| Gemeente in Frankrijk | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Regio | Hauts-de-France | ||
| Departement | Pas-de-Calais (62) | ||
| Arrondissement | Sint-Omaars | ||
| Kanton | hoofdplaats van 1 kanton Sint-Omaars | ||
| Coördinaten | 50° 45′ NB, 2° 15′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 16,4 km² | ||
| Inwoners (1 januari 2023) |
14.382 (877 inw./km²) | ||
| Hoogte | 0 - 27 m | ||
| Overig | |||
| Postcode | 62500 | ||
| INSEE-code | 62765 | ||
| Website | Officiële website | ||
| Detailkaart | |||
| Locatie in Frankrijk Pas-de-Calais | |||
| Foto's | |||
| |||
Sint-Omaars (Frans: Saint-Omer) is een stad in het noorden van Frankrijk (departement Pas-de-Calais), op de grens tussen Frans-Vlaanderen en Artesië, gelegen aan de rivier de Aa en de Canal de Neufossé (Nieuwegracht). De stad had op 1 januari 2023 een oppervlakte van 16,4 vierkante kilometer en telde toen 14.382 inwoners (877 inwoners per km²). Sint-Omaars is een regionaal verzorgings- en cultuurcentrum (met scholen, markt, musea) met enige industrie (onder andere textiel, voedingswaren, glas, machines). Het is de onderprefectuur van het arrondissement Saint-Omer.

Sint-Omaars is in de 7e eeuw ontstaan onder de naam Sithiu (Sithieu of Sitdiu), rond de onder impuls van Audomarus (Omaar of Odemaar) gestichte Sint-Bertinusabdij. De abdij ontleent haar naam aan Bertinus van Artesië, die er als metgezel van Audomarus werkzaam was. In de 10e eeuw kreeg de stad haar huidige benaming Sint-Omaars.
Mét het graafschap Artesië kwam de stad in 932 in bezit van de graven van Vlaanderen, en in de 12e en 13e eeuw bloeide er de lakenindustrie. Tijdens haar grote bloeiperiode was de stad de eerste stad in het westen waaraan officieel stadsrechten verleend werden (1127). Nadien moest de stad haar leidinggevende positie in de lakenhandel afstaan aan Brugge. Sint-Omaars ging door het Verdrag van Pont-à-Vendin op 25 februari 1212 voor Vlaanderen verloren en werd een van de hoofdplaatsen van het nieuw opgericht graafschap Artesië. Ferrand van Portugal probeerde de stad terug te winnen maar hij werd verslagen in de Slag bij Bouvines (1214). Niettegenstaande deze afsplitsing bleef de stad in belangrijke mate binnen het economische netwerk van de Nederlanden. In 1306 kwamen de ambachten van Sint-Omaars in opstand tegen de elite in de stad, wat blijkt uit een brief die Pieter De Coninck uit Brugge aan hen schreef.
In 1384 kwam Sint-Omaars onder de hertogen van Bourgondië. In 1638 deed het Franse leger onder leiding van Gaspard III de Coligny een poging om de stad in te nemen, maar het Spaanse leger wist dit te voorkomen. Bij de Vrede van Nijmegen in 1678 werd de stad aan Frankrijk afgestaan. Van 1559 tot 1790 was zij zetel van het bisdom Sint-Omaars, dat in 1801 definitief werd samengevoegd met het bisdom Atrecht.
Na de Franse Revolutie werd Sint-Omaars overwogen als hoofdstad (prefectuur) van het nieuw opgerichte departement Pas-de-Calais, maar er werd gekozen voor Arras. De stad kreeg wel een onderprefectuur. Tussen 1787 en 1795 trokken enkele duizenden Noord-Nederlandse patriotten als bannelingen naar Sint-Omaars of woonden in de ruime omgeving (Bethune, Waten, Sint-Winoksbergen, Grevelingen, Duinkerke). In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar beschadigd.
Enkele kilometers ten zuiden van Sint-Omaars ligt La Coupole, een voormalige lanceerbasis voor V-2 raketten van nazi-Duitsland.
In de gemeente ligt spoorwegstation Saint-Omer.
Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Salperwick, Clairmarais, Arques, Blendecques, Saint-Martin-au-Laërt