Schelfzee

Satellietfoto met de wateren die in het artikel voorkomen: de Rode Zee, de Golf van Akaba, de Golf van Suez en de Nijldelta. Tussen die laatste twee ligt het schiereiland Sinaï.
Onderaan ligt de Rode Zee. Daarboven de Golf van Akaba (rechts) en de Golf van Suez (door het midden), met het schiereiland Sinaï daartussen. Middenboven de Nijldelta, die uitloopt in de Middellandse Zee.

Schelfzee is in sommige Bijbelvertalingen de naam voor de Rode Zee, althans een uitloper daarvan. De Schelfzee komt voor in het Bijbelverhaal over de uittocht uit Egypte, die plaatsvond na en tijdens uitzonderlijke natuurrampen.

De Schelfzee kan volgens Bijbelkenners de Golf van Suez zijn of de Golf van Akaba. Een afwijkende verklaring wijst naar de Nijldelta en brengt de rampen in verband met de vulkaanuitbarsting die Thera, het huidige Santorini, verwoestte.

De naam betekent Biezenzee, maar in hedendaags Nederlands wordt dat enigszins verwarrend Rietzee.

Bies en riet

Schelf is een Vroegnieuwnederlandse benaming voor planten uit het geslacht bies, dat tot de familie van de cypergrassen behoort. Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord Yam suf (Hebreeuws: יַם-סוּף).

Een fresco in de Loggia van Rafaël van het Apostolisch Paleis, 1519. Mozes laat de wateren van de Schelfzee terugkomen, terwijl de laatste Israëlieten aan land komen. Achter en rondom de vuurkolom zinken de strijdwagens en verdrinken de Egyptenaren en hun paarden.
Mozes, centraal in beeld, laat de wateren van de Schelfzee terugkomen, terwijl de laatste Israëlieten aan land komen. Achter en rondom de vuurkolom zinken de strijdwagens en verdrinken de Egyptenaren en hun paarden.
Fresco in de Loggia van Rafaël van het Apostolisch Paleis, 1519.

Schelf en bies zijn in de omgangstaal echter geen gebruikelijke aanduidingen meer en in plaats daarvan worden deze planten vaak aangeduid als riet. Dat is verwarrend, want riet behoort tot een ander plantengeslacht en zelfs tot een andere familie, en het heeft heel andere eigenschappen. Veel biezen zijn bijvoorbeeld soepel en geschikt voor vlechtwerk, terwijl riet daar te hard voor is en gemakkelijk knakt. Een 'rieten mand' wordt dan ook gevlochten van biezen; vergelijk ook het biezen kistje waarin Mozes te vondeling werd gelegd. Niettemin wordt het water uit de Bijbel vaak aangeduid als Rietzee.

Rode Zee

De benaming Rode Zee komt niet voor in de grondtekst van de Hebreeuwse Bijbel, maar was in gebruik bij de Grieken en Romeinen. Haar oorsprong is onzeker. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, wordt rode zee (eruthra thalassa) gebruikt. De naam kan ontleend zijn aan de weerspiegelingen van de rondom gelegen roodgranieten rotsformatie of aan het rode koraal, dat bij laag water zichtbaar werd.

De doortocht

Prent met gedicht uit Bybels Lusthof, Amsterdam, 1740. De prent is echter een eeuw ouder en komt in ieder geval voor in Bibels Tresoor ofte der zielen lusthof, Amsterdam, 1646.Opschrift en gedicht luiden: De Kinderen Israels gaan droogvoets door de Roode-Zee.Exod. XIV: 21, 22.Als Pharo's legermacht van acht'ren haar bezetten,En dat de Zee van voore een verd're vlucht beletten,Strekt Mose zyne hand te Zeewaards, en Godt laatEen sterken Oostenwind doorwajen, aanstonds staatHet water weërzyds stil, en koomt den grond ontdekken,Waar over Jacobs zaad droogvoets gaat henen trekken.
Prent met gedicht uit Bybels Lusthof, Amsterdam, 1740. De prent is echter een eeuw ouder en komt in ieder geval voor in Bibels Tresoor ofte der zielen lusthof, Amsterdam, 1646.

Het Bijbelboek Exodus verhaalt in het veertiende hoofdstuk hoe de Israëlieten na de uittocht uit Egypte bij de Schelfzee terechtkwamen. Toen de Egyptenaren hen daar achterhaalden, moest Mozes op last van God zijn staf opheffen en zijn hand over de zee uitstrekken, waarna door een sterke wind een pad in de Schelfzee vrijkwam. Over dit pad vluchtten de Israëlieten naar de overzijde. De farao volgde hen met zijn leger, maar nadat de laatste Israëliet droogvoets de overzijde had bereikt, sloten de wateren zich en verdronk de farao met zijn leger.

Daarna vervolgden de Israëlieten hun weg naar de berg Gods, ook Sinaï of Horeb genoemd. Hier ontvingen zij de Wet van Mozes. De ligging van de Schelfzee geeft een aanwijzing voor de onbekende locatie van de berg Sinaï/Horeb:

Ligging

Het is niet volkomen duidelijk welk water bedoeld wordt met de aanduiding Schelfzee. In aanmerking komen zowel de Golf van Suez als de Golf van Akaba, waartussen het schiereiland Sinaï ligt. Waar in de Hebreeuwse Bijbel de Rode Zee genoemd wordt, blijkt het telkens om de Golf van Akaba te gaan (Exodus 23:31, Numeri 21:4, Deuteronomium 2:1 en 1 Koningen 9:26). Dat men voor de exodus toch denkt aan de Golf van Suez, heeft vooral te maken met de aanduiding biezenzee. Biezen zijn zoetwaterplanten en waren volop te vinden in de uitloper van de Golf van Suez, de Bittermeren. In de Golf van Akaba groeiden biezen alleen in de noordelijke top.

Alternatieve opvattingen

Schrijvers als Graham Philips, in zijn boek Act of God, hebben onderzoek gedaan naar de plaats waar de Yam Suf zou hebben kunnen liggen. Zij gaan uit van de opvatting dat deze naam zou refereren aan de Rietzee (eigenlijk: Biezenzee), in de Nijldelta in het noorden van Egypte. Zij wijzen erop dat de naam Rode Zee pas in de Griekse Bijbelvertaling staat vermeld. Er wordt een verband verondersteld tussen een grote vulkaanuitbarsting en de heftige natuurverschijnselen die beschreven worden in de Bijbel. De legers van de farao zouden in deze uitleg zijn overspoeld door een tsunami die het gevolg was van de uitbarsting van een vulkaan. Ook de plagen van Egypte worden daarmee in verband gebracht.

Er zijn aanwijzingen dat de uittocht in dezelfde tijd heeft plaatsgevonden als de catastrofale vulkaanuitbarsting die het hart wegsloeg uit het eiland Thera, waarvan het huidige Santorini een restant is. Deze heeft plaatsgevonden in de periode 1627-1600 voor Christus. Het gevolg van een dergelijke uitbarsting is een grote terugtrekking van water, gevolgd door een tsunami. Ook zou de rook van de uitbarsting overdag als rookkolom en 's nachts als vuurkolom zichtbaar kunnen zijn vanuit het noorden van Egypte. Een fysieke aanwijzing is dat er puimsteen, een vulkanisch gesteente, is gevonden in de noordelijke Nijldelta.

Toch bewijzen zulke aanwijzingen geen direct verband tussen de uitbarsting en de uittocht. Het kan ook zijn dat een uitbarsting zoveel indruk heeft gemaakt, dat deze in overleveringen en volksverhalen terechtkwam en als een soort echo werd vastgelegd in het relaas van de uittocht.