Sojasaus is een gefermenteerde saus, gemaakt van sojabonen, geroosterd graan, water en zeezout. De saus wordt veel gebruikt in de Aziatische keuken en in sommige gerechten uit de westerse keuken, als alternatief van worcestersaus of maggi. Echte sojasaus is gefermenteerd met tarwe, kōji ((麹) - de schimmel Aspergillus oryzae en andere micro-organismen.
Er zijn veel verschillende types sojasaus. De meeste zijn zoute, bruine vloeistoffen om eten te kruiden bij het koken of op tafel. De saus ontstond in China en in veel keukens in Azië gebruikt. In de Japanse keuken is het een belangrijke smaakmaker. Chinese en Japanse sojasauzen verschillen sterk.
In Nederland kent men vooral de Indonesische sojasaus ketjap (in twee varianten: manis (zoet) en asin (zout)). In België zijn deze sauzen minder bekend.
De Chinese sojasauzen worden primair van sojabonen gemaakt, met een relatief laag gehalte graan. Er zijn drie hoofdvariëteiten:
De Japanse sojasaus, of shō-yu (しょうゆ, of 醤油, 正油) - wordt traditioneel in vijf categorieën ingedeeld, afhankelijk van verschillen in ingrediënten en productiemethode. Japanse sojasaus heeft graan als primair ingrediënt. Dit geeft de Japanse soorten een iets zoetere smaak dan de Chinese.
Al deze soorten worden in drie klassen op de markt gebracht, naargelang hoe ze gemaakt zijn:
Daarnaast wordt soms vermeld: tennen jōzō (天然 醸造); dat betekent dat er geen ingrediënten zijn toegevoegd, behalve alcohol.
Al deze variëteiten, en klassen kunnen verkocht worden in vijf kwaliteitsklassen:
Sojasaus bevat een kleine hoeveelheid natuurlijk voorkomend mononatriumglutamaat. Het kan ook erg veel zout bevatten, waardoor het beter met mate gebruikt kan worden. Er worden sojasauzen met weinig zout gemaakt, maar het is onmogelijk om sojasaus te maken zonder enig zout. Als Japanse natuurlijk gebrouwen sojasaus gebruikt wordt als zoutvervanger, kan dit bij de gebruiker tot een behoorlijke zoutreductie leiden (afhankelijk van de gekozen voedselbereiding van 50 tot 17 procent).