Chamuleau was ook de initiator van het in zeer kleine oplage (25 exemplaren?) verschenen tijdschrift Ricochet. Tijdschrift voor literaire curiosa. Hiervan verscheen in 1993 een 0-nummer, nummer 1 (1994) is nooit verschenen, nummer 2 (september 1994) draagt de vermelding 'Nepnummer' (en bevat onder andere een bijdrage van Chamuleau, getiteld 'Nep en namaak in de literatuur'), en nummer 3 is een 'Carmiggelt-nummer'.
Mystificaties
Chamuleau gebruikte teminste twee pseudoniemen, te weten B. Schneppenbaum, een pseudoniem dat ook gebruikt werd door Hans van Straten, een schrijver met wie Chamuleau wel eens samengewerkt heeft, en J. Seurel. Gebruikmakende van zijn pseudoniemen, maar ook onder zijn eigen naam, was Chamuleau verantwoordelijk voor diverse literaire mystificaties. Eén van die mystificaties betrof C.N.A. Strik van Ratingen, een fictieve dichter uit de 19e eeuw, die in 1978 herontdekt zou zijn. De werken en biografieën van, respectievelijk over deze dichter werden ruim een kwart eeuw lang kritiekloos in literaire publicaties opgenomen, totdat de hoax in 2012 ontmaskerd werd.
In 1983 gaf Chamuleau samen met Arjaan van Nimwegen onder de titel Priapaeën via het zwarte circuit een mystificatie uit als zogenoemde nieuwe bundel van Geerten Gossaert. Veel lezers zouden zijn misleid; Hans van Straten onthulde in 1995 dat de teksten van hen afkomstig waren.
Hoewel zijn mystificaties kennelijk geapprecieerd werden door auteurs als Karel ten Haaf, lijkt Chamuleau's werk niet altijd of door iedereen gewaardeerd of begrepen te worden. Zo suggereert Bart FM Droogs in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie dat Chamuleau dichtvervalsing pleegde.
Publicaties
1984: Priaap ontknoopt, een tuiltje Nederlandse priapeeën. Bloemlezing samengesteld onder het pseudoniem van J. Seurel.
1991: Jantje zag een pruikje hangen. Nederlandse priapeeën door de eeuwen heen.
1991: Overzicht van de Nederlandse letterkunde van de 19e en 20e eeuw. Samengesteld i.s.m. J.A. Dautzenberg.
1994: Groot parodieënboek. Ik ben geboren in Apeldoorn. Samengesteld i.s.m. J.A. Dautzenberg.
2012: "Een tuinkabouter tussen de tulpen. Ongekuiste onderbuikpoëzie in de Lage Landen", pp. 159-175 in: Pornografie in de Nederlandse literatuur.
↑De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit het 0-nummer, nummer 2 en nummer 3.
↑Haaf, Karel ten,Lezendarisch: Kwajongen.Tzum(5 maart 2014).Geraadpleegd op 28 juli 2025.“J. Seurel is inderdaad een pseudoniem, en wel van Rody Chamuleau. Aldus Chamuleau zelf in de ‘Bibliografie’ op pagina 140 van Rody Chamuleau – Jantje zag eens pruimen hangen. Nederlandse priapeeën door de eeuwen heen (Ad. Donker, Rotterdam 1991).”
↑Keuning, Nico,Priaap Ontknoopt.Neerlandistiek(12 november 2019).Geraadpleegd op 3 augustus 2025.
↑Haaf, Karel ten,Column: Pseudo.Tzum(8 februari 2012).Geraadpleegd op 28 juli 2025.
↑Chamuleau, Rody, "Een tuinkabouter tussen de tulpen. Ongekuiste onderbuikpoëzie in de Lage Landen", in: Pornografie in de Nederlandse literatuur (2012, pp. 172-173).
↑Henssen, E.W.A. (1997).Gossaerts boeltje. De Parelduiker jg. 2:pp.70-71
↑Droog, Bart FM,Erich Wichman.Nederlandse Poëzie Encyclopedie(15 april 2017).Geraadpleegd op 21 juni 2021.
↑Vermoed wordt dat het pseudoniem 'J.Seurel' verwijst naar Julien Sorel, de hoofdpersoon in Le rouge et le Noir van de Franse schrijver Stendhal.
↑Adriaan Harmensz Oldekamp wordt door het Nationaal Pseudoniemen Archief ook als een pseudoniem van Chamuleau genoemd, maar dit lijkt niet te kloppen.
↑Het gedicht ‘Vooruitgang’ van ene C.N.A. Strik van Ratingen (1849-1899?) in Al bleef ik eeuwig ongelezen (1974) zou oorspronkelijk gepubliceerd zijn in de bundel genaamd Lente of Herfst? (1884). Gerrit Komrij haalt vervolgens C.N.A. Strik van Ratingen aan in zijn bundel Papieren tijgers (1978). In Schrijvend over Arnhem. Een bloemlezing poëzie en proza over Arnhem (1983) presenteert Chamuleau een korte biografie van deze vermeende dichter, die een van de merkwaardigste dichters uit de negentiende eeuw zou zijn. Chamuleau pakte door en vervolgde met de herpublicatie van 'ander werk van Strik van Ratingen'. Een ruime kwart eeuw later wijdde hij in Arnhems Historisch Tijdschrift (2010) nog een biografie aan deze dichter, deze keer vijf pagina's lang. Pas toen antiquaar Fokas Holthuis in 2012 reageerde op een analyse van Bart FM Droog, werd duidelijk dat C.N.A. Strik van Ratingen totaal gefingeerd was en achter de gedichten meerdere personen zaten, waaronder Chamuleau zelf, Fons Vullings en vermoedelijk Karel Reijnders.
↑Chamuleau was met Arjaan van Nimwegen verantwoordelijk voor de vervaardiging en, via het zwarte circuit, verspreiding in literaire kring van een eigentijdse versie van Priapea, erotisch literair werk uit de oudheid: Priapaeën (1983) werd gebracht als een nieuw ontdekte dichtbundel van Geerten Gossaert. Veel lezers, onder wie literatuurhistorici en Martin van Amerongen, zouden zich hebben laten beetnemen. De mystificatie werd onthuld door Hans van Straten in de inleiding van een herdruk in 1995: "De acht in 1983 als bibliofiele roofdruk uitgebrachte Priapaeën, geheel in de door Gossaert toegepaste archaïsche stijl, bleken bij nader inzien uit de koker gekomen te zijn van twee letterlievende neerlandici", schreef Chamuleau in het artikel Een tuinkabouter tussen de tulpen. Ongekuiste onderbuikpoëzie in de Lage Landen (2012). Dat waren dus hijzelf en Van Nimwegen.