Schroefeffect

Stuwing en waterlijnverschil door een linksdraaiende schroef in z’n achteruit. Het achterschip draait naar rechts.

Het schroefeffect (ook wel wieleffect) is het verschijnsel dat er door een scheepsschroef een zijdelingse kracht op het achterschip wordt uitgeoefend. Deze kracht veroorzaakt een zijdelingse beweging van het achterschip. Het schroefeffect wordt veroorzaakt door de stuwing van het schroefwater tegen een deel van de scheepsromp.

Een vrijdraaiende schroef

Scheepsschroef, vrij draaiend in het water

Een vrij in het water draaiende schroef, zonder een scheepromp in de buurt, ontwikkelt over de hele omtrek van de schroef een gelijkmatig draaimoment. Bij een rechtsdraaiende schroef, die bij achteruitslaan linksom draait, duwen de schroefbladen aan de bovenkant het water naar links, en de onderste bladen duwen het water naar rechts. Aangezien er even veel water naar links als naar rechts verplaatst wordt, volgt hier geen zijdelingse kracht uit, dus geen schroefeffect.

Draaiing van het schroefwater

Verspreiding van de waterkegel

Een scheepsschroef ontwikkelt stuwkracht door verplaatsing van water. De ronddraaiende schroefbladen verplaatsen het water met een draaiende beweging in de richting van de lengteas (axiaal) naar achteren bij vooruitvaren en naar voren bij achteruitslaan. Deze draaiing zorgt voor een "uitwaaieren" van het water, een radiale verplaatsing. Naarmate het water verder van de schroef af komt, neemt de diameter van de geproduceerde waterkegel toe. Dit effect doet zich voor zowel bij vooruitvaren als bij achteruitslaan. De waterkegel is bij veel schepen bij vooruitvaren zichtbaar in het kielzog, een aantal meters achter de boot. Als de schroefas schuin geplaatst is, komt de waterkegel soms niet zichtbaar aan het wateroppervlak. De waterkegel is een draaiende massa water.

Beweging van het schroefwater in de vorm van een waterkegel

Betekenis voor de schipper

Treft deze draaiende waterkegel de scheepsromp, dan wordt het botsende water zijdelings langs de romp weggeduwd. Bij vooruitvaren treft het water alleen het roer, met eventueel een scheg ervoor. Dit is niet hinderlijk voor de schipper, omdat er met enige roeruitslag meteen gecorrigeerd kan worden. Anders is dit bij het achteruitslaan. Dan wordt de romp getroffen en weggeduwd door een flink deel van het uitwaaierende water. Het oppervlak van de romp dat wordt getroffen is bovenaan de draaiende kegel veel groter dan onderaan. Door de stuwing van het schroefwater tegen de romp treedt een kleine waterlijnverhoging op aan de stuwkant, en een verlaging aan de andere kant (zie bovenste figuur). Het schroefeffect zal niet alleen het achterschip zijdelings verplaatsen, ook zal het schip draaien om een draaipunt ergens in het midden van het schip.

Zichtbaar maken van het schroefeffect

Invloed van de rompvorm op het schroefeffect

Beïnvloedende aspecten

Volgende aspecten beïnvloeden het schroefeffect:

Praktische overwegingen bij het manoeuvreren

Deze beschrijving volgt de werkwijze van een klein vaartuig. Bij binnenschepen en zeeschepen is de werkwijze vergelijkbaar.

Ezelsbruggetje

De term wieleffect is een ezelsbruggetje om de richting van het effect te onthouden: men stelt zich voor dat de schroef als een wagenwiel over de bodem van het vaarwater rolt.