

Romanesco, Romano of Romanaccio (lelijk Romeins) is een Romaanse taal of dialect dat in Rome en Lazio door omstreeks twee miljoen mensen gesproken wordt.
Tegenwoordig wordt Romanesco meer als een streektaaleigen beschouwd dan als een echte taal of dialect. Het behoort tot de groep van Midden-Italiaanse dialecten, maar draagt sporen van het Toscaans door de toevloed van immigranten na de Sacco di Roma van 1527.
De grammatica wijkt dan ook niet veel af van het Standaard-Italiaans. Het klassieke Romanesco, dat in de negentiende eeuw een literaire vorm kreeg in de sonnetten van Giuseppe Gioachino Belli (1791-1863)) en anderen als Trilussa (pseudoniem van Carlo Alberto Salustri (1871–1950), is nu weer veranderd.
Het eigenlijke Romanesco, dat in de stad Rome en de onmiddellijke omgeving gesproken wordt, verschilt enigszins van de andere Romanesco-dialecten. Het huidige Romanesco is een levendige straattaal die zich snel ontwikkelt, met karakteristieke uitdrukkingen, scheldwoorden, afkortingen en grappen.
|
|
Enkele onregelmatige werkwoorden:
| Persoonsvorm | èsse (zijn) | avé (hebben) | annà (gaan) | vení (komen) | volé (willen) | poté (kunnen) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| (ik) | sò | ho | vado | vengo | vòjo | pòzzo |
| (jij) | sei | hai | vai | venghi (vieni) | vòi | pòi |
| (hij/zij/het) | è | ha | va | viè | vò (vòle) | pò |
| (wij) | semo | avemo (amo) | annamo | venimo | volemo | potemo |
| (jullie) | sete | avete (ate) | annate | venite | volete | potete |
| (zij (meervoud)) | sò | hanno | vanno | vengheno | vònno | pònno |
Annamo! (italiaans: Andiamo!). Laten we gaan!
Aò, anvedi chi stà à arrivà! (italiaans: Oh, guarda chi sta arrivando!) Hee, kijk wie daar aan komt!
Aò, jeri me sò pijato 'na bira ar bare (italiaans: ieri ho preso (pigliato) una birra al bar) Hee, gisteren dronk ik een biertje aan de bar.
Come t'antitoli? (hoe betitel je jezelf?): Hoe heet je?
Giàmaica (afkorting van "Già m'hai cacato er cazzo", erg plat, "nou heb je op mijn pik gepoept"): Nou heb je me op de pik getrapt.
Ma nun c'ō sapevi che sù fija n'è nnata à scola? (italiaans: ma non lo sapevi che sua figlia non è andata a scuola?) Wist je dat haar dochter niet naar school ging?
Mo' te gonfio Nou sla ik je verrot (vaak humoristisch bedoeld)
Mortacci tua of li mortacci tua of 'tacci tua: (Je lelijke dooien, belediging van je voorgeslacht)
Roma mica sse frabbricò tutt’in un botto: Rome is niet in een dag (klap) gebouwd.
Stò à nnà ar cinema cò l'amici mia (italiaans: sto andando al cinema con i miei amici) Ik ga naar de bios met vrienden.