Sportvoeding omvat voedingsstrategieën die worden afgestemd op de gezondheid, training, sportprestatie en het herstel van sporters. Daarbij kunnen onder meer de totale energie-inname, koolhydraten, eiwitten, vetten, vocht en micronutriënten van belang zijn. De gewenste hoeveelheid en timing verschillen per sport, trainingsbelasting en individuele sporter.
De voedingsstrategie kan verschillen tussen trainings- en wedstrijdsituaties en is afhankelijk van onder meer het type sport, de intensiteit en duur van de inspanning en de herstelperiode tussen inspanningen.
Algemene voedingsrichtlijnen vormen ook voor sporters de basis van een voedingspatroon. Door training en wedstrijden kunnen sporters daarnaast specifieke behoeften hebben met betrekking tot onder meer energie, koolhydraten, eiwitten en vocht. Welke aanpassingen zinvol zijn hangt af van de sport, trainingsbelasting, doelen en individuele omstandigheden.
Binnen de sportvoeding wordt onder meer aandacht besteed aan:
Voor sporters is het bijvoorbeeld van essentieel belang, dat er voldoende koolhydraten ingenomen worden, het liefst in de vorm van zetmeel. Ook de tijdstippen van het eten van deze koolhydraten zijn van belang: wanneer dit na ontwaken en direct na een inspanning gedaan wordt, zijn er positieve verschillen te zien bij de daaropvolgende prestaties. Sportprestaties in het algemeen en in sporten waarbij het gehele lichaam belast wordt zoals hardlopen en zwemmen in het bijzonder, zijn bij een goede dosering en timing van het eten koolhydraatrijke voeding de prestaties veel beter. Het verschilt van een voedingspatroon dat het gros van de mensen heeft, en als er gelet wordt op de koolhydraatinname kan wel in de tientallen procenten lopen. Bij langere duurinspanning neemt doorgaans de relevantie van koolhydraatinname tijdens de activiteit toe. Richtlijnen maken daarbij onderscheid naar inspanningsduur. Bij inspanningen van enkele uren worden bijvoorbeeld hogere koolhydraatinnames geadviseerd dan bij kortere activiteiten; bij zeer lange inspanningen kunnen combinaties van verschillende opneembare koolhydraatbronnen worden gebruikt. Voor wedstrijden kan in sommige duursporten tevens een strategie worden gebruikt waarbij vooraf de beschikbaarheid van spierglycogeen wordt verhoogd, vaak aangeduid als koolhydraatstapeling of glycogeen-supercompensatie.