| Sater | ||||
|---|---|---|---|---|
| satyr | ||||
| Oorsprong | Griekse, Romeinse mythologie | |||
| Periode | klassieke oudheid | |||
| Gedaante | boswezen, antropomorf | |||
| Dierlijke verschijning | paardenstaarten, soms ook -poten, bokkenpoten | |||
| Associatie(s) | vruchtbaarheidsgeest, symbolisering van wellust en vervoering, wijnlust, verleiden van nimfen en efeben | |||
Afbeelding van een sater uit Vulci (late 6e eeuw v.Chr.) | ||||
| ||||
Sater is een halfgod uit de Griekse mythologie. Het is een ondeugend en wellustig boswezen, half mens-half hoefdier, behorend tot het gevolg van de god Dionysos. Dionysos' leermeester Silene wordt vaak als oudste of leider van de saters genoemd.
Saters staan bekend om hun lust voor wijn en het verleiden van nimfen. In combinatie met vrouwelijke figuren fungeren saters vaak als wellustige vruchtbaarheidsdemonen (satyriasis). Ze worden vaak afgebeeld in een obscene of humoristische context, zoals in het komische toneelgenre van het saterspel dat in het oude Athene populair was. Daarnaast worden saters ook geassocieerd met muziek en dans. Een voorbeeld is het verhaal van de sater Marsyas, die met zijn aulos de god Apollo uitdaagde voor een muziekwedstrijd en deze verloor.
Paardenstaart, en in zeer vroege Griekse afbeeldingen soms ook -poten, puntige oren, een ruige, gedrochtelijke, behaarde kop met kromme neus en een ithyphallos (erecte penis) behoorden in de klassieke periode tot de fysieke kenmerken van een sater. Later werden saters ook afgebeeld met bokkenpoten en -hoorns, vergelijkbaar met de god Pan. Deze evolutie is al vanaf het hellenisme merkbaar, maar raakte vooral in zwang door de identificatie van de Griekse saters met de faunen uit de Romeinse mythologie, die standaard als jeugdige, korte, geitachtige wezens worden voorgesteld. In artistieke uitingen van tijdens de renaissance en daarna is het onderscheid tussen saters en faunen vrijwel volledig weggeëbd.