| Slangenesdoorn | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Acer capillipes Maxim. (1867) | ||||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Slangenesdoorn, streepjesbastesdoorn of slangenhuidesdoorn (Acer capillipes) is een plantensoort uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
Slangenesdoorn is een struik en bereikt veelal een hoogte van maximaal 5–6 m. De stam en takken hebben een gestreepte, groene bast. De jonge twijgen zijn rood. De tegenoverstaande bladeren zijn breed drielobbig, 6–12 cm breed en hebben een afgeronde tot zwak hartvormige voet en toegespitste lobben. De onderkant van het blad is kaal. De bladrand is dubbelgezaagd en de bladsteel is rood. Het blad is groen van kleur, in volwassen toestand rood geaderd, en in de herfst oranjerood tot dieprood. De steunblaadjes zijn opvallend rood van kleur en vallen er vroeg af. Slangenesdoorn bloeit eind april en begin mei met groene bloemen in hangende trossen. De vruchten zijn gevleugelde dubbele dopvrucht die in rijpe toestand rood tot koperkleurig zijn. Er zitten twee vruchten aan één steeltje, zodat de vleugels tegenover elkaar staan en zo een goede verspreiding door de wind geven. De hoek die de twee vleugels met elkaar maken is stomp.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van slangenesdoorn strekt zich uit over de berggebieden van Japan.