Sanctus

Het Sanctus is het vierde vaste misgezang van het ordinarium van de H. Mis en is een onderdeel van het Eucharistisch gebed. Het komt na de prefatie en wordt genoemd naar het eerste woord van dit gebed. Na het Sanctus wordt het Eucharistisch gebed vervolgd met de Canon en gaan de gelovigen knielen.

De tekst van het Sanctus is als volgt:

Sanctus, Sanctus, Sanctus,
Dóminus Deus Sabaoth;
Pleni sunt cæli et terra gloria tua.
Hosanna in excelsis.
Benedictus, qui venit in nómine Dómini.
Hosanna in excelsis.
Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

Het Sanctus bestaat eigenlijk uit twee delen:

Nadat op het Tweede Vaticaans Concilie (1962 - 1965) met het document Sacrosanctum Concilium: Constitutie over de heilige Liturgie (4 december 1963) was besloten toestemming te geven de Mis naast het Latijn ook in de volkstaal te vieren, zijn er voor de Nederlandse en Belgische kerkprovincie vele acclamaties Heilig, Heilig gecomponeerd, waarin de celebrant deze acclamatie samen met een koor en de gelovige gemeenschap zingt.

Zie ook