Het scaphoceriet (van het Griekse skáphos, boot, en keratos, hoorn) of de antenneschaal is een plaat- tot schubvormige exopodiet (buitenste tak) van de tweede antenne bij vele kreeftachtigen. Het vormt daarmee een kenmerkend onderdeel van de morfologie van diverse decapoden, waaronder garnalen en kreeften.
Het scaphoceriet vormt de buitenste tak van het antennale aanhangsel. Het is meestal bladachtig, plat en breed, waardoor het zich duidelijk onderscheidt van andere segmenten van de antenne. Het plaatje is bevestigd aan het tweede antennale gewricht, ook wel de pedunculus genoemd. De belangrijkste functie van het scaphoceriet is het bieden van stabiliteit tijdens het zwemmen. Het werkt als een soort zijvin die het dier helpt bij het sturen en balanceren in het water. Bij sommige soorten bevat het scaphoceriet sensorische haren die drukveranderingen in het water detecteren, wat bijdraagt aan oriëntatie en vluchtgedrag.
De vorm, lengte en eventuele karteling van het scaphoceriet worden gebruikt als taxonomische kenmerken bij het determineren en classificeren van soorten.