Sits

Kassakijntjen uit de collectie van het Zuiderzeemuseum

Sits (Engels : chintz) is een handbeschilderde katoenen stof, die vanaf de zeventiende eeuw ingevoerd uit Voor-Indië (het huidige India). Het bewerkelijke, dure sits kende allerlei toepassingen van kleding tot wandversiering. De stof is veelal bedrukt met florale motieven en andere patronen (bv. dieren) in verschillende kleuren, meestal op een lichte, effen achtergrond. Het was behalve mooi ook heel praktisch. Gekleurde kostuumonderdelen van sits konden gewassen worden. Men hoefde niet bang te zijn dat het patroon snel vervaagde, zoals bij bedrukt linnen.

Productiemethode

De levendige, kleurvaste bloemenmotieven werden bekomen door een aantal gecontroleerde stappen. De historische manier van produceren kon weken duren met een groot aantal gespecialiseerde ambachtsmensen:

Voorbereiding

Het katoen wordt gewassen en gereinigd om natuurlijke wassen en onzuiverheden te verwijderen. Het kan worden behandeld met stoffen zoals myrobalaan (rijk aan tannines) om de opname

Overbrengen van het ontwerp

Met houtskool lijnen wodt het patroon rechstreeks of via stencil overgebracht op het textiel

Beitsproducten aanbrengen

Zones die een andere kleur moeten krijgen worden geschilderd of via blokdruk bedekt met beitsmiddelen:

Traditioneel wordt hiervoor een rietpen gebruikt

Roodkleuring

De stof wordt ondergedompeld in een verfbad met natuurlijke rode kleurstoffen (bv. de wortel van de meekrap). De kleurstof reageert alleen op de plekken waar beitsmiddelen zijn aangebracht:

Wassen, bleken en verhelderen

Overtollige kleurstof wordt verwijderd door herhaaldelijk wassen en bleken (historisch bestond deze stap uit weken, bemesten, bleken in de zon en spoelen)

Was aanbrengen om niet blauw te kleuren

Was (vaak bijenwas) wodt aangebracht om delen van het ontwerp te beschermen tegen verdere verfbehandeling

Blauwkleuring

De stof wordt ondergedompeld in een indigo-vat. Alleen de onbeschermde delen nemen de blauwe kleurstof op.

Was verwijderen

De was wordt gesmolten of weggeschraapt, waardoor de onderliggende (behouden) kleuren terug zichtbaar worden.

Bijkomende kleuringen

Gele kleurstoffen kunnen op de blauwe delen worden geschilderd om groen te creëren. Andere kleuren en schakeringen worden toegevoegd door opeenvolgende schilder- en verfbeurten.

Wassen, bleken, drogen

De stof ondergaat tussen de verschillende kleuren door meerdere cycli van wassen, bleken en drogen om de helderheid te behouden en kleurvervuiling te voorkomen.

Glazuren

De afgewerkte stof wordt gepolijst door wrijven of persen om het kenmerkende gladde, glanzende oppervlak te verkrijgen. Deze glanzende afwerking is een van de kenmerkende eigenschappen van traditionele chintz.

Geschiedenis

Oorsprong

De oorsprong van sits ligt diep geworteld in de Indiase textieltradities, waar ambachtslieden de kunst van het verven en bedrukken van katoen al meer dan 4.000 jaar tot in de perfectie hadden ontwikkeld. Er werd hiervoor blokdruk gebruikt. Het vond zijn oorsprong in Golkonda (het huidige Hyderabad, India).

16e eeuw

Toen de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama in 1498 voor het eerst voet aan wal zette in India, zette hij – zonder het te beseffen – de deur wijd open voor een vloed aan Indiase textiel naar Europa. De Portugezen, gevolgd door de Nederlanders, Fransen en Engelsen, kochten gretig grote hoeveelheden Indiase sits in. Het was anders dan alles wat op de Europese markten te vinden was: lichter en zachter dan wol, kleurrijker dan zijde en goedkoper dan beide.

17e eeuw

De stof ontwikkelde zich in het Europa van de 17e eeuw tot een mode-item. De Vereenigde Oostindische Compagnie voerde er intensief handel. Omdat de vraag het aanbod uit Azië oversteeg, werden er ook in Europa sitsdrukkerijen gevestigd. In eerste instantie in het diepste geheim.[bron?] De eerste sitsdrukkerij van Europa werd gevestigd in Amersfoort. In de zeventiende eeuw telde Amsterdam meer dan 30 sitsdrukkerijen. Tijdens de Gouden Eeuw was het exotische en met bloemen beschilderde sits nog voorbehouden aan de welgestelde burgerij. Die liet er onder meer Japonse rokken en damesjakken van maken.

18e eeuw

Pas in de achttiende eeuw werd sits voor iedereen bereikbaar. Vooral in de noordelijke kuststreken en langs de Zuiderzee was het materiaal populair. Omstreeks 1770 waren er sitsen in vele kwaliteiten te koop; van het echte beschilderde sits uit de Oost, tot katoentjes die in Europa werden bedrukt en een stuk goedkoper waren. Tegen het eind van de eeuw was de stof alledaags geworden. Het bonte katoen raakte zelfs uit de gratie, omdat de nieuwe mode eenvoud en witte stoffen voorschreef.

Voorbeelden

Streekdracht

Het werd in de rok en jak van Friese streekdrachten verwerkt, maar ook in de klederdracht van Marken en in Spakenburg.

Alleen in de streekdracht kon het sits zich handhaven, zoals in de zondagse vrouwenkledij uit Hindeloopen. Bij feestelijke gelegenheden droeg de vrouw een kort jakje, 'het kassakijntjen', of een getailleerde lange mantel, de 'wentke'. Beide zijn vanaf midden achttiende eeuw bijna altijd van sits. Voor feestelijke gelegenheden kon de kleur rood zijn of groen. Maar voor de bruidsdracht was de sits wit met rode bloemranken. Deze stof werd dan 'melk en bloed' genoemd. Bij rouw werd een sits gebruikt die blauwe bloemen op een witte achtergrond had. In Hindeloopen en Bunschoten-Spakenburg worden nog steeds sitsmotieven geschilderd.

Wandversiering

Het kasteel van Hingene bezit een grote collectie sits als muurdecoratie. De oudste stukken dateren uit het midden van de 17de eeuw en de jongste werden pas na 1967 geplaatst.

Afbeeldingen