Energy Transition Campus Amsterdam ETCA | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Land van hoofdzetel | Nederland | |
| Hoofdkantoor | Amsterdam | |
| Adres | Grasweg 31 | |
| Vestigingslocaties | Amsterdam-Noord | |
| Industrie en producten | ||
| Werkgebied | Energietransitie | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 2021 | |
| Organisatiestructuur | ||
| Type | onderzoekscentrum | |
| Eigenaar | Shell | |
| Links | ||
| Website | Officiële website | |

Energy Transition Campus Amsterdam (ETCA) is een onderzoeks- en innovatiecampus aan de Grasweg in Amsterdam-Noord. De campus wordt geëxploiteerd door Shell en huisvest het Amsterdamse onderzoekslaboratorium van dat bedrijf, dat er veruit de grootste gebruiker is. Daarnaast zijn er andere bedrijven, kennisinstellingen, start-ups en scale-ups gevestigd die als member aan de campus deelnemen en werken aan onderwerpen rond de energietransitie.
Het laboratorium gaat terug op het in 1914 opgerichte Laboratorium van de Bataafsche Petroleum Maatschappij Amsterdam (LBPMA), dat in 1949 werd hernoemd tot Koninklijke/Shell-Laboratorium Amsterdam (KSLA) en na de verhuizing naar het huidige gebouw in 2009 verderging als Shell Technology Centre Amsterdam (STCA). In 2021 kondigde Shell aan de locatie open te stellen voor derden; sindsdien draagt het geheel de naam Energy Transition Campus Amsterdam. Volgens Shell is Amsterdam een van de drie belangrijkste onderzoeklocaties van het concern; de andere twee zijn gevestigd in Bangalore (India) en Houston (Verenigde Staten).
De campus ligt aan de Grasweg 31, in de buurt Buiksloterham binnen de wijk Noordelijke IJ-oevers West, op het noordelijke deel van het voormalige Shell-laboratoriumterrein. Ten zuidoosten ervan, op het afgestoten deel van datzelfde terrein, is de wijk Overhoeks ontwikkeld.
Het complex werd gebouwd tussen 2005 en 2009 naar ontwerp van Arcadis Architecten en architectenbureau Van Mourik, met Heijmans als aannemer, en telt ongeveer 80.000 m² aan kantoren, laboratoria, testruimten, testhallen, werkplaatsen en opslagruimten. Tussen 2015 en 2017 is het gebouw uitgebreid met de laboratoriumvleugel L-Oost van 8.500 m², een uitbreiding van ruim tien procent. Het Shell-terrein op deze plek beslaat nog ongeveer 7 hectare van de oorspronkelijke 27 hectare.
In 1914 werd het Laboratorium van de Bataafsche Petroleum Maatschappij Amsterdam (LBPMA) opgericht op het terrein van de Dordtsche Petroleum Maatschappij, een onderdeel van de Koninklijke Olie en de Shell Transport and Trading Company. Het lab begon met negen man in dienst, maar breidde door de jaren heen uit tot een terrein van 27 hectare met meer dan 40 gebouwen en maximaal ongeveer 2200 personeelsleden.
Op 19 januari 1949 werd het laboratorium hernoemd tot Koninklijke/Shell-Laboratorium Amsterdam (KSLA). In 1954 nam het KSLA als eerste Nederlandse bedrijf een elektronische computer in gebruik; het was na de ARRA I de tweede computer in Nederland.
Tussen 2005 en 2009 werd op het noordelijke deel van het terrein een nieuw onderzoekscentrum gebouwd, het Shell Technology Centre Amsterdam (STCA), waarmee de Shell-locatie werd teruggebracht tot ongeveer 7 hectare. Het laboratorium verhuisde begin 2009 vanuit de oude gebouwen naar het nieuwe complex aan de Grasweg, dat in september 2009 in aanwezigheid van de toenmalige kroonprins Willem-Alexander officieel in gebruik werd genomen.
In 2015 begon Shell met de bouw van de vleugel L-Oost, bedoeld voor laboratoriumonderzoek naar de interactie tussen vloeistoffen en gesteenten en daarmee naar een efficiëntere winning van olie en gas. Met de uitbreiding werden verschillende specialismen op één locatie samengebracht; daarbij zouden onder meer onderzoekers uit Rijswijk naar Amsterdam verhuizen. In Rijswijk had Shell sinds 1961 het Koninklijke/Shell Exploratie en Produktie Laboratorium (KSEPL), dat was uitgegroeid tot het wereldwijde hoofdkantoor voor technologie en onderzoek van het concern.
In oktober 2017 maakte Shell bekend de locatie in Rijswijk te sluiten. De ruim 2000 medewerkers werden in de jaren daarna overgeplaatst naar Den Haag en Amsterdam; volgens het bedrijf werd daartoe onder meer de Amsterdamse locatie uitgebreid. Het boorput-onderzoeks- en testcentrum in Rijswijk werd in 2018 verlaten; de apparatuur bleef achter en vormt sindsdien de basis van het door TNO opgerichte Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy. Sindsdien is onderzoek aan de ondergrond een van de aandachtsgebieden van de Amsterdamse locatie.
In 2021 maakte Shell bekend de onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteiten aan de noordelijke IJ-oever open te stellen voor start-ups, scale-ups, academici en bedrijven die aan de energietransitie werken. De locatie werd daarbij omgedoopt tot Energy Transition Campus Amsterdam. In juni 2022 werd de campus formeel geopend door burgemeester Femke Halsema van Amsterdam; bij die gelegenheid werden veertien organisaties gepresenteerd die zich als eerste members hadden aangesloten.
Naast het Shell-laboratorium zijn op de campus onder meer netbeheerder Alliander, TNO, de Universiteit Utrecht, Technip Energies, Kongsberg, Yokogawa, Corvus Energy, Databricks, C3.ai en verschillende start-ups gevestigd. Deelnemers hebben toegang tot kantoorruimte, laboratoria en gedeelde onderzoeksfaciliteiten, en werken samen aan thema's als waterstof, elektrificatie, CO2-afvang, geothermie, circulariteit en koolstofarme brandstoffen. Volgens Shell werken op de locatie ongeveer duizend mensen van meer dan vijftig nationaliteiten.
Het onderzoek richt zich onder meer op katalyse, brandstoffen en smeermiddelen, gastechnologie, onderzoek aan gesteenten en de ondergrond, en digitale technieken. De ingenieurs op de campus ontwerpen, bouwen en onderhouden een groot deel van de circa 1300 testinstallaties en proefopstellingen zelf. In maart 2026 werd een testopstelling in gebruik genomen waarmee in zestien nanoreactoren gelijktijdig katalysatoren voor de productie van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) kunnen worden beproefd.
Shell gaf het onderzoeksbudget van de Amsterdamse locatie in 2017 op als circa 1 miljoen dollar per dag. In 2013 behoorde de locatie samen met Philips en ASML tot de grootste private uitgevers aan R&D in Nederland; het wereldwijde R&D-budget van Shell bedroeg dat jaar 1,3 miljard dollar.
De gemeente Amsterdam kocht voor 141 miljoen euro 20 van de 27 hectare van het Shell-terrein. Op het Groot Laboratorium, de Toren Overhoeks, het Poortgebouw, het bedrijfsrestaurant, het gebouw van de medische dienst en restaurant Tolhuis na zijn alle oude Shell-gebouwen gesloopt. Op het terrein is de wijk Overhoeks ontwikkeld. Het Groot Laboratorium is getransformeerd tot broedplaats voor mediatechnologie, het A-lab. De Toren Overhoeks werd gekocht door danceonderneming ID&T en omgebouwd tot een mix van hotel, kantoor en uitgaanscentrum, sindsdien bekend als de A'DAM Toren.
Als onderdeel van een programma waarin Shell samenwerkt met musea zijn onderzoekers van het laboratorium sinds 2005 betrokken bij kunstonderzoek van het Van Gogh Museum. Met optische microscopie, infraroodreflectografie en nanotechnieken leverden zij een bijdrage aan het technisch-wetenschappelijke onderzoek naar de schilderijen van Vincent van Gogh, waarbij ook de onderste verflagen konden worden bestudeerd. De resultaten zijn verwerkt in tentoonstellingen, wetenschappelijke publicaties en in de collectiecatalogus van het museum.
Uit dit onderzoek kwam onder meer naar voren dat Van Gogh geen impulsieve schilder was, maar zijn werken grondig voorbereidde. Zo bleek dat hij mengsels van vijf soorten wit gebruikte, waaronder bariet, in wisselende samenstellingen; onderzoekers vermoeden dat hij daarmee de zuigende werking van olie bestudeerde.
In 2012 kondigde Shell een samenwerking aan met het Mauritshuis in Den Haag. Onderdeel daarvan was de inzet van onderzoekers en onderzoeksfaciliteiten voor de bestudering van schilderingen van de Venetiaanse kunstenaar Giovanni Antonio Pellegrini in het Mauritshuis. De samenwerking gaf inzicht in de gebruikte verftechnieken en materialen, wat de restauratoren van het museum hielp bij de restauratie.