| Ruadhan van Lothra | ||||
|---|---|---|---|---|
Glasraam van de Heilige Rudhan, Sint-Ruadhankerk te Lothra | ||||
| Geboren | te Dubrugy (?) | |||
| Gestorven | 584 te Lothra, in het hedendaagse Tipperary | |||
| Verering | Rooms-Katholieke Kerk | |||
| Naamdag | 15 april | |||
| Attributen | crosier, bel, boek | |||
| Beroep | monnik | |||
| Ambt | abt | |||
| Afbeeldingen | ||||
| Lijst van christelijke heiligen | ||||
| ||||
Ruadhan van Lothra († 584), ook bekend als Rodan van Lorrha, is een 6e-eeuwse heilige en abt uit Ierland. Hij was de stichter van de abdij van Lothra.
De Vita Sancti Rodani was volgens de bollandisten mogelijks afkomstig uit de 12e eeuw, gezien de simpele stijl. Er bestond echter een nog latere versie van deze Vita met een meer gepolijste stijl, die, onder andere, John Colgan voor handen had.
Ruadhan werd geboren als zoon van Birrus tot een edele familie te Dubrugium, afstammelingen van Duachus Galach. Hij werd als geestelijke opgeleid door de heilige Finnianus, bisschop en abt van Cluana-Hiraird in het koninkrijk Mide. Na zijn opleiding afgerond te hebben vestigde hij op de grens van Muscrigum, een gebied te midden van Munster. Op bevel van een engel verliet hij echter deze plaats om elders een abdij te stichten. Aangekomen waar vandaag Lothra is, werd een wild zwijn door hem opgeschrikt en sprong uit een holle boomstam. Op die plaats stichtte hij zijn abdij. Tegelijkertijd vestigde de heilige Brendaan Mac[cu]-Tualti niet ver vandaan. Uiteindelijk besloot Brendaan, vanwege de dichtheid van zijn vestiging en die van Ruadhan, om elders zijn abdij te stichten. Deze werd de abdij van Clonfert. Bij zijn vertrek zegende Ruadhan hem en zei dat Brendaan's abdij niet zwakker zal zijn dan de zijne.
Vervolgens trok Ruadhan doorheen Ierland en verrichtte meerdere mirakels; nabij Snam-Luthir wekte hij de koning van de stam Karbri uit de dood en in Roys-Enni Hi-Crich-Archer onthulde hij de verloren middelen van de dorpelingen door een bel te rinkelen en het dorpje te zegenen. Hierna kwam hij langs bij zijn zus, Daroi, en stichtten ze samen het dorpje Senchue binnen de grenzen van de afstammelingen van Ailill. Ietwat later verdreef hij uit het dorpje twee demonen die de melk verspilden. Op een dag kwam een jongeman uit Aradab-Cliach, die een geneesheer wou worden, tot bij hem en vroeg om zijn handen te laten zegenen. Ruadhan deed dit en de jongeman werd onmiddellijk volmaakt in iedere geneeskunst. Tegelijkertijd was de gemalin van de koning van de stam Kualain gekweld door een ongeneesbare pijn; zonder dat de geneesheren het wisten bleef er een doodgeboren kind achter in haar baarmoeder. Uiteindelijk keerde ze tot de Heer, die een engel zond naar Ruadhan. Vervolgens zond Ruadhan de jongeman wiens handen hij zegende. Ruadhan nam een kruik met wijwater, spuugde erin, en gaf het aan de jongeman om te drinken, en onderrichte hem om hetzelfde te doen bij de koningin. De jongeman deed dit en de koningin baarde het doodgeboren kind, waarop ze genezen werd. Op een bepaalde moment zonk de boot van de heilige Brendaan op de rivier nabij Luimneach met de zoon van de koning van de Britten aan boord. Brendaan zond voor Ruadhan en deze, aangekomen op de plaats van de gezonken boot, haalde het biddend uit het water. De zoon van de koning kwam niet om, en zei dat Ruadhan zijn kap over hem deed, waardoor hij het water niet voelde.
Het volgende verhaal komt ook voor in de Vita Sancti Finniani op een meer uitvoerige wijze. In de abdij van Lothra waren er 150 monniken die in stand werden gehouden door een boom vanwaar de sap naar wijn smaakte en hen zodanig vulde dat ze enkel moesten bidden en vasten, zonder te werken. Hierop werden de andere heiligen van Ierland jaloers omdat hun leerlingen hen voor Ruadhan verlieten. De heiligen keerden zich tot bij Finnianus, die de boom zegende, waarop het sap ophield te vloeien. De volgende nacht bleef er genoeg sap over enkel voor de monniken, en niet voor de gasten van de abdij. Hierop zond Ruadhan de kok om water te halen uit de waterput, en uit barstte er een grote vis waarmee de gasten gevoed werden. Het water werd tevens in wijn verandert. Voor zijn vertrek, zegende Finnianus Rodanus, alsook zijn abdij en de grond, zodat het altijd vruchtbaar zou zijn.
Vervolgens kwam Ruadhan in conflict met Dermitius mac Kerbuil, de hoge koning van Ierland. Dermitius' heraut, Bac-lomm, had meerdere kastelen verwoest in de regio van de stam Manach, in het zuiden van Connacht. Ene Odo-Guori, nadat zijn kasteel werd verwoest, doodde Bac-lomm en sloeg vervolgens op de vlucht. Hij kwam uiteindelijk bij Ruadhan terecht, die hem naar Brittannië zond. Hij kon daar echter niet blijven en keerde terug. Ruadhan verstopte hem dan in een grot te Poll-Ruodan, waarop de koning meerdere van zijn mannen stuurde om Odo te halen. De eerste werd verblind, de tweede werd lam; beiden bleven bij Ruadhan en werden heiligen. Uiteindelijk kwam Dermitius zelf en nam Odo met zich mee naar Tara. Ruadhan en zijn volgelingen volgden hem, zodat Odo niet gedood zou worden, en zongen psalmen doorheen Tara. Dermitius weigerde echter te luisteren, waarop twaalf zonen van twaalf koningen stierven in de nacht. Hierop smeekte Dermitius Ruadhan om hen terug tot leven te wekken, wat die ook deed. De volgende dag klaagde hij tegen de heilige en werd verwikkeld in een felle discussie. Hierbij maakte Ruadhan meerdere voorspellingen, waaronder dat Tara verwoest en verlaten zou worden, en hoe Dermitius op een schandelijke manier zou sterven. Dermitius liet uiteindelijk Ruadhan toe om Odo vrij te kopen. Hierop kwamen dertig Hyacinthus-kleurige paarden Ruadhan toegelopen uit de zee, die hij aan Dermitius gaf als losgeld.
Ruadhan verrichtte nog meerdere mirakels na zijn verblijf in Tara; twee herten dienden hem als trekpaarden nadat hij de zijne aan een groep lepers had geschonken, een omgevallen boom op de weg stond terug recht, en hij veranderde vlees in brood op dagen van penitentie. Hij creëerde een waterbron met zijn staf voor een groep lepers dat hen genas. Hij beval een jongen hete kolen te dragen en die werd niet verbrand. Een hinde gaf haarzelf te melken, de volgende dag werd ze tevens gemolken door de heilige Colman-Ela. Een geschonken kruik met boter raakte nooit op en hij ontwaakte drie jongens uit de dood.
Daarna volgt er een gebeurtenis die de bollandisten weigerden te reproduceren in hun publicatie om geen schandaal te creëren. Het zou immers gevuld zijn met verzonnen fabels. Ze geven een samenvatting in de voetnoten en verwijzen naar het werk van Colgan als men het in zijn volledigheid wilt lezen, mits in een andere stijl. Een zekere Odo Egmech, een misdadiger, zou door demonen naar de hel gesleurd zijn. De heiligen Aidus mac Bric, Columba en Ruadhan konden hem echter bevrijden na een strijd met de demonen. Columba liet daarna zijn schrijftabletten bij Ruadhan achter en kreeg ze later via de heilige Baithin weer terug.
Ruadhan wordt vermeld in de 9-eeuwse martyrologium van Tallaght. Ruadhan's naamdag valt op 15 april.