Stichting

Een stichting is een organisatie die een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel nastreeft dat door de stichter is vastgelegd. Het is een privaatrechtelijke rechtspersoon, hoewel sommige stichtingen ook publieke taken uitvoeren en soms zelfs door de overheid zijn opgericht. Het verschilt per land hoe stichtingen mogen omgaan met behaalde winst. In het algemeen zal deze moeten worden gebruikt voor het gestelde doel en mag deze dus niet aan de oprichters of bestuursleden worden uitgekeerd. Een belangrijk verschil met verenigingen is dat een stichting geen leden heeft, al duiden sommige stichtingen hun donateurs of vrijwilligers wel zo aan.

Een Stiftung is de Duitse rechtsvorm die het meest op de Nederlandse stichting lijkt: ook dit is een rechtspersoon die zelfstandig vermogen kan houden, geen leden of aandeelhouders heeft en waarvan in principe het enige wettelijke orgaan het bestuur is.

Nederland

Oprichting

In Nederland wordt een stichting opgericht bij notariële akte, door een of meer natuurlijke of rechtspersonen. Iemand kan ook bij testament de oprichting van een stichting na zijn dood regelen.

Bestuur en toezicht

In de regel heeft een stichting een bestuur bestaande uit een of meer bestuurders (bijvoorbeeld een voorzitter, secretaris en een penningmeester). Het bestuur is het enige verplichte orgaan van een stichting. Daarnaast kan er nog een raad van toezicht worden aangesteld, die toezicht houdt op het stichtingsbestuur.

Statuten

In de statuten staan minstens vermeld:

  • de naam (waarvan het woord stichting deel dient uit te maken);
  • het doel: dit mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan degenen die deel uitmaken van haar organen, noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft, de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben;
  • de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders en, indien er een raad van commissarissen wordt ingesteld, van de commissarissen;
  • de gemeente in Nederland waar de stichting haar zetel heeft;
  • de bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.

Voor het wijzigen van de statuten is eveneens een notariële akte vereist. Een stichting kan haar statuten, en daarmee haar doel, alleen wijzigen als de statuten die mogelijkheid bieden. Voorziet de stichting daar niet in en zou handhaving van de statuten leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild, dan kan de rechtbank op verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de statuten wijzigen. Is wijziging van het doel noodzakelijk, dan wijst de rechtbank een doel aan dat aan het bestaande verwant is.

Aansprakelijkheid en personeel

Zolang de stichting niet is ingeschreven in het handelsregister, is elke bestuurder naast de stichting persoonlijk aansprakelijk.

De stichting is zelfstandig drager van rechten en plichten. De bestuurders zijn niet aansprakelijk voor schulden van de stichting, tenzij er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Bestuurders en oprichters van de stichting zijn niet vanzelf in loondienst. Of een bestuurder in dienstbetrekking staat tot de stichting en daarmee onder de werknemersverzekeringen valt, hangt af van de omstandigheden. De stichting kan wel werknemers in dienst hebben.

Leden en financiering

Een stichting heeft geen leden of aandeelhouders, en kan derhalve noch contributie noch aandelenkapitaal ontvangen. Wel kunnen stichtingen geld ontvangen via giften en nalatenschappen. Zo gaven Nederlandse huishoudens in 2024 samen 2,4 miljard euro aan goede doelen en ontvingen goededoelenorganisaties minimaal 512 miljoen euro uit erfenissen. Is de stichting door de Belastingdienst aangewezen als algemeen nut beogende instelling (ANBI), dan betaalt zij geen erfbelasting of schenkbelasting over erfenissen en schenkingen die zij voor het algemeen belang gebruikt, en mogen donateurs hun giften aftrekken van de inkomsten- of vennootschapsbelasting.

In tegenstelling tot een vereniging heeft een stichting geen leden. Zij kan wel donateurs hebben; die hebben echter geen zeggenschap. Een stichting kan ook vrijwilligers hebben.

Ontbinding

Tot ontbinding van de stichting wordt overgegaan indien dat volgens de statuten nodig is, als gevolg van een faillissement of door een besluit van de rechter. Ook het bestuur kan tot ontbinding besluiten, tenzij de statuten anders bepalen.

Gebruik bij securitisaties

Omdat een stichting geen eigenaren of aandeelhouders heeft, wordt zij veel gebruikt als enige aandeelhouder van een special purpose vehicle (SPV) bij securitisaties. Zo'n SPV is dan niet verbonden aan de verkoper van de activa, zodat de activa niet worden meegesleept in een faillissement van die verkoper; men spreekt van een orphan structure. In Nederland is de SPV meestal een bv waarvan de aandelen volledig in handen zijn van een stichting, en wordt het beheer doorgaans uitbesteed aan een trustkantoor.

INGKA Foundation

De Stichting INGKA Foundation in Nederland (opgericht door Ingvar Kamprad) zou volgens het tijdschrift The Economist in 2006, bij een vermogen van ten minste 36 miljard dollar, de rijkste liefdadigheidsinstelling ter wereld zijn.

Woningcorporaties

Een stichting kan worden toegelaten als woningcorporatie (in de wet: toegelaten instelling) op grond van de Woningwet. De regels waaraan zo'n stichting zich dient te houden zijn sinds 1 juli 2015 vastgelegd in de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Sinds die datum houdt de Autoriteit woningcorporaties toezicht op woningcorporaties.

België

Vennootschapsvormen naar Belgisch recht
Noun Project Business Meeting icon 1150615.svg
Basisvormen

besloten vennootschap · naamloze vennootschap · coöperatieve vennootschap · maatschap · vennootschap onder firma · commanditaire vennootschap · vereniging zonder winstoogmerk · private stichting · stichting van openbaar nut · internationale vereniging zonder winstoogmerk

Bijzondere vormen

Europese vennootschap · Europese coöperatieve vennootschap · Europees economisch samenwerkingsverband

Wetgeving

Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen

Portaal  Portaalicoon   Economie

Types en wetgeving

Organisaties zonder winstoogmerk kunnen in België enerzijds een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) zijn en anderzijds een stichting. Er zijn twee types stichtingen:

  • de stichting van openbaar nut (SON) (tot aan de invoering van de wet van 2 mei 2002 instelling van openbaar nut) en
  • de private stichting (PS) (sinds de wet van 2 mei 2002, in werking getreden op 1 juli 2003).

Sinds 1 mei 2019 werd alle wetgeving rond vennootschappen, verenigingen en stichtingen samengebracht in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Geschiedenis

Vóór de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, moest het openbaar nut van alle stichtingen bij koninklijk besluit worden erkend. Om erkend te worden als stichting van openbaar nut moet de stichting doelstellingen hebben van filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard. Sinds de wet van 2002 hebben ook de private stichtingen in België voor het eerst een juridisch kader waarbinnen zij hun activiteiten kunnen uitvoeren.

Rechtspersoonlijkheid

Stichtingen zijn rechtspersonen en worden opgericht bij notariële akte (Boek 11 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen). Stichtingen van openbaar nut krijgen rechtspersoonlijkheid op de datum van het koninklijk besluit waarbij zij worden erkend. Private stichtingen krijgen rechtspersoonlijkheid na neerlegging van de statuten. In tegenstelling tot de vzw's hebben ze geen leden of vennoten.

Omvang en werkwijze

Stichtingen in België zijn filantropische instellingen die middelen mobiliseren en/of genereren voor hun activiteiten, meestal het toekennen van beurzen, prijzen of toelagen aan derden of voor projecten in eigen beheer. Vaak gebruiken ze hiervoor de jaarlijkse opbrengsten van hun kapitaal of de aan hen toevertrouwde schenkingen. Op 1 januari 2020 telde België 2.276 stichtingen, onder wie 644 stichtingen van openbaar nut en 1.632 private stichtingen.

Volgens een enquête uit 2015 onder stichtingen met een doel van algemeen belang voert 32% uitsluitend eigen programma's uit, financiert 23% derden en combineert 40% beide werkwijzen; 5% beheert enkel een vermogen. Zulke gemengde stichtingen zijn in België van oudsher talrijk. Binnen de sociale sector richten stichtingen zich op hulp aan personen zoals jongeren, bejaarden en mensen met een handicap, en in het bijzonder op personen in moeilijkheden en kansarmen. De meeste stichtingen zijn actief in de werkgebieden kunst en cultuur, de sociale sector en gezondheid.

Oprichters, personeel en financiering

Volgens dezelfde enquête werd bijna driekwart (71%) van de stichtingen in België opgericht door (groepen) individuen, maar ook organisaties zonder winstoogmerk (13%) en overheden (8%) zijn initiatiefnemer. Enkele stichtingen (3%) werden in het leven geroepen door bedrijven. De wellicht meest bekende en op basis van de activa de grootste stichting in België is de Koning Boudewijnstichting. Slechts een minderheid van de stichtingen stelt personeel te werk: eind 2015 had ongeveer 10% van de Belgische stichtingen werknemers. Enkele grote stichtingen, zoals de fondsen voor wetenschappelijk onderzoek, stellen wel veel personeel tewerk (samen 3.051 voltijdse equivalenten eind 2012). Sommige grote stichtingen worden grotendeels publiek gefinancierd: het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), eind 2012 de tweede grootste stichting naar activa, werd voor 90% met overheidsgeld gefinancierd.

Belgisch Netwerk van Stichtingen

In 2004 hebben tien stichtingen zich verenigd in het Belgisch Netwerk van Stichtingen, zelf een vzw. Dit netwerk is inmiddels hernoemd tot Fédération Belge des Fondations Philanthropiques.

Zie ook

Bronnen

Zie de categorie Foundations (organizations) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Zoek stichting op in het WikiWoordenboek.