
De Schoolpoort was een stadspoort in de omwalling van Delft. Hij stond aan de westzijde van de stad, tussen de Waterslootse Poort en de Haagpoort. Omstreeks 1830 werd de poort gesloopt.
In 1359 moest de stad haar muren, poorten en torens afbreken als straf voor het verzet tegen de ruwaard van Holland. Na circa 1400 werd de stadsverdediging hersteld. Waarschijnlijk dateert de waltoren naast de Schoolpoort uit die herbouwperiode; de opgegraven funderingen zijn in elk geval niet ouder dan 1359. De poort werd pas later naast de toren gerealiseerd.
In 1829 verkocht de stad de poort en de toren voor de sloop, omdat het bouwwerk te vervallen was om nog te herstellen. De Schoolpoort was de eerste van Delfts middeleeuwse stadspoorten die verdween.
Delft werd omringd door een muur en een gracht, met acht poorten als toegang. Zeven poorten lagen op de plaats waar een gracht binnen de stad aansloot op de buitengracht, zodat de stad zowel over land als over water bereikbaar was. De Schoolpoort week hiervan af: er stroomde geen water doorheen. Over de functie van de poort is weinig zeker. Archeologen vermoeden dat oude rechten van adellijke families met een kasteel buiten de stad een rol speelden. Zij zouden via deze poort een bevoorrechte toegang tot de stad en de Oude Kerk hebben gehad.
De poort ontleende haar naam aan de Schoolstraat, die is genoemd naar de Latijnse school in die straat. De straat liep vanaf de Oude Kerk naar de poort.
Het uiterlijk van de poort is bij benadering bekend uit kaarten en tekeningen, waarvan de oudste uit 1536 stamt. Dirck van Bleyswijck beschreef de poort in zijn Beschryvinge der Stadt Delft: Boven de poort was een poorthuis waar de portier woonde. De gevel was versierd met een beeld dat een scholier voorstelde. De poort bevond zich naast een waltoren met daarin een kerker. Van oudsher stak men hier met een schuit de gracht over; ten tijde van zijn beschrijving, 1667, lag er al een brug, die toegang gaf tot de tuinen en bleekvelden buiten de stad.