| Spirotaenia | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Spirotaenia condensata | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Spirotaenia Brébisson 1848 | ||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||
| ||||||||||
| ||||||||||
Spirotaenia is een geslacht van eencellige groene algen binnen de streptofyten. Het geslacht werd lange tijd geplaatst bij de Zygnematophyceae, maar fylogenetische analyses suggereren dat Spirotaenia mogelijk een vroege aftakking vormt en zustergroep kan zijn van de Chlorokybophyceae.
De cellen zijn solitair, cilindrisch tot spoelvormig, met één of meerdere spiraalvormige chloroplasten met pyrenoïden. Spirotaenia leeft voornamelijk in zoetwater, veelal in nutriëntarme omgevingen (oligotroof). Soorten zijn morfologisch moeilijk van elkaar te onderscheiden; betrouwbare determinatie is vaak alleen mogelijk via de zygosporen.
Opvallend is dat Spirotaenia zich seksueel voortplant via conjugatie. Dit voortplantingsmechanisme was eerder alleen bekend van de Zygnematophyceae (Zygnemataceae en Mesotaeniaceae), de zustergroep van de landplanten. Het conjugatieproces bij Spirotaenia wijkt echter sterk af van het klassieke patroon.
In de traditionele algentaxonomie wordt het geslacht op basis van morfologische en reproductieve eigenschappen ondergebracht in de kleine familie Mesotaeniaceae binnen de Zygnematophyceae. Vroeg moleculair onderzoek liet echter zien dat Spirotaenia waarschijnlijk niet verwant was aan vertegenwoordigers van deze klasse. Latere genoomanalyses maakten duidelijk dat het geslacht een basale afsplitsing vormt binnen de streptofyten; Spirotaenia lijkt het meest verwant aan de klasse Chlorokybophyceae.
| Viridiplantae | "Groene algen" | |
| (planten) |
Volgens AlgaeBase, waarin de traditionele algentaxonomie wordt aangehouden, zijn er 24 soorten Spirotaenia, met vier vormen en 2 variëteiten. De soorten uit dit geslacht worden niet vaak aangetroffen. Meestal alleen in Europa en Noord-Amerika. S. condensata en S. obscurain zijn meer algemeen en hebben een kosmopolitische verspreiding in zure veenmospoelen. Sommige soorten leven in vochtige bodems blootgesteld aan de lucht (subaerial).
Twee soorten zijn in Nederland ontdekt en door Peter Coesel geldig beschreven. S. diplohelica is betrekkelijk zeldzaam en wordt in zure, voedselarme veenpoelen aangetroffen, vooral in Vlaanderen. S. beijerinckii werd in een veenpoel bij Leersum ontdekt en in 2002 geldig beschreven. S. condensata is plaatselijk niet zeldzaam, zoals in natuurgebied de Westbroekse Zodden. De soort werd gevonden op de waterbodem (benthisch). S. erythrocephala komt ook verspreid voor in ondiepe, voedselarme watertjes, waarin soms kleine kolonies worden aangetroffen van meerdere cellen die binnen dezelfde gelatineuze omhulling (slijmschede) samenklonteren.
Soortenlijst uit het Nederlands Soortenregister.