getrouwd was met Margaretha Hoen van Spaubeek, een zus van voornoemde Catharina. Jan Rode van Opsinnich en Catharina Hoen verwierven zo het huis Spaubeek.
Gegevens ontleend aan:
Gegevens ontleend aan: