Simon Abramsz

Simon Abramsz
Persoonsgegevens
Volledige naam Simon Abrams
Geboortedatum 23 april 1867
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 28 januari 1924
Overlijdensplaats Velp
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep onderwijzer, kinderboekenschrijver, tekstdichter
Werken
Genre(s) kinderboeken, kinderliedjes
Bekende werken Veertien dagen op een ijsschots (1898);
Rijmpjes en versjes uit de oude doos (1911);
Van Sinterklaas en Pieterbaas: twaalf sinterklaasliedjes (1911);
Zingen en spelen (1915)
Erkenning en lidmaatschap
Werken in collectie Museon-OmniversumBewerken op Wikidata
Links
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Simon Abramsz (Amsterdam, 23 april 1867 — Velp, 28 januari 1924) was een Nederlandse onderwijzer, kinderboekenschrijver, tekstdichter en tijdschriftredacteur.

Hij schreef een aantal kinderboeken, waaronder Veertien dagen op een ijsschots (1898). Abramsz stelde daarnaast de bekende bundel met traditionele kinderversjes Rijmpjes en versjes uit de oude doos samen (1911; 54e druk 2009).

Bekende liedjes van zijn hand zijn: 'Er schommelt een wiegjen in 't bloeiende hout'; het kinderliedje ' 'k Droomde gist'ren van een ventje' en de sinterklaasliedjes: 'Op de hoge, hoge daken / Rijdt de bisschop met zijn knecht' en 'Zoetjes gaan de paardenvoetjes / Trippel, trappel, trippel, trap'.

Persoonlijk

Simon Abramsz trouwde in 1894 met Anna Maria Everts. Zij kregen twee dochters, Maria (1896) en Anna Maria (1898), van wie de jongste op 7-jarige leeftijd overleed.

Werk

Simon Abramsz was onderwijzer en later schoolhoofd in Amsterdam. Hij was redacteur bij de kindertijdschriften Voor de kinderkamer, De Kinderwereld en Voor 't jonge volkje.

Hij schreef verschillende jeugdromans en verhalenbundels. Hieronder de titels: Wilskracht. Een bewogen leven (1893); Veertien dagen op een ijsschots (1898); Sinterklaas-vertellingen (1919); In en om het rozenhuisje: een dik boek voor de hééle kleintjes (1922); en Kleine vertellingen voor kleine kinderen (1925).

Daarnaast stelde Abramsz verschillende bundels met oude, meer of minder bekende, traditionele kinderliedjes en kindergedichtjes samen: Onze kinderversjes van vroeger en nu (1909); Rijmpjes en versjes uit de oude doos (1911); en Onze oude kinderdeuntjes (1923).

De baanbrekende negentiende-eeuwse verzameling van baker- en kinderrijmen, samengesteld door Johannes van Vloten. Deze diende voor Simon Abramsz als voorbeeld voor het samenstellen van de bundel Rijmpjes en versjes uit de oude doos (1911).

De bundel Rijmpjes en versjes uit de oude doos werd geïllustreerd door Jan Sluyters. De baanbrekende negentiende-eeuwse verzameling Nederlandsche baker- en kinderrijmen (1872-1894), samengesteld door de wetenschapper Johannes van Vloten, was een voorbeeld voor Abramsz bij het verzamelen van kinderversjes. Ook illustratoren als Nelly Bodenheim, Sijtje Aafjes en Jan Wiegman namen een voorbeeld aan de bundel. Deze uitgaven gaven op hun beurt aan Rie Cramer aanzet tot het schrijven van haar kinderversjes.

Kinderliedjes en liedbundels

Simon Abramsz schreef zelf een tiental bundels met kinderliedjes en rijmpjes. Hieronder: Zes tweestemmige kinderliederen (1907); Van Sinterklaas en Pieterbaas: twaalf sinterklaasliedjes (1911); Een boek vol versjes en mooie prentjes (1915); Zingen en spelen (1915); en Een schat van versjes (1922).

In veel gevallen componeerde hij zelf de muziek, maar hij werkte ook samen met componisten als L.Adr. van Tetterode, Bernard Diamant en J.S. Brandts Buys.

Bekende liedjes van zijn hand zijn 'Er schommelt een wiegjen in 't bloeiende hout' (muziek: L.Adr. van Tetterode); 'De Hollandsche weiden die zijn er zoo malsch' (muziek: L.Adr. van Tetterode); en 'Holland ze zeggen: je grond is zoo dras' (eigen melodie). Deze liedjes werden opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (1e druk in 1906). Door de populariteit en lange drukgeschiedenis van dit liedboek (41e druk in 1986) bleven dit decennialang in ruime kring bekende liedjes.

Daarop werden twee van zijn liedjes ook opgenomen in het kinderliedboek Kun je nog zingen, zing dan mee! Voor jonge kinderen (1912); een wiegeliedje en een dansliedje.

Ook twee van zijn sinterklaasliedjes raakten bekend, beide uit 1911: 'Op de hoge, hoge daken / Rijdt de bisschop met zijn knecht' (melodie: 'Zie de maan schijnt') en 'Zoetjes gaan de paardenvoetjes / Trippel, trappel, trippel, trap' (eigen melodie; later meestal met de beginregel 'Zachtjes gaan de paardenvoetjes').

Daarnaast kreeg zijn kinderliedje ' 'k Droomde gist'ren van een ventje / En zijn buikje was van koek' (' 't Droomventje') een ruimere bekendheid. Het liedje uit 1915, over een mannetje dat is samengesteld uit allerlei lekkernijen, dat kan dansen, en uiteindelijk van zijn chocoladebroek laat proeven, werd opgenomen in het overzichtswerk van Gerrit Komrij, De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007).

Komrij nam acht kindergedichtjes van Abramsz in dit overzichtswerk op. Het gaat om: 'Van de taart, die dansen ging'; 'Koosje wil professor worden'; 'Op de hoge, hoge daken'; ' 't Droomventje'; 'A.B.C.'; 'Verdwaald'; 'Ken je 't karekietje niet?'; en 'Op het ijs'.

Uitgaven

Selectie uit de kinderboeken en kinderliedboekjes van Simon Abramsz.

Kinderboeken

Gedichten en kinderliedjes

Liedbundels met een of enkele liedjes

Verzamelbundels traditionele kinderliedjes

Latere doorwerking in de jeugdliteratuur

In 1986 schreef Miek Dorrestein het boek Veertien dagen op een ijsschots. Een waar gebeurd verhaal rond de Zuiderzee (Ploegsma Amsterdam, 1986, 4e druk 2003). Zij baseerde haar boek op Simon Abramsz' boek Veertien dagen op een ijsschots uit 1898.