Statenvlag

Vlag van Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Statenvlag
Statenvlag
Details
Bijnaam Staatsche vlag
Aangenomen 1650
Uitgebruikstelling 1806
Kleuren rood, wit en lichtblauw
Jurisdictie Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Portaal  Portaalicoon   Vlaggen en wapens

De Statenvlag, in mindere mate de Staatsche vlag genoemd en voor 1664 de Hollandsche vlag, is een Nederlandse historische vlag. Ze werd tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk ingevoerd als officiële vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en kreeg in 1664 als officiële naam Statenvlag. De vlag was echter al lang voor de Nederlandse staatsvorming in gebruik onder de naam Hollandsche Vlag, als 'volksvlag'. De vlag werd tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door de staatsgezinden gebruikt en was de tegenhanger van de onofficiële prinsenvlag, gehanteerd door de orangisten.

Geschiedenis

Theorieën over de ontstaansgeschiedenis

Er zijn in de loop der jaren veel theorieën geweest over het ontstaan van de Nederlandse vlag. Zo was er de theorie van de Fransman Dampmartin die beweerde dat de Nederlandse vlag door Hendrik IV van Frankrijk aan Nederland zou zijn geschonken. Deze theorie werd door rijksarchivaris Jhr. mr. J.C. de Jonge ontkracht in zijn boek Over den oorsprong der Nederlandsche Vlag. Hij meende op zijn beurt dat de kleuren ontleend zouden zijn aan het wapenschild van Willem van Oranje, en dat het ontstaan is aan het begin van de Opstand. D.G. Muller was van mening dat de Hollandsche Vlag al ver voor de opstand bestond. De vlag zou zijn ontstaan in de periode dat het Beierse huis aan de macht was in het graafschap Holland (1354-1433). De kleuren van de vlag zouden namelijk voortkomen uit die van het wapen van de graven van Holland, dat bestond uit het Beierse wapen gecarteleerd met het wapen van graafschap Holland. Dit wapen werd voor het eerst gevoerd door Willem V (1330–1389), wat uit de munten, die door de graven voor Holland en Zeeland zijn geslagen, is gebleken.

Holland, Goudgulden van Willem van Beieren als Graaf Willem V van Holland, geslagen 1350-1389.

Uit onderzoek van P.C. Guyot is gebleken dat de penningmeester van de graven van Holland in het jaar 1409-1410 een staatsiekleed aankocht, voor Willem VI (1365-1417), graaf van Holland, van "12 ellen graauw laken en tot uitmonstering daarvan van 2+3⁄4 ellen rood wit en blaauw fluweel [...] Het staatsiekleed, Tabbairt genoemd, was graauw met bont gevoerd, en uitgemonsterd met de kleuren, rood, wit, blaauw"

Wat verder uit het onderzoek van Muller is gebleken, is dat er voor de opstand al rood-wit-blauwe vlaggen gebruikt werden in Nederland. Het gebruik van de vlag was echter niet officieel vastgelegd. Aan het begin van de opstand werd naast de Hollandsche Vlag soms ook op de tweede plaats een oranje vlag of vaandel gebruikt. Doordat men bij het voortduren van de opstand meer en meer hoop is gaan vestigen op Willem van Oranje, hebben de Geuzen in deze periode het rood uit de 'volksvlag' vervangen door oranje.

Tijdens de oprichting van de Republiek werd de prinsenvlag verkozen boven de statenvlag. Dit besluit was echter nooit wettelijk vastgelegd en de prinsenvlag was nooit de officiële staatsvlag, evenmin als dat de statenvlag dit in de beginjaren van de Republiek was. In het boek van gewezen secretaris-generaal van het Departement van Marine D.G Muller uit 1862 werd aangetoond dat de prinsenvlag alleen bij de marine in wording werd gebruikt. Bij de koopvaardijschepen van de V.O.C. en W.I.C. werd de prinsenvlag sinds de oprichting van beide compagnieën in 1602 en 1621 gebruikt tot omstreeks 1630-1660, daarna verdween het gebruik van het oranje-blanje-bleu bijna volledig ten opzichte van het rood-wit-blauw van de statenvlag, iets dat bij de marine niet gebeurde. Hiermee werd de koning van Spanje geëerd, wiens rechtsvoorgangers deze vlag gegeven hadden.

Rond 1630 volgde de allereerste verandering in het gebruik van de primaire vlag binnen de Republiek. De kleuren van de prinsenvlag werden door het nu staatsgezinde Graafschap Holland vervangen door het rood-wit-blauw van de statenvlag. Desondanks bleef de naam 'prinsenvlag' in gebruik en behielden de sjerpen van de krijgsmachten de kleur oranje. Volgens de Rotterdamse schrijver L. Jonker Czn. kwam dit vanwege een veranderde bereidingswijze van de gebruikte verfstof. Deze verandering zorgde ervoor dat de kleur van de bovenste baan van oranje naar rood werd veranderd, zij het toevallig en ongewild. Dit werd algemeen aanvaard vanaf 1664 of mogelijk eerder. Een aantal uitzonderingen op deze regel gold voor een aantal bijzondere vlaggen, zoals die voor de naaste omgeving van de stadhouder waar kosten geen rol speelden. In een stuk van 1634 werd gesproken over de aankoop van '600 stuks vlaggedoek 10 corgie rood of oranje'. Dit was tevens de periode waarin stadhouder Frederik Hendrik van Oranje het meest geliefd was en toonde aan dat de prinsenvlag en statenvlag gelijktijdig werden gebruikt door verschillende onderdelen van de Republiek.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650 - 1675)

Cornelis Anthonisz. (±1505-1553), Amsterdam in vogelvlucht, 1538. Een onduidelijke foto van het schilderij waarop 8 Nederlandse vlaggen te zien zouden zijn. Een van de vele bewijsstukken die Muller aanvoerde ter onderbouwing van zijn stelling: De Nederlandse vlag bestond ver voor De Opstand.

Bij het aanbreken van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk in 1650 was de prinsenvlag nog altijd vrij geliefd onder het Nederlandse volk. Toen prins Willem II van Oranje vroegtijdig overleed in hetzelfde jaar, kwam hier enige verandering in. De macht van de prinsgezinden nam als gevolg van zijn overlijden af en dat van de staatsgezinden en regenten nam toe. Uiteindelijk kregen de staatsgezinden het voor het zeggen in het land, met als gevolg dat de prinsenvlag en het gebruik ervan werd beperkt en dat de statenvlag in deze periode prominent werd. Dit werd mede gedaan om het nieuwe Engelse bewind van Oliver Cromwell tegemoet te komen, wiens land na de onthoofding van Karel I van Engeland (de schoonvader van Willem II van Oranje) in 1649 een een republiek was geworden. De prinsgezinden wilden de Stuarts weer aan de macht helpen en hoopten hiermee de belangen van de Oranjes te kunnen behartigen. De staatsgezinden wilden vooral de vrede bewaren, aangezien oorlog slecht zou zijn voor de handel. Ze vonden vrede het beste middel om hun invloed en gezag te handhaven en te vergroten. Omdat de Oranjes sterk verwant waren aan de Stuarts en hen ook hadden gesteund tijdens de Engelse Burgeroorlog, waren zij niet geliefd bij het nieuwe bewind. De prinsenvlag werd in 1652 in het gewest Holland verboden en in 1653 werd de vlag bij de marine vervangen door de Hollandsche of "Staatsche Vlag". Dit schreef de Nederlandse politicus en geschiedschrijver Johannes Cornelis de Jonge in 1833; hij baseerde zich onder andere op het werk van Lieuwe van Aitzema, een geschiedschrijver uit die tijd. Het verbod en vervanging van de prinsenvlag was naar besluit van de Staten van Holland onder leiding van raadspensionaris Johan de Witt, die destijds voor Dordrecht in de Staten zat. De toenmalige voorzitter van de Staten, een passievolle orangist, trachtte dit nog tegen te houden door zijn voorstel niet een keer in stemming te brengen, maar dit mocht uiteindelijk niet baten.

De statenvlag bleek nooit populair onder het leger en de boeren, maar vooral de zeelieden te zijn. Hetzelfde gold voor een aantal schutterijen: zowel de Haagse als de Haarlemse schutters schoten als teken van protest in 1652 op de nieuwe vlag, ondanks de straf die daarop stond. Daarnaast bleven schippers steevast hun sloepen, riemen en vlaggenstokken in de kleuren van de prinsenvlag verven en werden zelfs de vaanborden in deze kleuren besteld. Dit gebeurde in de tijd waarin het gewest Holland hoogoplopende meningsverschillen had omtrent de vlag met de andere leden Staten-Generaal van de Nederlanden binnen de Republiek. Hoewel het scheepsvolk niet gediend was van deze verandering en enig verzet toonde tegen het besluit, konden ze uiteindelijk weinig doen, helemaal toen de prinsgezinde Cornelis Tromp werd afgezet. Na 1655 werd de prinsenvlag nog zelden door de marine gebruikt, hoewel sommige scheepsjournalen van het tegendeel spraken en beweerden dat oorlogsschepen van de Republiek zelfs tot 1657 gebruik maakte van de prinsenvlag.

Uit onderzoek van C. de Waard naar de aanschaf van vlaggendoek door de hoofdadministratie van de kosten ter land en ter zee, was gebleken dat de marine tussen 1588 en 1630 altijd onder de prinsenvlag voer en na 1663 altijd onder de statenvlag, al weerspreken meerdere schilderijen dit omdat er zelfs na die periode voor geruime tijd nog altijd prinsenvlaggen in voorkwamen. Beide vlaggen waren in de periode 1630 - 1662 in gebruik geweest. In 1664 beklaagden de Staten van Zeeland zich over het feit dat in een resolutie van de Staten-Generaal de naam Hollandsche Vlag gebezigd werd. Hierna werd de officiële naam van de vlag gewijzigd in Statenvlag of Staatsche Vlag.

De Statenvlag op schilderijen

Trivia