

Het SIR-model naar Kermack en McKendrick (1927) is een eenvoudig ziektecompartimentenmodel.
De situatie wordt vereenvoudigd tot drie compartimenten: S (vatbaar; susceptible), I (besmettelijk; infectious) en R (genezen; recovered). Dit is een eenvoudig model voor ziekten als mazelen, bof en rodehond.
Deze letters worden ook gebruikt om het aantal individuen in elk compartiment aan te geven; dit is tijdsafhankelijk: S(t), I(t) en R(t)
In het flowdiagram kan bij elke pijl een overgangssnelheid aangegeven worden:
λ wordt ook infectiekracht genoemd, δ de genezingssnelheid (het omgekeerde van de infectieduur D: δ = 1/D).
Aan de hand hiervan kan het reproductiegetal R0 berekend worden: