

Rondedanspuzzels zijn kruiswoordpuzzels waarbij de woorden in cirkels of ringen rondom een centraal punt worden ingevuld. Vanwege deze specifieke vorm staan ze ook bekend als rondedans, rondo of cirkelpuzzel. Bij sommige uitgevers worden ze, afhankelijk van de exacte lay-out, margrietpuzzels, bloempuzzels of pesipas genoemd.
Bij een rondedanspuzzel bestaat het diagram uit een netwerk van deels overlappende, geometrische figuren (zoals cirkels, zeshoeken of vierkanten).. De belangrijkste constructieve eigenschappen zijn:

Een mozaïekpuzzel — ook wel mozaïekkruiswoordpuzzel of pesipas genoemd (Hebreeuws: תשבץ פסיפס) — dankt zijn naam aan het diagram. Door de regelmatige afwisseling van zwarte en witte vakken doet dit visueel denken aan een stenen mozaïek.
In tegenstelling tot traditionele kruiswoordpuzzels worden antwoorden niet horizontaal of verticaal ingevuld, maar in de vier aangrenzende lege vakken rondom het omschrijvingsnummer.
Om te bepalen waar een woord begint, fungeren de vier hoeken van de puzzel als kompas. In het origineel zijn dit de Hebreeuwse letters Alef (א), Beet (ב), Gimmel (ג) en Dalet (ד), in Nederlandse uitgaven vertaald naar A, B, C en D. 1. Achter elke omschrijving staat een letter (A, B, C of D) die het beginvakje aanwijst. 2. Bij moeilijkere varianten ontbreekt deze aanwijzing en moet de puzzelaar het beginvakje zelf afleiden.
Omschrijving: Kus (C) leidt tot antwoord: ZOEN. De letters worden rond het bijbehorende nummer geplaatst, waarbij de Z in het vakje start dat naar de hoek/zijde C wijst. De overige letters (O-E-N) volgen de resterende vakken rondom het nummer.
Het structuurprincipe van de mozaïekkruiswoordpuzzel kan tevens worden toegepast op rekenkundige opgaven. Bij deze variant, vaak een 'rekenkundig mozaïek' genoemd, worden de letters en woorden vervangen door cijfers en wiskundige bewerkingen.
In een rekenkundig mozaïek zijn de genummerde definitievakjes in het diagram vervangen door letters (bijvoorbeeld A, B, C). De traditionele tekstuele omschrijvingen maken plaats voor wiskundige formules of vergelijkingen.
De oplossingen bestaan standaard uit getallen van exact vier cijfers. Deze vier cijfers worden, net als bij de taalkundige variant, in de vier omliggende vrije vakjes rondom de letter geplaatst.
Wanneer de opgave bij letter A bijvoorbeeld luidt: dan is de uitkomst van deze opeenvolgende delingen 2000. De cijfers 2, 0, 0 en 0 worden vervolgens in de vier aangrenzende vakjes rondom de letter A ingevuld.

Een honingraatpuzzel heeft in plaats van het standaarddiagram met vierkante vakjes een honingraatstructuur bestaande uit zeshoekige cellen.
Het diagram van honingraatpuzzels is opgebouwd uit een netwerk van zeshoeken (hexagons). Centraal in de grotere, overkoepelende segmenten staat telkens een cijfer dat correspondeert met een omschrijving in de opgavenlijst. De belangrijkste kenmerken van de spelregels zijn:
Ter ondersteuning zijn in het diagram vaak al enkele letters vooraf ingevuld. Aan de hand van deze letters en de kruisende segmenten leidt de puzzelaar af waar een specifiek woord begint. Het oplossen van een woord levert direct nieuwe letters en hints op voor de aangrenzende cijfers. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad variëren de omschrijvingen van directe definities tot cryptische aanwijzingen.
Bron